De loods verlaat weer eens een schip

Agnes Kant?Hè nee.

Ik loop de overige 23 fractieleden van de SP langs, en zou het waarachtig niet weten. Je kent die mensen amper, omdat Jan er altijd voor stond. Zijn ze bijvoorbeeld verstandig genoeg om de internationale rokkenjager Harry van Bommel geen kans te geven?

Maar misschien moet je zo niet redeneren. Misschien zouden niet alleen Agnes en Harry, maar ook Ewout Irrgang, Ronald van Raak en Paul Ulenbelt prima kandidaten voor de opvolging zijn. Alleen prijzers van voorbije tijden denken altijd dat de Partij van de Arbeider na Jaap Burger ook nooit meer een behoorlijke fractievoorzitter heeft gehad.

Maar Mariëtte Hamer dan?

Ik wilde vorige week naar haar congresspeech luisteren. „Partijgenoten, laten we er niet omheen draaien”, viel ze met de deur in huis. „Als je naar de peilingen kijkt, dan worden we daar niet vrolijk van.”

Stijl Marijnissen eigenlijk, stijl ‘effe dimme’. Ze heeft alleen haar stem niet mee. Die heeft iets lijzigs, alsof ze de mouwen wel wil opstropen, maar dan langzaam.

Ze zei dat de cijfers van Maurice de Hond niet logen, maar dat ze de pest had aan de beschuldigende suggesties die achter de peilingen schuilgingen. En daarna noemde ze vijf of zes van die beschuldigingen, met de boodschap dat ze er van baalde. Dat ze dat woord vijf of zes keer herhaalde stond me bij de eerste keer al tegen, om de eenvoudige reden dat ik er een godsgruwelijke hekel aan heb – een aversie die alleen nog maar erger kan worden wanneer iemand ook nog verzekert dat hij ‘baalt als een stekker’. Het retorisch rendement als je een bepaalde zinswending tot vijf of zes keer toe herneemt, is overigens gegarandeerd. Als Martin Luther King toentertijd in Washington zijn kwart miljoen toehoorders niet steeds ‘I have a dream’ had toegeroepen, was hij in 1963 door Time nooit tot man van het jaar uitgeroepen.

Maar Mariëtte had geen droom. Mariëtte baalde.

Haar toespraak heb ik op de congresdag ook niet verder gevolgd.

Later vond ik de tekst van de redevoering nog op haar weblog, en toen heb ik haar alsnog helemaal uitgelezen.

‘Daar werden wij niet vrolijk van’, zou ik hebben gezegd als ik haar was geweest.

Heeft ze zich die middag nou gericht tot geestverwanten (partijgenoten) van een ideële beweging die de wereld wil verbeteren, te beginnen bij Nederland? Of sprak ze onder een overheadprojector met grafieken tot een verzameling Volkswagendealers die in deze barre dagen van dure benzine en demoniserende antiautocampagnes niettemin alles uit de kast moesten halen om in 2009 toch weer de omzet van 2007 te halen?

Later op dat congres sprak ook nog de politiek leider van haar partij. Die hield zijn achterban voor dat Marco, Dirk, Robin, Arjen en Wesley, die een paar maanden geleden ook dramatisch in de peilingen waren gezakt, uiteindelijk toch nog van Italië hadden kunnen winnen.

Niveau. Je hebt ’t of je hebt ’t niet.

En vergis ik me nou als ik zeg dat honderdvijftig, en honderd, en vijftig en zelfs nog twintig jaar geleden meer politici ’t hadden dan nu? Je ziet als televisiekijker nog heel vaak heel fatsoenlijke mensen in Den Haag langskomen. Arie Slob die zonder al te veel ledenverlies een voorwaardelijk homovoorstel aan het orthodoxe christendom heeft gesleten.

Of Pieter van Geel van wiens schouders je altijd kunt aflezen dat hij de hele dag op eieren loopt maar er niet één wil breken. Of Mark Rutte die in Londen een weekje stage heeft gelopen bij de conservatieven. Dankzij het Binnenhofdecor lijken ze vaak nog wat.

Maar veel Marijnissens zie ik er niet meer tussen.

Jan Blokker is columnist van nrc.next