‘Niemand is oneindig. Ik zeker niet’

Oppositieleider Jan Marijnissen trad gisteren onverwacht terug als fractievoorzitter van de SP. „Ik wil dit gewoon niet meer. Het is mooi geweest”.

Jan Marijnissen, terugtredend fractieleider van de Socialistische partij, gisteren in zijn werkkamer, ooit ook de kamer van PvdA-leider Joop den Uyl. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 17.6.2008 Jan Marijnissen treed terug als fractievoorzitter SP. Hier op zijn werkkamer. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het is luttele uren nadat hij op een persconferentie zijn terugtreden als fractievoorzitter heeft aangekondigd. Jan Marijnissen, oppositieleider van de Socialistische Partij (SP) in de Tweede Kamer, staart naar het bord met zijn snelle lunch. Twee broodjes : één met haring, één met kroket. En dat voor iemand die wegens zijn gezondheid opstapt? „Ha, ik eet nóóit een broodje kroket. Ik eet altijd heel gezond hier in de Kamer. Alleen, ik heb er nu gewoon ontzettende zin in, ken je dat gevoel?”

Hij staat even op, loopt naar zijn computer waar de binnenkomende post voortdurend piept. Hardop leest hij een e-mail van cabaretier Vincent Bijlo voor: „Dank voor je bevlogenheid en gewoonheid. Maar dit is geen afscheidsmail hoor”.

Maar afscheid is het natuurlijk wel.

Marijnissen mag dan in de Kamer blijven zitten, het tijdperk als fractievoorzitter is voorbij. „Het is geen heugelijke dag hoor”, benadrukt hij: „Het zijn echt mixed emotions. Aan de ene kant weemoed, maar toch ook opluchting. Het is topsport geweest, die niet zonder gevolgen is gebleven. En nu is het ineens voorbij.”

Twee maanden geleden stond zijn besluit vast. Hij vertelde het aan niemand, alleen aan zijn vrouw. „Die dacht: ja, ja, het zal wel. Maar ik bleef erop terugkomen. Toen had ze door dat het serieus was. Ik wilde het eigenlijk afdoen met een tweeregelig persberichtje. Maar Marie-Anne zei: is dat nou wel verstandig? Dan gaan ze over van alles speculeren. Vertel gewoon wat er aan de hand is. Dus zo heb ik het maar gedaan.”

Wat is er aan de hand?

„Mijn gezondheid. Twee maanden geleden voelde ik me niet goed. Last van m’n maag. Ik zou verder onderzoek in het ziekenhuis in Oss krijgen, maar dat apparaat was stuk. Het is er nooit meer van gekomen en gelukkig zijn die klachten nu weg, maar ik sukkel natuurlijk al langere tijd. Ik heb last gehad van mijn hart en vooral van een hernia. Ik ben twee keer geopereerd, heb vier maanden platgelegen. Met veel pijn, morfine en angst of het niet chronisch zou worden. Nu voel ik me weer oké, maar als je een paar keer zo’n signaal heb gekregen, dan gaat dat je niet in de koude kleren zitten.”

Is er meer dan de gezondheid?

„Nee, echt niet. Ik heb natuurlijk wel over het tijdstip nagedacht. Dit is het moment dat de SP de weg naar boven moet terugpakken. We hebben in 2007 een wat problematisch jaar gehad, met verschillende incidenten. Maar nu gaat de SP weer de leidende oppositiefractie worden en we gaan op weg naar een nieuwe apotheose. Bij de volgende verkiezingen halen we dertig zetels.”

U heeft uw eigen opvolging niet al geregeld?

„Ik heb wel even overwogen om een biechtstoelprocedure te doen, dat iedereen eerst bij je langs komt. Maar toen dacht ik: waarom eigenlijk? En wat moet ik met die informatie? De fractie is volwassen genoeg, laat het maar gebeuren.”

Wilt u het toch niet een beetje in de hand houden?

