De Benelux blaast zichzelf nieuw leven in

Gisteravond werd in Den Haag een nieuw verdrag voor de Benelux getekend. De drie landen gaan nauwer met elkaar samenwerken, op meer terreinen.

Eén minister-president uit Nederland, één uit Luxemburg en maar liefst vier uit het koninkrijk België kwamen er gisteravond in de Ridderzaal in Den Haag aan te pas om hun handtekening te zetten onder het nieuwe Benelux-verdrag. De drie landen gaan nauwer samenwerken. Niet alleen op economisch terrein, zoals al sinds 1960 gebeurt, maar ook op het gebied van justitie, binnenlandse zaken en duurzame ontwikkeling. Als het nieuwe verdrag van kracht wordt, zal dan ook niet langer gesproken worden over Benelux Economische Unie, maar van Benelux Unie.

De Benelux. Een begrip in de jaren vijftig en zestig, maar „vandaag de dag niet echt tot de verbeelding sprekend”, zoals de Nederlandse minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteravond zei. De Benelux leidt, naarmate de rol van de Europese Unie groeit, een steeds marginaler bestaan. Een relict uit het verleden, een afkickcentrum voor gewezen politici, zo werd de Benelux wel afgedaan. „Economisch is de missie volbracht. Politiek wordt het op afzienbare tijd toch niks. Dus ik zou zeggen: hou er mee op! Wat er nu nog onder het mom van de Benelux gebeurt, kan net zo goed bilateraal. Maar niemand durft de stekker eruit te trekken”, aldus politicoloog Jaap Hoogenboezem van de Universiteit van Maastricht ruim een jaar geleden in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. De Leuvense hoogleraar Maarten Vidal noemde de Benelux een „perfecte illustratie van de wet van de institutionele inertie, die aanspoort tot het behoud van bestaande organisatiestructuren”.

Opheffen is voor Nederland nooit een optie geweest. Maar de Benelux moest na het aflopen van het huidige samenwerkingsverdrag in 2010 wel een meerwaarde krijgen. Die is er, volgens de drie landen, nu met het nieuwe verdrag. De douane-unie waar het mee begon, wordt uitgebreid met een aantal concrete beleidsterreinen. Er komt een meerjarig gemeenschappelijk werkprogramma dat jaarlijks wordt aangepast. Dit kan nu het verdrag het karakter van een raamovereenkomst heeft, waardoor sprake is van meer flexibiliteit. Dezelfde flexibiliteit maakt het eenvoudiger om samen te werken met andere regio’s.

In dit verband noemde zowel de Belgische premier Leterme als zijn Luxemburgse collega Juncker de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen als voorbeeld. Volgens de Nederlandse secretaris-generaal van de Benelux, Jan van Laarhoven, zal het samenwerkingsverband van de drie landen nu in elk geval „meer resultaatgericht en transparanter kunnen werken”.

In het werkprogramma 2009-2012, dat gisteren eveneens werd gepresenteerd, staat bijvoorbeeld dat de bestaande samenwerking op de elektriciteitsmarkt wordt uitgebreid tot de gasmarkt, zodat ook daar sprake is van volledige integratie en zogeheten bevoorradingszekerheid. Voorts zullen afspraken worden gemaakt over duurzame ruimtelijke inrichting. De strijd tegen fiscale fraude wordt uitgebreid naar de vastgoed- en bouwsector.

Niet in de verdragstekst vastgelegd, maar wel als intentie uitgesproken, is de wil van de drie Beneluxlanden om ook tot een intensieve politieke samenwerking te komen. Meer dan nu reeds het geval is, zal Europees overleg worden voorbesproken met als streven een gezamenlijk standpunt.

Premier Juncker wees er gisteren op dat tijdens toppen van de Europese regeringsleiders de Beneluxpremiers al geregeld namens elkaar het woord voeren. In een politieke verklaring, die gisteren is uitgegeven, zeggen de drie regeringen dat het nieuwe Europese Verdrag het voor de Benelux mogelijk maakt nauwer samen te werken op institutioneel gebied en buitenlands en defensieterrein.