We hebben een fractie die barst van het talent

Jan Marijnissen stopt als fractievoorzitter van de SP. Hoe nu verder?

En vooral: wie binnen de partij heeft ook zo’n electorale aantrekkingskracht?

Harry van Bommel (45) is buitenlandwoordvoerder. Werd geboren in het Brabantse Helmond, maar behaalde zijn havo-diploma in Zwolle. Doorliep daar ook de lerarenopleiding. Hij was een tijdje docent Nederlands en Engels. In 1994, het jaar dat hij als politicoloog afstudeerde aan de Universiteit van Amsterdam, trad hij tevens toe tot de gemeenteraad van Amsterdam. Kwam in 1998 in de Tweede Kamer. Verving in 2005 Marijnissen (die thuiszat met een hernia) bij het debat over de Europese Grondwet. Vervulde een opvallende rol bij de debatten over de oorlog in Irak.Den Haag:30.11.6 SP-kamerlid van Bommel © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Op woensdag 4 mei 1994, één dag na de verkiezingen in dat jaar, liep Jan Marijnissen als kersvers parlementariër de grote roltrap op naar de zaal van de Tweede Kamer. Zijn uitverkiezing was het resultaat van jaren werk, van politiek ploeteren, folderen, achterban opbouwen in de wijken van steden als Oss en Zoetermeer, het opzetten van een geoliede partijorganisatie. Bij de vorige verkiezingen was de Socialistische Partij (SP) net een zetel misgelopen, nu waren het er twee geworden. Samen met zijn fractiegenoot Remi Poppe keek Marijnissen vanaf de balustrade naar de lege blauwe stoeltjes in de Tweede Kamer.

„Kijk”, zei Poppe: „Daar komen we te zitten, achter de fractie van de PvdA.”

„Da’s mooi”, zei Marijnissen met zijn typische Brabantse tongval: „Dan kunnen we ze mooi in de nek spugen.”

Inmiddels is het veertien jaar later.

Jan Marijnissen heeft net zijn aftreden als fractievoorzitter aangekondigd en zit in zijn kamer, het oude werkvertrek van PvdA-leider Joop den Uyl. Van een tweemansfractie werd hij oppositieleider. Vijfentwintig zetels heeft de SP nu, en de PvdA heeft het geweten. De afgelopen jaren is de partij van Marijnissen een concurrent van formaat voor de sociaal- democraten. „Eigen schuld”, gromt Marijnissen, terwijl hij een inderhaast aangerukt broodje kroket en een broodje haring naar binnen werkt: „Ze hadden nooit met het CDA moeten gaan samenwerken in dit kabinet, maar voor ons moeten kiezen. Nu zien ze de gevolgen: omwille van de macht moeten ze zich conformeren aan dit beleid.”

Het is Jan Marijnissen ten voeten uit. Scherp debater, ontspannen in de media, heldere boodschap. Net zo florerend op het fabrieksterrein met een petje op, als tijdens een tv-debat in Buitenhof. Maar óók de man die, ondanks de eclatante verkiezingsoverwinning van vorig jaar, niet op het regeringspluche terechtkwam. Die zijn verantwoordelijkheid niet nam toen het moment daar was, zeggen de critici. Die diep in zijn hart wéét dat zijn SP beter gedijt in de oppositie dan in een omgeving waarin er compromissen moeten worden gesloten met anderen.

Wil je Jan Marijnissen kwaad krijgen, dan moet je dat soort dingen tegen hem zeggen. De SP alleen maar nee-zeggers? Wie zette talloze zaken in de zorg op de agenda? Wie zorgde voor de asbestslachtoffers? Wie schreef een handvol boeken met visie op het moderne socialisme? En niet hij, maar het CDA wilde niet met de SP samenwerken tijdens de laatste formatie: „Toen hebben ze de PvdA onder druk gezet: die SP komt er niet in. En daar is Wouter Bos voor gezwicht. Terwijl hij natuurlijk had moeten zeggen: of met de SP, of niet.”

Zo kwam Marijnissen opnieuw in de oppositie terecht, maar het afgelopen jaar minder zichtbaar dan voorheen. Deels kwam dat door zijn gezondheid – hij had problemen met zijn hart en last van een hardnekkige hernia, de belangrijkste reden waarom hij nu het fractievoorzitterschap neerlegt. En deels, zo vertelt hij zelf, kwam dat omdat de grote, nieuwe fractie zich het parlementaire werk eigen moest maken. Maar toch. Er is een neerwaarts effect zichtbaar in de peilingen. De SP blijft tegenwoordig steken op zo’n achttien zetels. Als je Marijnissen daar recent in de wandelgangen op aansprak, lachte hij dat weg: „Joh, het is toch geen campagnetijd? Dan zijn die zetels er zó weer bij.”

Maar, zo weten we sinds gisteren: er komt geen campagnetijd meer met Marijnissen.

En is daarmee niet meteen het acute probleem van de SP geschetst? Want Jan Marijnissen is de SP. Agnes Kant, Harry van Bommel, Ronald van Raak: allemaal bekwame Kamerleden. Maar niemand kan tippen aan de voorman zelf, die niet alleen zijn fractie, maar ook zijn partij met stevige hand leidt. Marijnissen lacht minzaam. „De werkelijkheid van de SP is heel anders dan de mensen denken. Wij hebben een fractie die barst van het talent. En nee, ik heb mijn opvolging niet alvast geregeld: dat kunnen ze heel goed zelf. De SP gaat weer de leidende oppositiefractie worden en we gaan op weg naar een nieuwe apotheose. Bij de volgende verkiezingen halen we 30 zetels.”

Dat valt natuurlijk nog te bezien. Wie binnen de partij heeft de electorale aantrekkingskracht van Marijnissen, wie kan beter namens de SP de Algemene Beschouwingen doen, wie moet er nu ongestraft en met gezag „effe dimmen” tegen de Kamervoorzitter zeggen? Tiny Kox, fractievoorzitter van de SP in de Eerste Kamer en vertrouweling van Marijnissen, schudt zijn hoofd. Denk je nou echt, zo formuleert hij een retorische vraag, dat een financieel gezonde partij met 50.000 leden, een hechte organisatie, 25 zetels in de Tweede Kamer en „een enorm potentieel aan denkkracht” op één man steunt? „Dat zou wel heel treurig zijn. Natuurlijk doet het terugtreden van Jan pijn, natuurlijk zal dat even wennen zijn en natuurlijk zal er weleens iets wat minder soepel gaan. Maar dat lossen we heus wel op. Men zal nog wel eens raar opkijken als men merkt hoe stevig we staan.”

Voor de hand liggende partijpolitieke praat of niet, vaststaat dat de SP een niet meer weg te denken factor is in het Nederlandse politieke landschap. En misschien, zo fluistert een SP-fractielid dat liever anoniem wil blijven, is het ook wel goed dat Jan een stapje terug doet: „Zijn verdiensten voor de SP zijn onbetaalbaar, maar eens moet er een frisse wind komen. En dan is dit misschien wel het beste moment.”

„Precies”, lacht Marijnissen zelf. „Kwestie van timing. Niemand is oneindig, ik zeker niet.” Hij drukt met zijn vingers de kroket plat zodat die beter tussen het broodje past en neemt een hap. Het is even stil. Dan zegt hij: „Zoveel zelfreflectie kan ik nog wel aan: ik weet eigenlijk niet of ik het beste al gehad heb.” Hij neemt weer een hap. Ineens een stuk zachter: „Ik denk het eigenlijk wel.”

Wie moet Jan Marijnissen opvolgen? Discussieer mee op nrcnext.nl/discussie