Tweefrontenoorlog tegen Saoedisch extremisme

In Saoedi-Arabië wordt de strijd tegen het extremisme op twee fronten gevoerd: gewapende actie en ideologische beïnvloeding. ‘Met de wapens alleen kan je terrorisme niet verslaan.’

Een Iraakse politieman bewaakt twee vermeende extremisten die op 26 november 2004 bij Falluja zijn gearresteerd - één uit Tunesië (met blinddoek) en één uit Saoedi-Arabië (rechts). Foto AP ** FILE ** Iraqi policeman takes off blindfold of Walid Mohammed, from Tunisia, while Bassem Faleh from Saudi Arabia looks on in Basra Iraq in this Nov. 26, 2004, file photo. The two were captured by Iraqi police after they fled Fallujah. A study, obtained by The Associated Press, profiles suicide bombers and their support system based in part on interrogations of 48 foreign fighters who were captured or surrendered. The U.S. command is trying to understand the system, including al-Qaida in Iraq's recruiting, training and transportation network, so it can be disrupted before the bombers strike. (AP Photo/Nabil Al-Jurani, File) Associated Press

Net als vele andere Saoediërs besloot Mohammed al-Fawzan (36) in 2005 zich aan te sluiten bij het anti-Amerikaanse verzet in Irak. Zijn neef regelde een contact in Syrië voor hem, maar het wachten in een Syrisch appartement op een geschikt moment om de grens over te gaan, duurde hem te lang. Hij ging terug naar Saoedi-Arabië om van daaruit een andere route naar de Iraakse rebellen te proberen. Aan de Saoedische grens stond de politie hem op te wachten; zijn familie had haar getipt. De rechter veroordeelde hem tot drie jaar gevangenis.

Fawzan, een lange, stevig gebouwde man, vriendelijk gezicht, is sinds kort weer op vrije voeten. Hij vindt nu, zegt hij, dat de Irakezen het zelf maar moeten opknappen. Dat is het resultaat van 130 lessen in de gevangenis over wat de islam wel en niet van hem wil en drie maanden therapie in een rehabilitatiecentrum. „Na afloop was ik 100 procent overtuigd van mijn ongelijk.”

Met een drievoudige aanslag in Riad in mei 2003 (35 doden) merkten de Saoedische autoriteiten ook zelf dat ze een gigantisch probleem hadden met moslimextremisten die in binnen- en buitenland (15 van de 19 daders van 11/9 waren Saoediërs) actief waren. De situatie is aanzienlijk verbeterd, zegt generaal-majoor Mansour al-Turki, veiligheidswoordvoerder van het Saoedische ministerie van Binnenlandse Zaken, het departement dat de strijd tegen het extremisme coördineert. De laatste aanslag in Saoedi-Arabië dateert alweer van 15 maanden geleden en de export van extremisten naar het buitenland, Irak voorop, is behoorlijk verminderd. Dat is het resultaat van een tweefrontenoffensief: keiharde gewapende actie en ideologische overreding.

„Je kunt terrorisme niet met wapens alleen verslaan”, zegt generaal Mansour in zijn kantoor in het zwaar bewaakte ministerie in Riad. „Daarom zijn we vier jaar geleden in de gevangenissen begonnen met religieuze voorlichting: geestelijken en psychologen spreken met extremisten die bereid zijn over hun ideologie te praten. Jij zit in de gevangenis op basis van wat je deed en wij vertellen jou wat daar verkeerd aan was.”

Saoedi-Arabië heeft vijf nieuwe gevangenissen gebouwd speciaal voor extremisten. „Het oude gevangenissysteem heeft ons geleerd dat gewone criminelen en extremisten elkaar ten kwade beïnvloeden als je hen mengt”, zegt generaal Mansour. In de nieuwe gevangenissen worden de gedetineerden naar leeftijd en soort misdrijf gescheiden: hebben ze alleen hand- en spandiensten verricht of hebben ze bloed aan hun handen?

Ruim een jaar geleden begon een experiment met het rehabilitatiecentrum, met één extremist die zich in het kader van een amnestie had overgegeven. Hij werd, vertelt generaal Mansour, samen met een geestelijke in een appartement ondergebracht, „en hij veranderde dramatisch snel”. Nu is er in Riad een centrum met ruimte voor 30, 40 gevangenen, die samenleven met ongeveer evenveel geestelijken, psychologen en andere therapeuten, „alsof je met elkaar op reis bent”. In vijf andere steden worden ook dergelijke centra gebouwd. Iedere gevangene zit de laatste drie maanden van zijn straf in het centrum uit.

