Karel kan het niet

Nicolien Mizee geeft een cursus verhalen schrijven aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door het schrijfwerk van haar leerlingen. Vandaag over het autobiografisch schrijven.

„Ik word gek van dit verhaal”, zegt Karel. „Ik ben er ziek van. Ik kan blijkbaar niet autobiografisch schrijven. Ik doe het nooit meer.”

„Je moet over alles kunnen schrijven”, zeg ik. „Een verhaal is een verhaal. Wie is de hoofdpersoon, wat wil hij en wat gaat er mis? Meer is het niet. Of het over jou of de neef van Roodkapje gaat, moet niet uitmaken.”

„Maar soms is het moeilijker om jezelf te begrijpen dan een ander”, zegt Martha. Ze ziet er vandaag weer geweldig uit, met een grote gekleurde strik in haar oranje haar. „Ik werd ook gek van die vrouw in mijn verhaal. Ik begréép haar gewoon niet. Jullie weten dat het mijn beste vriendin is overkomen: ze raakte in de ban van een kwakzalver, ze stopte met de medicijnen en ze ging dood. Het was een hele intelligente vrouw! Ik probeer al jaren te begrijpen hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. En daarom wilde ik over haar schrijven.”

„En nu?” vraag ik. „Het verhaal is af. Begrijp je haar nu?”

Martha houdt haar hoofd schuin. „Nee”, zegt ze.

„Een componist begrijpt zijn melodieën toch ook niet?” vraag ik retorisch. „Hij schrijft ze gewoon op. Het is toch niet moeilijk jouw vriendin te begrijpen? Ze kreeg te horen dat ze dood ging, terwijl ze wilde leven. Ze vestigde haar hoop op een kwakzalver en klampte zich eraan vast tot het eind. Wat valt daar nou wel of niet aan te begrijpen? Het is jouw taak om het zo goed mogelijk na te vertellen.”

„Maar als ik er nou ziek van word als ik over mezelf schrijf?” zegt Karel.

„Dan moet je meer afstand nemen! Zet tien stappen naar achteren en laat de wetten van het verhaal erop los!”

Karel is een van mijn beste leerlingen. De cursus loopt op zijn einde. Het liefst zou ik hem aan zijn lurven over deze laatste hindernis heen sleuren.

„Ik wilde over die man schrijven”, zegt Karel. „Omdat het zo’n bizar type was.”

„Bizarre types zijn nooit geschikt voor een verhaal”, zeg ik. „Ze doen de hele tijd maar bizar, dat gaat snel vervelen. Het enige wat wij willen weten is waarom de ik-persoon met die vent blijft omgaan.”

„Ja, dat vroeg iedereen zich af!” zegt Karel. „En ik bleef hem maar verdedigen. Tot het op een dag ineens voorbij was. Ik weet het nog goed. Hij zou langskomen. Ik verstopte mijn portefeuille tussen de handdoeken. Ik zette het alarmnummer in het geheugen van mijn telefoon in geval van nood. En toen dacht ik ineens: ik lijk wel gek.”

Hij zucht diep.

„Nou, dat is dan je verhaal”, zeg ik. „Nu nog even opschrijven.”

„Jij schrijft toch ook autobiografische boeken? Over de sociale dienst, over je familie…”, begint Karel.

„En daar praat ik ook nooit over”, val ik hem in de rede.

„O, jij wil niet over jezelf praten, jij schrijft er gewoon een boek over”, grinnikt Martha.

Zo is het. Niet zeuren – schrijven.