Maar zonder geloof is volledige zelfontplooiing ondenkbaar

Een ongelovige kan moeilijk oordelen over religieuze ervaringen, zegt Matthijs Kronemeijer.

Geloven ontspringt uit overgave en is geen cognitief proces.

Tekening Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Hoe komt het dat religie zo’n heet hangijzer is? Opvallend is dat vooral verstokt seculiere auteurs de religie op de agenda houden. Waar komt die fascinatie toch vandaan?

Ger Groot is naar eigen zeggen (Opinie & Debat, 14 juni) een ongelovige die „probeert in te zien wat de wonderlijke aantrekkings- en overtuigingskracht is van dit verschijnsel waarvan hij de expliciete inhoud (de geloofsovertuigingen) niet deelt”. Zijn antwoord: de religieuze ervaring is een topervaring, te vergelijken met bijvoorbeeld intense kunstbeleving en die samenhangt met woorden als genade en vertrouwen. Tegelijk wijst hij erop dat religie aardser is dan de kunst vanwege de vele concrete vertakkingen van religie: maatschappelijke organisaties, ethiek, liturgie, etcetera.

Groot heeft gelijk wanneer hij de religieuze ervaring centraal stelt als sleutel voor het voortbestaan en in zekere zin het succes van religie in deze tijd. Maar in zijn schets van de religieuze ervaring toont hij zich een buitenstaander en slaat hij op sommige punten de plank mis. Stel dat geloofservaring inderdaad met kunstbeleving te vergelijken valt. Het is toch ondenkbaar dat iemand over een willekeurige kunstvorm zou schrijven, neem de muziek, zonder daar zelf ervaring mee te hebben? Natuurlijk, muziekbeleving is veel gevarieerder dan die ene topervaring, maar geldt dat voor religie niet precies zo? Religie is een morele leidraad, schept sociale verbanden, is mystiek, is media, is theorievorming. Wie niet muzikaal is, is daarom niet minder mens, maar velen zouden zeggen dat hij toch iets mist. Met religieuze ervaring is dat niet anders. Vandaar dat de stem van gelovigen in het debat niet kan worden gemist.

Een uitstekende karakterisering van de religieuze ervaring is afkomstig van de omstreden joodse messias Jezus uit de eerste eeuw van onze jaartelling, die volgens een leerling de uitspraak heeft nagelaten: „Het koninkrijk der hemelen is als een koopman, die op zoek is naar mooie parels: als hij een kostbare parel vindt, gaat hij heen en verkoopt alles wat hij bezit, en koopt die parel.” Jezus schetst in deze ene zin het zoeken, de inzet en de overgave van de mens die op zoek is naar persoonlijke vervulling, en bereid is daarvoor risico’s te nemen, kortom, alles wat kenmerkend is voor de religieuze ervaring.

Religieuze ervaring zou ik niet omschrijven als een topervaring. Een godservaring is zeldzaam, ook al leggen mystieke religieuzen (kloosterlingen, soefimoslims) zich er sterk op toe. Geloven is evenmin een cognitief proces, maar ontspringt uit overgave en erkenning van het feit dat een mens altijd ook afhankelijk is van anderen, en niet de volledige regie kan voeren over zijn eigen leven. Op den duur ontstaat hieruit een levenshouding die als het ware een doorgaande ontwikkeling is. Religieuzen zijn vaak unieke en boeiende persoonlijkheden.

Maar geloven heeft ook concrete, meer aardse aspecten. Kenmerkend voor het geloof zijn voor mij de ervaring van superieure kwaliteit, bijvoorbeeld in religieuze literatuur en kunst; van persoonlijke authenticiteit en een directe binding met waardevol cultuurgoed; van reële verbondenheid met vrienden ver weg in de zondagse eucharistieviering, en de wederzijdse trouw die daaruit mede voortvloeit.

Door mijn vertrouwdheid met de achtergronden van religieuze kunst wordt ook mijn beleving ervan verdiept. Ik waardeer deze kwaliteit, authenticiteit en verbondenheid meer dan wat ik buiten de kring van het geloof aantref, en de grenzen die een dergelijke levenshouding vereist neem ik daarbij voor lief. Sowieso zijn de leefregels die in religieuze voorschriften zijn vastgelegd voor het overgrote deel het gevolg van beperkingen die met de last van de menselijke vrijheid samenhangen, die het mogelijk maken duurzame bindingen aan te gaan en ingrijpende keuzes te maken.

Het grootste deel van het artikel van Groot is gewijd aan de verhouding tussen geloof en wetenschap als concurrerende leveranciers van een samenhangend wereldbeeld. Echter, veel interessanter is de confrontatie tussen geloof en consumentenmaatschappij. Toen bijvoorbeeld een tijdschrift enige tijd geleden levensgrote advertenties plaatste met daarop twee onderlijven in seksuele vereniging, was ik blij dat ik net toen op reis kon naar een ander continent. Ik voelde mij op dat moment in mijn eigen land niet meer thuis. Hoe meer traditionele religieuzen zich erbij gevoeld hebben, laat zich raden.

Het is niet eenvoudig in een gesprek op een verjaardag of een willekeurige sociale gelegenheid duidelijk te maken wat de meerwaarde is van een religieuze binding, terwijl die in feite heel concreet is. Ik wijt dit vooral aan de neiging tot verdringing van religieuze gevoelens en een angst voor het irrationele, zoals die bijvoorbeeld in de anti-religieuze polemiek van Christopher Hitchens duidelijk naar voren komen. Maar ook de verkrampte ontwikkeling van de christelijke kerken is een belangrijke factor is. Al pratende weet je vrijwel meteen waar in de familie van degene tegenover je de christelijke kerk zit, of zat. Ik merk vaak een behoefte over de eigen ontmoeting met religie te praten, waarop meestal echter een zekere distantie volgt.

Religieuze ervaring en religieus gevoel in het algemeen is een volstrekt natuurlijk verschijnsel, misschien inderdaad het best te vergelijken met met muzikale aanleg. De meeste mensen doorlopen één of meerdere levensfases waarin zij bijzonder gevoelig zijn voor religie en op zoek gaan naar een persoonlijke binding. Dit is een kwetsbare situatie, en deze kwetsbaarheid is iets waarmee geestelijken terdege rekening behoren te houden. Maar het is ten diepste een gevoelsuiting die kansen biedt voor persoonlijke verdieping en groei. Wij zijn er echter door de consumptiecultuur aan gewend geraakt dat alle impulsen in de richting van persoonlijke groei en authenticiteit worden platgeslagen en gereduceerd tot instant genot, dat slechts een prijs in geld vraagt en geen persoonlijke inspanning.

De kwaliteit van leven in Nederland zou enorm toenemen, en ook het behoud van de Nederlandse cultuur zou erbij gebaat zijn, als er een meer ontspannen omgang mogelijk zou worden tussen gelovigen en niet-gelovigen.

Drs. M. Kronemeijer is theoloog en arabist. Hij is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de dienst rooms-katholieke geestelijke verzorging bij de krijgsmacht.

Lees het artikel van Ger Groot op nrc.nl/opinie