Italianen kunnen vechten – en gaan dus door

Frankrijk0Italië2

Ruststand 0-1. 25. Pirlo (pen.) 0-1, 62. De Rossi 0-2. Scheidsrechter: Michel (Slw). Toeschouwers: 30.000.

Guus van Holland

Italië heeft zich gisteravond gemakkelijk geplaatst voor de kwartfinales van het EK. Frankrijk, dat al na tien minuten zijn beste speler Franck Ribéry verloor door een blessure, en na 25 minuten met tien man verder moest, was geen partij voor de wereldkampioen. De Italianen wonnen met 2-0 door doelpunten van Andrea Pirlo en Daniele De Rossi. Ook door het puntenverlies van Roemenië gaat Italië verder.

Twee voetbalgrootmachten zien strijden voor hun laatste kans op een kwartfinaleplaats van het EK beneemt de voetballiefhebber doorgaans de adem. Een gevecht op leven en dood, aldus de Franse en Italiaanse media in hun voorbeschouwingen. Nuance, geduld en objectiviteit zijn geen opties. Het gaat om vandaag, morgen is voor later, dan volgt een nieuw oordeel.

Maar hoe goed Fransen ook altijd hebben kunnen voetballen – van Raymond Kopa in de jaren vijftig en zestig, Michel Platini, Didier Six en Jean Tigana in de jaren zeventig en tachtig, tot Zinedine Zidane en Thierry Henry in de jaren negentig en begin deze eeuw – vechten voor de laatste kans zoals Italianen dat kunnen zit de Fransen niet in het bloed.

Hoe verwerk je tegenslagen? Italianen zijn het gewend en weten ermee om te gaan. Met 3-0 verliezen van Nederland vraagt om wraak. Net als dat ten onrechte afgekeurde doelpunt tegen Roemenië van Toni dat deed.

Om nog maar te zwijgen van dat doelpunt van Ruud van Nistelrooy, dat in Italië nog altijd (ten onrechte) wordt gezien als een arbitrale fout. De voorzitter van de Italiaanse voetbalbond, Giancarlo Abete, zei te vermoeden dat een pact tegen Italië was gesloten. Van wraak en suspense leven de Italianen. Gewoon het hart laten spreken of de messen slijpen.

Fransen hebben gauw iets wat men flegma of arrogantie kan noemen. Het leven is zo slecht nog niet, zelfs niet na een nederlaag in een voetbalwedstrijd. Henry is een heerlijke voetballer, maar dat is alles.

Vraag het Marco Materazzi, de geweldenaar onder Italiaanse verdedigers. Zoals hij in de finale van het wereldkampioenschap van 2006 de Franse virtuoos Zidane tot wanhoop dreef, met een kopstoot van de Fransman als revanche tot gevolg – dat is Italiaans. Treiteren, sarren en schoppen als alternatief wanneer beschaafd, artistiek voetbal niet langer toereikend is. Het mag allemaal tot de scheidsrechter ingrijpt.

Ach, die Fransen. Hoe lang hebben we niet genoten van Zidane, de veruit mooiste voetballer van de laatste vijftien jaar? En dan waren er Thierry Henry, Lilian Thuram en Patrick Vieira en vele anderen. Toen was er ineens Franck Ribéry en ook weer vele anderen. Juist deze Ribéry was mogelijk in staat geweest de Italianen in zijn eentje te overmeesteren.

Maar al na tien minuten verliet hij op een brancard het veld na een onschuldig duel met Gianluca Zambrotta. Frankrijk was aangeslagen. Nog meer onheil wachtte. Een kwartier later werd Luca Toni, een spits die elk team zich wenst, in het strafschopgebied neergehaald door Eric Abidal. De strafschop werd door Pirlo benut: 1-0. Abidal kreeg een rode kaart. Voilà, dat was Frankrijk.

Halverwege de tweede helft maakte De Rossi 2-0 uit een vrije trap voor Italië. Niets wisten de Fransen aan te richten voor het doel van Gianluca Buffon. Fransen kunnen niet vechten. Italianen wel, zeker in het voetbal. En wie is straks verbaasd als de squadra de volgende tegenstander verslaat en daarna Europees kampioen wordt? Geen enkele Italiaan.

    • Guus van Holland