En alles

Ken je die mensen? Die van alle nieuwe taaldingen zeggen: ‘O afschuwelijk! Ik kan dat niet aanhoren!’ Toen ‘doei’ net in de mode kwam, kon je hele volksstammen op brancards weggevoerd zien worden, omdat er collectieve onpasselijkheid heerste.

Ik ken het gevoel wel, dat je niet mee wil gaan in een nieuwe taaltrend, omdat je denkt dat je er te goed voor bent. Het woord ‘vet’ (in de betekenis van ‘ik vind brommers vet’) is er bij mij nooit ingekomen, en dat gaat waarschijnlijk ook niet meer gebeuren.

Maar soms is er ook een taalontwikkeling die fout en dom is, maar waar je toch meteen een warm gevoel bij krijgt. Ik heb dat bij de toevoeging ‘en alles’. Het leuke aan ‘en alles’ is dat je het werkelijk overal achteraan kan plakken. ‘En toen ging ik naar Oostenrijk en alles, en daar heb ik haar leren kennen en alles.’ ‘Ik hou van sportvissen en alles.’ Kinderen zijn er ook dol op: ‘Troy was jarig en die deelde uit en alles.’

‘En alles’ betekent niet echt iets, het is het taalkundige equivalent van een langzaam uitdovende kaars. De spreker zou nog veel meer kunnen toevoegen, maar besluit dat niet te doen. Vaak gaat de blik op oneindig als ‘en alles’ ingezet wordt; ‘alles’ is zo veel dat het verstand erbij stil staat.

Prinses Máxima had mijn hart pas echt gestolen toen ze er bij het eerste televisie-interview, jaren geleden, ineens een ‘en alles’ in gooide. Zou Willem Alexander nooit doen. Ik denk dat Máxima ook ‘doei’ zegt, en wie weet ook wel ‘vet’.

Alleen mensen die zogenaamd alles goed zeggen, die gebruiken ‘en alles’ natuurlijk nooit. Terwijl het zo leuk zou zijn. Bijvoorbeeld in de Tweede Kamer: ‘We gaan vandaag debatteren over de asielwetgeving en alles.’