Veel betalen, of ze gaan naar de commerciëlen

Het aantal presentatoren dat meer verdient dan de premier is sterk toegenomen.

Vandaag debatteert de Kamer over beloningen bij de publieke omroep.

Globetrotter Floortje Dessing is de enige veelverdiener bij omroep Llink. Zij incasseert als boegbeeld van de jongste omroep een salaris van 190.000 euro. Dat is meer dan de minister-president verdient. Dat komt, staat in het jaarverslag, doordat de 37-jarige programmamaakster vorig jaar is weggekocht bij de commerciële omroep.

Floortje Dessing wil graag zelf vertellen hoe dat ging. Zij waagde de overstap omdat haar reisprogramma bij RTL van de sponsor „steeds sneller en wilder moest, met almaar meer adrenalinestoten”. Terwijl Dessing zelf de diepte in wilde met programma’s over „verantwoord reizen”.

Dat kon bij Llink. De omroep bood haar een bedrag lager dan haar presentatiesalaris bij RTL, maar hoger dan de Balkenendenorm. Mijn marktwaarde, zegt Dessing: een optelsom van vijftien jaar reisprogramma’s maken én gegarandeerde kijkcijfers bij een jonge doelgroep. Bovendien deed de programmamaakster afstand van het „forse bedrag” dat ze bij RTL binnenhaalde als co-producent. Zo’n constructie, waarbij een presentator bijvoorbeeld een deel van de rechten van een programma bezit, wordt vaker gebruikt. „Produceren doe ik niet meer. Dat is commercieel. Je moet niet de schijn wekken dat je bij de publieke omroep komt voor de poen.”

Floortje Dessing is een van de 25 presentatoren annex programmamakers bij de publieke omroep die in 2007 meer verdienden dan de premier. Tegen de zin van de Tweede Kamer is hun aantal in een jaar tijd bijna verdubbeld, terwijl het aantal fors betaalde omroepbestuurders steeg van 11 naar 12. Dat blijkt uit de jaarverslagen die de omroepen deze maand hebben gepubliceerd. Het gaat om salarissen boven de Balkenendenorm, vorig jaar 169.000 euro.

VARA en NOS maar ook NCRV, TROS, KRO, Llink, EO en BNN overschrijden dat salarismaximum bij presentatoren. We moeten wel, zeggen de omroepen. Voor presentatoren regeert de tucht van de markt. Neem Llink. Als Dessing niet was gekomen, zou Llink zonder aansprekend gezicht zitten en kijkers mislopen. Terwijl omroepen juist op kijkcijfers worden afgerekend. Jan Slagter, directeur van omroep Max, zegt het zo: „De gouden eeuw is in Hilversum voorbij. Maar als je iemand wilt hebben van de commerciële omroep, zit je zo boven de Balkenendenorm.”

Ook bij BNN verdubbelde het aantal presenterende veelverdieners. Maar die stijging werd volgens algemeen directeur Lucas Goes eerder veroorzaakt door de werkwijze van BNN, een kweekvijver van talent, dan door marktwerking van buitenaf. „Als talenten net binnenkomen, combineren ze presenteren met redactiewerk op de vloer. Ze beginnen met een laag startsalaris en kunnen, als ze voldoende karakter en oorspronkelijkheid hebben, in zes à zeven jaar flink doorgroeien, tot boven de Balkenendenorm. Na hun vertrek ontstaat weer ruimte voor nieuwe presentatoren.”

Hoe ziet de markt voor presentatoren eruit? Anja Ringerwölde, senior consultant bij financieel adviesbureau Hay Group, noemt presentatoren „een uniek segment” in de arbeidsmarkt. Er gelden meetbare salarisfactoren op deze lokale en vrij gesloten markt, die drijft op een zelf gecreëerde schaarste. De marktwaarde, zegt VARA-directeur/voorzitter Vera Keur, wordt bepaald door wat de concurrentie voor een presentator over heeft. „Deze vaak commerciële zenders baseren zich op marktaandeel en doelgroepbereik. De VARA is nooit bereid om conform de marktwaarde te betalen, maar wil bij het honorarium wel rekening houden met wat de markt biedt. Dat betekent veelal dat onze belangrijkste presentatoren elders minstens het dubbele honorarium kunnen krijgen.”

