Voor de nieuwe mens

In de architectuur wordt originaliteit geprezen. Daarom valt het op als gebouwen op elkaar lijken. Vandaag gaat het over het ontwerp van een poldermoskee die een ontmoetingsplek voor heel de buurt zou moeten zijn.

Het Hammiche en Erkoçu-ontwerp.

De poldermoskee, zo doopten de jonge, toen nog niet afgestudeerde architecten Abdeluahab Hammiche en Ergün Erkoçu vijf jaar geleden hun ontwerp voor een moskee in Rotterdam-Zuid. Ze presenteerden het als alternatief voor de Essalam Moskee, die toen door het Delftse bureau Molenaar & Van Winden zou worden gebouwd. De Essalam Moskee, die inmiddels op een grasveld in Rotterdam-Zuid zijn voltooiing nadert, noemden ze wegens de grote koepel, hoge minaretten en traditionele, islamitische ornamenten ‘heimweemoskee’.

Hammiche en Erkoçu, die het bureau Memar.dutch oprichtten (Memar is het Arabische en Turkse woord voor architect), vonden de Essalam Moskee „massief, dominant en weinig uitnodigend voor niet-islamieten”. Een hedendaagse moskee kan een „een bijdrage leveren aan de integratie, en een ontmoetingsplek voor de hele buurt worden”, legden ze uit in een interview. Dat zou de door heimwee geteisterde Essalam Moskee beslist niet worden volgens hen.

Hun poldermoskee lijkt natuurlijk helemaal niet op een heimweemoskee. Het is, dank zij veel glas, een open gebouw. Op de bovenste etage hadden ze een voor iedereen toegankelijk restaurant gedacht, dat door een loopbrug met de gebedsruimtes is verbonden. Op de begane grond hadden ze een galerie gepland en een zaal voor tentoonstellingen, feesten, film en theater. Het park rondom de moskee loopt over in een openbaar grasdak, waaraan een grand café grenst. Verder moest de poldermoskee een bazaar krijgen, een hamam (badhuis), verhuurbare kantoorruimtes en, op het dak, een basketbalveld. Windmolens op het grasdak zouden energie leveren. „De poldermoskee is van deze tijd: modern en ecologisch”, zeiden Hammiche en Erkoçu. „Maar bovenal is het onvervalste integratiearchitectuur.”

Het enige element van de poldermoskee dat in de verte herinnerde aan een heimweemoskee was het koepelachtige bouwdeel. Maar dit was zo groot en prominent, dat de poldermoskee niet zozeer doet denken aan een heimweemoskee als wel aan het ontwerp waarmee de Russische constructivist Moisej Ginzboerg in 1932 meedeed aan de prijsvraag voor het Paleis der Sovjets in Moskou.

Ook Ginzboergs Paleis, dat het nieuwe regerings- en parlementsgebouw van het communistische Rusland moest worden, was een combinatie van een grote, glazen koepel en enkele lage, rechthoekige volumes. Het is overigens bijna zeker dat de overeenkomst tussen beide gebouwen toevallig is. De twee Memar.dutch-architecten zijn vermoedelijk te jong om Ginzboergs Paleis der Sovjets te kennen. De tijd dat Russische constructivistische architectuur in de mode was en bouwkundestudenten en masse naar Moskou gingen om daar de constructivistische resten te bezoeken, ligt al een jaar of vijfentwintig achter ons.

Ook wat opvattingen betreft zijn Ginzboerg en het duo Hammiche en Erkoçu verwanten. Allemaal geloven ze dat gebouwen de wereld kunnen verbeteren. Als overtuigd constructivist vond Ginzboerg dat gebouwen ‘sociale condensatoren’ moesten zijn en het ontstaan van de ‘nieuwe mens’ in het communistische Rusland bevorderen. De architecten Hammiche en Erkoçu zien in hun poldermoskee een integratiemachine die de komst van de nieuwe, multiculturele mens naderbij brengt.

Net als Ginzboergs Paleis der Sovjets is de poldermoskee ongebouwd gebleven. Maar terwijl het nu zeker is dat er nooit meer een Paleis der Sovjets zal worden gebouwd, leeft de poldermoskee voort. Een paar maanden geleden werd zelfs bekend dat de eerste poldermoskee in Amsterdam zou komen, in een bestaand kantoorgebouw in Slotervaart. Volgens de initiatiefnemer Mohammed Cheppih (31), een vroegere radicale moslim die het licht van de integratie heeft gezien, moet dit een moskee worden waar iedereen, gelovigen en niet-gelovigen, zich thuis voelt. Vrouwen en mannen zullen er bidden in één ruimte en imams gaan prediken in het Nederlands.

In sommige artikelen in de pers werd Cheppih de ‘geestelijke vader’ van de poldermoskee genoemd. Dat is hij natuurlijk niet. Vijf jaar geleden al, toen Cheppih nog als woordvoerder van Arabisch Europese Liga tekeerging tegen de gedwongen assimilatie van moslims in Nederland, kwamen Hammiche en Erkoçu al met een poldermoskee. En die was nog veel ambitieuzer dan die van Cheppih.