We hoeven niet beschermd te worden tegen de wetenschap 1

Ger Groot poneert in zijn artikel `Godsdienst beschermt de mens tegen de pretentie van de wetenschap alles te kunnen verklaren` (Opinie & Debat, 14 juni) twee stellingen die om commentaar vragen:

1. de wetenschap heeft de pretentie alles te kunnen verklaren.

2. de wetenschap leeft van de droom van een theory of everything die niets meer in het duister zal laten.

De eerste stelling wijst op onbekendheid met de essentie van wetenschap. Naar de tekst te oordelen worden de exacte wetenschappen bedoeld, maar met name in de exacte wetenschap gaat niemand die bij zijn goede verstand is uit van een pretentie, laat staan de pretentie `alles` te verklaren. Wat de exacte wetenschappen doen, is het zoeken van een oplossing die de op dat moment gestelde vragen zo elegant mogelijk beantwoordt. Waar elke exacte wetenschapper echter van droomt, is een vraag te kunnen stellen die niet door het op dat moment beschikbare antwoord wordt gedekt.

De moderne wetenschap toont juist aan dat sommige zaken niet verklaarbaar of zelfs kenbaar zijn. Een oppervlakkige bekendheid met het werk van wetenschappers als Gödel of Schrödinger had de schrijver van deze onzinnige stelling kunnen weerhouden.

De tweede stelling illustreert de klok en de klepel. De term `Theory of Everything` werd ooit badinerend geïntroduceerd. Hij is uitsluitend van toepassing op de hypothetische mogelijkheid zowel de quantummechanica als de algemene relativiteitstheorie onder één hoedje te vangen. Als dat zou lukken, ontstaat de échte droom van de wetenschapper: er opent zich een geheel nieuw panorama van duisternis waarin de wetenschap naar hartelust met een kaarsje in de hand kan gaan rondsnuffelen. En uiteraard laat de exacte wetenschap alle metafysische onderwerpen gaarne in de duisternis waarin ze altijd hebben verkeerd.

    • F.A.S. Sterrenburg