Onder deze omstandigheden functioneert het marktmechanisme niet goed, beklemtoont Jan Jacobs, hoogleraar sociaal recht aan de universiteit van Tilburg. Hij adviseerde met de commissie-Dijkstal over topsalarissen in de (semi)publieke sector. Jacobs wijst erop dat onder meer het salaris achter de schermen wordt bepaald, op basis van „ondoorzichtige, oncontroleerbare criteria” binnen „een gesloten circuit dat vatbaar is voor vriendjespolitiek”. Zijn advies: „De overheid moet een werkgever die publiek geld beheert onder druk zetten om financieel het onderste uit de kan te halen.” Dat kan met heldere richtlijnen over beloningen, vertrekpremies en bonussen. „Eerst in een code, daarna in de Mediawet.”

Tv-maker Bert van de Veer schreef het overzichtsboek Is er nog iets leuks vanavond? en schetst hoe de salarissen stegen toen de commerciële omroep zijn intrede deed. Er waren de afgelopen negentien jaar „verschillende momenten van gekte in de prijsspiraal omhoog. Met als drogreden: als wij het niet betalen, dan is diegene zo weg.” Zo’n moment noemt Van der Veer de lancering van Talpa. Die omroep kocht kijkcijferkanonnen weg bij de concurrenten. Datzelfde dreigde eerder bij Sport7. Daardoor sloegen volgens Van der Veer verhoudingen uit het lood. „Jack van Gelder is de best betaalde presentator van de publieke omroep. Maar ik denk niet dat SBS of RTL een plaatsje voor hem heeft. Hij is een voorbeeld van iemand die op het juiste moment heeft toegeslagen.”

Volgens Lucas Goes van BNN – hij verdient zelf net boven de Balkenendenorm – zijn met het verdwijnen van tv-zender Talpa de salarissen weer tot rust gekomen. „Presentatoren realiseren zich dat een passend programmapakket net zo waardevol is als geld. De marktwaarde van het merk Jack Spijkerman en Bridget is gedaald. Hun programma’s waren geen succes bij Talpa en nu zijn ze zelden te zien. Wat dat betreft, werkt het in de voetbalwereld hetzelfde. Als je daar lang op de bank zit, keldert je waarde ook.”

Waarom zouden de omroepen zich niet aan een inkomensgrens kunnen houden – het is toch publiek geld? De AVRO is die mening inmiddels toegedaan. In een verklaring schrijft de omroep dat „de AVRO van nu” de Balkenendenorm niet langer wil overschrijden. Presentator Karel van de Graaf – goed voor een topsalaris van 289.000 euro – verliet de omroep vorig jaar met een afkoopsom van 544.000 euro. Dat komt nu „beschikbaar voor programma’s”.

Journalistenvakbond NVJ vindt net als minister Plasterk een salarismaximum voor tv-presentatoren te ver gaan, zegt Marc Visch, secretaris omroep bij de NVJ. „Er zijn presentatoren die behoren tot een absolute buitencategorie. Die geven de publieke omroep smaak en uniciteit.” Maar wat de vakbond, net als hoogleraar Jacobs, stoort is de „ondoorzichtigheid” van de markt. Wie zegt dat er niet veel meer dan 25 programmamakers een topsalaris verdienen? Er zijn, zo weet Visch, tal van omroepmedewerkers die niet op de loonlijst staan, zoals Paul de Leeuw. Die betalingen vallen onder de programmakosten en zijn in de jaarverslagen niet terug te vinden. „Freelancers en BV’s zijn een schemergebied. Daar krijgen wij geen vinger achter.” Dat ervaart ook het Commissariaat voor de Media, beaamt een woordvoerster.

En presentatrice Floortje Dessing? Wat gaat ze doen als Llink onvoldoende leden heeft om te blijven uitzenden? „Dan houdt het voor mij ook op”, zegt ze. „Maar ik zit nog vol plannen. Het liefst zou ik met een camera de wereld rondtrekken en documentaires maken. Ik wil mezelf niet heilig verklaren. Ik ben ook commercieel. Ik schrijf boekjes, daar verdien ik flink mee. Dat geld steek ik in mijn twee kledingwinkels. En ja, ik ben ook ambassadeur van het Rode Kruis en Max Havelaar.”

Krijgt ze daar voor betaald? „Nee. Ik laat me niet betalen voor goede doelen. Andere presentatoren misschien wel. Maar dat vind ík nou kansloos.”