Benelux wil zichzelf nieuw leven inblazen

Gisteravond werd in Den Haag een nieuw verdrag voor de Benelux getekend.

De drie landen gaan nauwer met elkaar samenwerken, én op meer terreinen.

Gezamenlijke oefening van politiekorpsen uit Benelux-landen. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland,Ossendrecht, 05-04-2007 Grootschalige oefening Nederlandse en Belgische ME Politieacademie, locatie Ossendrecht. De oefening wordt georganiseerd in het kader van het Beneluxverdrag waarin grensoverschrijdend politieoptreden binnen de Benelux is geregeld. De oefening verloopt aan de hand van re‘le praktijksituaties waarbij sprake is van verstoring van de openbare orde. Er is een oefening waarbij Belgische en Nederlandse ME gezamenlijk een groep voetbalsupporters in en uit een trein begeleiden. Ook worden in het oefendorp situaties nagebootst waarbij de ME-pelotons gezamenlijk barricades moeten verwijderen en een wijk moeten ontruimen. De demonstranten gooien met houten blokjes die door de organisatie zijn uitgedeeld om te dienen als nep stenen. Tijdens de oefening kunnen eenheden AE, Bratra, beredenen en de waterwerper uit beide landen worden ingezet. De Politieacademie organiseert deze oefening in samenwerking met de Belgische Federale Politie, het korps Limburg-Zuid, het Landelijk Operationeel Cošrdinatie Centrum (LOCC), het Ministerie van Binnenlandse Zaken, KLPD/Dinpol en de Nederlandse Ambassaderaad politi‘le en justiti‘le samenwerking. Het Beneluxverdrag, dat sinds 1 juli 2006 van kracht is, stelt de politie in staat grensoverschrijdende criminaliteit en verstoring van de openbare orde in de Benelux te kunnen bestrijden. Het betekent ook dat in overleg met Belgi‘ en Luxemburg Nederlandse politiemensen in de Benelux kunnen worden ingezet. Om het verdrag zo zorgvuldig en effectief mogelijk uit te voeren, zijn gezamenlijke oefeningen noodzakelijk. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Eén minister-president uit Nederland, één uit Luxemburg en maar liefst vier uit het Koninkrijk België kwamen er gisteravond in de Ridderzaal in Den Haag aan te pas om hun handtekening te zetten onder het nieuwe Benelux-Verdrag. De drie ‘lage landen’ gaan nauwer samenwerken. Niet alleen op economisch terrein, zoals al sinds 1960 het geval is, maar ook op het gebied van justitie, binnenlandse zaken en duurzame ontwikkeling. Als het nieuwe Verdrag van kracht wordt zal dan ook niet langer gesproken worden over Benelux Economische Unie, maar van Benelux Unie.

De Benelux. Een begrip in de jaren vijftig en zestig, maar zoals de Nederlandse minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteravond zei: „vandaag de dag niet echt tot de verbeelding sprekend van mensen”. De Benelux is naarmate de rol van de Europese Unie toenam, een steeds marginaler bestaan gaan leiden. Samenwerking speelde zich sindsdien op een ander niveau af. Een relict uit het verleden, een afkickcentrum voor gewezen politici, zo werd de Benelux wel afgedaan. „Economisch is de missie volbracht. Politiek wordt het op afzienbare tijd toch niks. Dus ik zou zeggen: Hou er mee op! Wat er nu nog onder het mom van de Benelux gebeurt, kan net zo goed bilateraal.

Maar niemand durft de stekker eruit te trekken”, aldus politicoloog Jaap Hoogenboezem van de Universiteit van Maastricht ruim een jaar geleden in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. De Leuvense hoogleraar Maarten Vidal noemde de Benelux een „perfecte illustratie van de wet van de institutionele inertie, die aanspoort tot het behoud van bestaande organisatiestructuren”.

Opheffen is voor de Nederlandse regering nooit een optie geweest. Maar de Benelux moest na het aflopen van het huidige samenwerkingsverdrag in 2010 wel een duidelijke meerwaarde krijgen. Die is er, volgens alle drie de landen, nu met het nieuwe Verdrag. De douane-unie waar het destijds mee begon zal worden uitgebreid met een aantal vastomlijnde concrete beleidsterreinen. Er komt een meerjarig gemeenschappelijk werkprogramma dat jaarlijks zal worden aangepast. Dit is mogelijk geworden omdat het nieuwe Verdrag het karakter van een raamovereenkomst heeft gekregen waardoor er sprake is van meer flexibiliteit. Dezelfde flexibiliteit maakt het eenvoudiger om samenwerking met andere regio’s aan te gaan.

In dit verband noemden zowel de Belgische premier Leterme als zijn Luxemburgse collega Juncker de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen als voorbeeld. Volgens de Nederlandse secretaris-generaal van de Benelux, Jan van Laarhoven, zal het samenwerkingsverband van de drie landen nu in elk geval „meer resultaatgericht en transparanter kunnen werken”.

In het werkprogramma 2009-2012, dat gisteren eveneens werd gepresenteerd, staat bijvoorbeeld dat de bestaande samenwerking op het terrein van de elektriciteitsmarkt zal worden uitgebreid tot de gasmarkt, zodat daar ook sprake is van volledige integratie en zogeheten bevoorradingszekerheid. Voorts zullen afspraken worden gemaakt over de duurzame ruimtelijke inrichting van de Benelux. De strijd tegen fiscale fraude wordt uitgebreid naar de vastgoed- en bouwsector.

Niet in de verdragstekst vastgelegd, maar wel als intentie uitgesproken, is de wil van de drie Benelux-landen om ook tot een meer intensieve politieke samenwerking te komen. Meer dan nu reeds het geval is zullen Europese overleggen onderling worden voor besproken met als streven een gezamenlijk standpunt in te nemen.

Premier Juncker wees er gisteren op dat tijdens toppen van de Europese regeringsleiders de premiers van de Benelux-landen al geregeld namens elkaar het woord voeren. In een politieke verklaring, die gisteren is uitgegeven, zeggen de drie regeringen dat het nieuwe Europese Verdrag het voor de Benelux mogelijk maakt nauwer te gaan samenwerken op institutioneel gebied en buitenlands- en defensieterrein.