„In de gevangenis kan een gedetineerde zeggen: ‘ik ben tot inkeer gekomen’, en dat is moeilijk te beoordelen”, zegt generaal Mansour. „Maar in het rehabilitatiecentrum houden we zijn gedrag in de gaten samen met zijn familie, die hem nog veel beter dan wij kan duiden. Na zijn vrijlating kijken we of het goed blijft gaan en of hij niet door Al-Qaeda wordt benaderd.”

Mohammad al-Fawzan werd door de televisie voor het verzet gewonnen: beelden van een Amerikaanse militair die in een Iraakse moskee een bejaarde Irakees doodde, gaven de doorslag, vertelt hij. Daarmee was hij „zelfrekruterend” volgens de definitie van de politicoloog Dr. Abdulrahman al-Hadlaq. Dr. Hadlaq, gepromoveerd op politiek geweld van islamitische groepen, is adviseur van de onderminister van Binnenlandse Zaken voor veiligheidszaken.

In het algemeen, zegt Hadlaq, zijn extremisten jong en ongetrouwd en (lagere) middenklasse. Ze hebben meestal de middelbare school doorlopen en hebben weinig kennis van de islam – verkeerde kennis van de islam, opgedaan op internet. Ze radicaliseren door een combinatie van factoren. „Internationale conflicten – Palestina, Irak, Afghanistan – spelen een rol, armoede en werkloosheid, isolement en drugs. Dat kan leiden tot frustraties en woede en vervolgens tot een passieve reactie – ik kan er toch niets aan veranderen – of een actieve – ik ga er verandering in brengen. Die laatsten kunnen de prooi worden van extremisten.”

De autoriteiten werken niet alleen aan de deradicalisering van gevangenen maar proberen te voorkomen dat nieuwe rekruten worden geworven. Hadlaq: „Er is een nieuw armoedefonds, er zijn nieuwe universiteiten opgericht zodat iedereen die de middelbare school heeft afgemaakt verder kan studeren. Aan de buitenlands-politieke factoren kunnen we niet zoveel doen: Palestina en Irak blijven ons hoofdpijn bezorgen.”

De machtige minister van Binnenlandse Zaken, prins Nayef bin Abdelaziz, heeft het afgelopen jaar enkele malen scherpe kritiek geleverd op de geestelijkheid die naar zijn mening onvoldoende meedoet in de strijd tegen het extremisme. „Hierover praten we ook in de Shura [de door koning Abdullah benoemde adviesraad, red.]”, zegt dr. Khalil al-Khalil, Shuralid en veiligheidsexpert.

Volgens Khalil hebben Osama bin Laden en Al-Qaeda geloofwaardigheid en respect verloren bij de Saoedische bevolking. „Voor 2003 achtten hier veel mensen Bin Laden hoog: in sommige openbare scholen werd hij in publieke gebeden gedacht, iets wat ongekend was. De mensen accepteerden toen niet dat hij werd gecriminaliseerd. Hij was een held. Nu hoor je dat niet meer.”

En dat geldt ook zijn ideeën, meent hij. „De radicale beweging en haar leiders vechten om te overleven. De ruggegraat van de beweging is gebroken.”

Maar dat betekent niet dat het probleem van het extremisme is opgelost. Al-Khalil: „Het is tijd om de juiste maatregelen te nemen om de natie te beschermen tegen misbruik van religie. We moeten de crisis aan de wortel aanpakken. Het is dringend noodzakelijk om in onze wetten en regels de rol vast te leggen van religieuze functionarissen zodat ze zich niet meer kunnen mengen in elke kwestie die ze willen. Het religieuze establishment heeft de Saoedische nationale ontwikkeling in het algemeen tientallen jaren gehinderd, en dat is een angstaanjagende zaak.”

Mohammed al-Fawzan is een gelukkig man. Hij heeft zijn oude baan als ambtenaar terug – „als wij niet helpen doen de extremisten het, met de complimenten van de Broeders”, zegt Hadlaq. Fawzan gaat volgende week trouwen, en dan komt een hoge functionaris van het ministerie van Binnenlandse Zaken langs met een groot cadeau. Hadlaq: „Als ze trouwen krijgen ze meer verantwoordelijkheid en een stabieler leven. En als ze kinderen krijgen, hebben ze meer oog voor de waarde van het leven.” Hij heeft een auto gekregen en ontvangt elke maand een bonus bovenop zijn salaris.

„Ze verwennen ons”, lacht Fawzan. „God zij dank ben ik niet gedood en heb ik niemand gedood.”

Want de leiders en degenen die geweld hebben gebruikt kunnen lange gevangenisstraffen tegemoet zien. En sommigen, zegt Hadlaq, zullen worden onthoofd.