„We zitten hier in de oude werkkamer van PvdA-leider Joop den Uyl en ik heb me altijd voorgenomen om het nóóit, nóóit zo te doen als hij het deed. Zo’n drama met kroonprinsen en zo. Dat heb ik altijd buiten de deur willen houden. Nu is het het moment om terug te treden en nu gaan we dit als fractie in drie dagen oplossen: vrijdag is er een nieuwe fractieleider.”

En Jan Marijnissen kijkt rustig toe?

„Natuurlijk. Waarom niet?”

Omdat u toch bekend staat als een stevige, dwingende leider.

„Ik doe niet voor niets een stap terug en ken mijn plek. Als ik aan de touwtjes had willen blijven trekken, dan was ik gebleven. Maar ik wil dit gewoon niet meer. Het is mooi geweest.”

Maar u blijft partijvoorzitter en dus ook invloed houden. Bent u écht weg?

„De werkelijkheid van de SP is heel anders dan de mensen denken. Ik heb altijd heel veel ruimte gegeven aan de mensen voor hun eigen invulling. Weet je wat ik hoop? Dat, nu ik weg ben, men aan al die mensen om mij heen gaat vragen: hoe was hij nou echt? Ik zeg daar in ieder geval niets meer over.”

De SP is onder uw leiding erg gegroeid, maar landelijk heeft de partij nog nooit aan de bestuurlijke knoppen gezeten. Dat heeft iets tragisch.

„Dat had ik ook graag anders gezien. Maar u weet dat ik degene ben geweest die, ver voor de vorige verkiezingen, de PvdA een progressief raamakkoord heb voorgesteld waarmee we naar de kiezer konden. Zíj wilden niet. En bij de formatie heeft het CDA de PvdA onder druk gezet: die SP komt er niet in. Daar is Wouter Bos voor gezwicht. Terwijl hij natuurlijk had moeten zeggen: óf met de SP, óf niet.”

Maar toch: al die jaren oppositie, was dat niet frustrerend?

„Als je verwachtingen reëel blijven, dan krijgt frustratie geen kans. En we hebben enorm veel bereikt vanuit de oppositie, hebben talloze zaken uit de zorg op de agenda gezet, ons sterk gemaakt voor asbestslachtoffers, ik heb een handvol boeken geschreven met mijn ideeën.”

Hoe komt het dan dat u de laatste tijd vermoeid overkwam? Alsof u het wel een beetje had gehad met het politieke bedrijf.

„Nee, nee, ik heb toch nooit gedoken? Als het erom ging, was ik altijd beschikbaar, elk standpunt heb ik democratisch op de snijtafel gelegd. Ik wilde consistent zijn, opportunisme vermijden. Het debat ligt me heel erg, in de Kamer en in de kroeg. Waar ik me wel toenemend aan ergerde, was het gebrek aan bezonnenheid. Dat hyperige ADHD-gedrag, al die spoeddebatten zonder eerst even de feiten te kennen, vreselijk.”

En dat gaat u nu rustig vanaf de achtergrond beschouwen?

„Zeker. Nadenken, journalistiek onderzoek doen, interviews schrijven. Over globalisering, de publieke sector, de vergrijzing. En natuurlijk blijf ik beschikbaar voor de partij, voor begeleiding en opleiding bijvoorbeeld. Ik ben vergroeid met de SP en die verkering gaat nooit uit. Maar mijn interesse gaat een andere invulling krijgen.”

Je hoort wel fluisteren: zijn verdiensten voor de SP zijn onbetaalbaar, maar eens moet er een frisse wind komen.

„Precies. Kwestie van timing. Niemand is oneindig, ik zeker niet.”

Hij drukt met zijn vingers de kroket plat zodat die beter tussen het broodje past en neemt een hap. Het is even stil.

Dan zegt hij: „Zoveel zelfreflectie kan ik nog wel aan: ik weet eigenlijk niet of ik het beste al gehad heb.” Hij neemt weer een hap. Ineens een stuk zachter: „Ik denk het eigenlijk wel.”