Felle strijd om hoogste post bij IOM

De Internationale Organisatie voor Migratie speelt een sleutelrol in het debat over migratie, maar is nu bitter verdeeld over de verkiezing van een topman.

De verkiezingen voor een nieuwe baas van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), vandaag in Genève, zijn de spannendste die ze ooit bij IOM hebben beleefd. Dit weekend nog bestookten de vier kandidaten – twee Amerikanen, een Canadees en een Italiaan – ambassadeurs en topfunctionarissen van de 123 IOM-lidstaten met faxen, telefoontjes, e-mails en zelfs bezoeken.

Bij alle voorgaande verkiezingen sinds de oprichting in 1951 was er één ‘consensuskandidaat’, gesteund door alle lidstaten. Op één keer na (toen een Nederlander werd gekozen) waren dat altijd Amerikanen. Ditmaal zijn lidstaten tot op het bot verdeeld – het personeel zo mogelijk nog meer. Sommige medewerkers hebben campagne gevoerd voor Brunson McKinley, een 65-jarige Amerikaan die al tien jaar directeur-generaal is en een derde termijn wil. Anderen, onder wie McKinleys eigen vice-directeur-generaal, willen dat McKinley vertrekt. Hoe hoog de sentimenten oplopen, blijkt onder meer uit een interne e-mailuitwisseling die in het bezit is van deze krant.

McKinley, daar zijn velen het over eens, heeft goede dingen voor IOM gedaan. Hij heeft de organisatie, die was opgericht om naoorlogse vluchtelingen in Europa terug naar huis te brengen (of elders te integreren), een sleutelrol gegeven in het internationale migratiedebat. Anders dan de vluchtelingenorganisatie UNHCR hoort IOM niet tot de VN-familie. Daardoor kan ze makkelijker experimenteren met tijdelijke arbeidsmigratie of terugkeer van economische gelukszoekers.

Traditionele VN-hulpverleners kijken hierop neer, maar regeringen zoeken onorthodoxe oplossingen nu oncontroleerbare migratiestromen bovenaan de politieke agenda staan. Het aantal lidstaten is in tien jaar verdubbeld. De begroting steeg tot 950 miljoen dollar in 2007, waarvan 500 miljoen uit Europa en 200 miljoen uit de VS komt.

Velen vinden echter dat het tijd is dat McKinley vertrekt. Zijn managementstijl zou steeds autoritairder worden. Hij zou zich omringen met enkele getrouwen en anderen passeren. Hij zou bij beleidsbeslissingen en promoties de interne regels schenden.

„Niet regels staan meer centraal bij IOM, maar Brunsons persoonlijke voorkeuren”, zegt Jan de Wilde, een Amerikaan die tot zijn pensionering in mei hoofd was van IOM Londen. „Hij voert een schrikbewind. Er wordt gepest, geïntrigeerd. Mensen weten niet meer waar ze aan toe zijn. Als Brunson op kantoor is, is de sfeer niet te harden. Mensen zijn als herten in felle koplampen: verlamd van angst.”

In 1998 besloten de lidstaten dat een directeur-generaal maximaal twee termijnen van vijf jaar mag aanblijven. Maar onvoldoende landen hebben die maatregel geratificeerd. Technisch is McKinley’s verlangen naar een derde termijn daarmee legaal. Vooral westerse landen hebben echter twijfels. McKinley heeft zwaar voor zijn herverkiezing gelobbyd bij derdewereldlanden.

De Wilde kreeg laatst een brief onder ogen van de IOM-personeelsvereniging aan de lidstaten, waarin stond hoe voortreffelijk hun samenwerking met McKinley is. De Wilde, ex-bestuurslid van de vereniging, had andere ervaringen en vermoedde dat McKinley erachter zat. Met vijf andere bureauhoofden, zoals die in Kiev en Wenen, klaagde hij bij de vereniging dat de brief „eenzijdig” was en de „zorgen van het personeel over het gebrek aan transparantie bij benoemingen” en „manipulatie van het personeelsbeleid” onvolledig weergaf. Zo zou McKinley tweemaal een gerechtelijk vonnis hebben genegeerd voor eerherstel voor een gepasseerd personeelslid. Ook zou hij geprobeerd hebben zijn adjunct weg te pesten.

De personeelsvereniging en de zes e-mailschrijvers beschuldigen elkaar nu van inmenging in de verkiezingscampagne.

Deze interne polarisatie begint tot de buitenwereld door te dringen. Dat lijkt McKinleys kansen te verkleinen. De Belgische Europarlementariër Bart Staes, die de besteding van Europees geld bij IOM controleert, noemt McKinley’s reputatie „bijzonder kwalijk”.

Washington heeft een tegenkandidaat: de carrièrediplomaat William Swing (74). De Europese landen steunen diverse kandidaten. Zo staat Nederland achter Swing, Spanje achter McKinley. De winnaar moet tweederde van de lidstaten achter zich verzamelen.