Marijnissen stapt op tijd op

De grootste verdienste van Marijnissen is dat hij een traditionele arbeiderspartij in stand heeft gehouden, terwijl kapitaal en arbeid veranderden, meent Meindert Fennema.

Tekening Cyprian Koscielniak (persiflage tekening op nieuwe start SP zonder dominerende leider) Koscielniak, Cyprian

Eén keer heb ik heb Jan Marijnissen gesproken, maar die keer zal ik nooit vergeten. Wij waren uitgenodigd door een studentenvereniging uit Delft om te debatteren over het electorale succes van de SP. Ik zei aan het begin van het debat dat ik weliswaar groot respect had voor de wijze waarop de SP oppositie voerde, maar dat ik toch nooit op Marijnissen zou stemmen. Ik was namelijk in mijn jonge jaren als eens lid geweest van de CPN die als voornaamste programmapunt had: lonen omhoog, prijzen omlaag.

Dat had ik niet moeten zeggen. Jan Marijnissen liet in het debat dat volgde geen spaan van mij heel. Hij maakte de zaal duidelijk dat mijn kritiek nergens op sloeg, dat de SP een gedegen en uitvoerbaar programma had en dat hij van mijn goedkope kritiek niet gediend was. Ik legde het volledig af tegen zijn retorisch talent, tegen zijn dossierkennis en tegen zijn debattechniek. Maar Marijnissen maakte één fout: hij stopte niet op tijd. Terwijl ik groggy in de touwen hing merkte ik dat de zaal zich tegen hem begon te keren. Na de eerste vragensteller volgden er meer. Aan het eind van de avond was Marijnissen volledig in het defensief en kon ik bijkomen zonder me verder nog in het debat te hoeven mengen. Hij heeft kennelijk geleerd van die gedenkwaardige avond, want hij stopt nadat hij zijn partij naar een reusachtige verkiezingsoverwinning geleid heeft en wacht niet op het moment waarop aanhangers en omstanders zich tegen hem keren. Nu zou dat op korte termijn zeker niet gebeuren, maar hij is onmiskenbaar over zijn hoogtepunt heen. Zijn opkomst beleefde hij onder de paarse kabinetten. Maar onder Paars was Paul Rosenmöller en niet Marijnissen de oppositieleider in het parlement. Er schuilt iets ironisch in het feit dat zowel Rosenmöller als Marijnissen beiden katholiek en Maoïst zijn geweest. Beiden begonnen als arbeider. Beiden werden de darling van de parlementaire journalistiek. Maar terwijl Rosenmöller uit de bourgeoisie kwam bleef Marijnissen de worstmaker, die zo uit de slagerij was weggelopen. Zijn finest hour beleefde Marijnissen na de moord op Fortuyn, toen Paul Rosenmöller zowel politiek als fysiek onder vuur kwam te liggen. Marijnissen had het multiculturalisme nooit omarmd en onttrok zich daarmee aan de kritiek van de Fortuynisten.

Marijnissen vertegenwoordigt het nationalisme van links. Hij was vóór een herinvoering van de gulden en tegen de Europese eenwording (althans onder de huidige omstandigheden). Dat laatste is misschien wel zijn belangrijkste bijdrage aan het politieke debat. Waar Frits Bolkestein de eer toekomt de islam op de politieke agenda gezet te hebben, daar komt Jan Marijnissen de eer toe Europa tot een politiek issue gemaakt te hebben. Zijn anti-Europese standpunten zijn in mijn ogen altijd gratuit gebleven. Hij heeft nooit voorgesteld dat Nederland zich uit het kapitalistische Europa terug zou trekken. Maar de campagne tegen een Europese grondwet mobiliseerde niet alleen nationalistische sentimenten, het ontmaskerde tegelijkertijd ook de politieke elite die de bevolking juist op het punt van Europa nooit enige inspraak gegund had. In dat opzicht was het populisme van Marijnissen een vorm van democratiseren. Met Marijnissen drong het straatrumoer de Tweede Kamer binnen.

Hij was de vleesgeworden ‘Jan Modaal’ die zich als slachtoffer zag van de globalisering van een hardvochtig neoliberaal beleid en een falende gezondheidszorg. Organisatorisch was zijn huzarenstuk dat hij een sterk groeiende partij bijeen wist te houden.

De SP was en blijft onder Marijnissen een democratisch-centralistische partij, waarbinnen de eenheid vooral bewaard wordt door het charisma van de leider, die nu verder gaat als partijvoorzitter. De SP zal moeten wennen aan een centralistische partijorganisatie met een sterke voorzitter, en een fractie die relatief zelfstandig opereert. Dat laatste wordt een politiek experiment, waaraan de CPN uiteindelijk bezweken is. Maar Marijnissen heeft meer huzarenstukjes uitgehaald. Zijn grootste verdienste is misschien wel dat hij een traditionele arbeiderspartij in stand gehouden heeft in een periode dat de arbeidersklasse spectaculaire veranderingen onderging.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam.