Afghaans offensief

Het zomerse vechtseizoen in Afghanistan is weer begonnen. Maar er is een verschil met vorige jaren. Het offensief van de Talibaan en gewapende groepen is nu heviger. Zelfs Kandahar ligt sinds vorige week in het schootsveld van de guerrillero’s. Bij Kandahar hebben de Talibaan inmiddels tien dorpen ingenomen, die als uitvalsbasis kunnen dienen voor een aanval op de tweede stad van Afghanistan en de geallieerde luchtmachtbasis op circa 35 kilometer.

Troepen van de NAVO worden gehergroepeerd en versterkt om dat te voorkomen. Maar de Talibaan hebben hoe dan ook het initiatief. Dat bleek vorige week bij een aanval op de gevangenis van Kandahar, waarbij ruim duizend gedetineerden konden ontsnappen. Symbolischer kan het bijna niet.

Nog verontrustender is de voortgaande internationalisering van de oorlog. Afgelopen weekeinde dreigde president Karzai van Afghanistan met een militaire interventie in Pakistan. De Talibaan kunnen zich daar in de tribale grensgebieden vrijelijk bewegen. Die aankondiging was een beetje mal. Karzai heeft zelfs in zijn eigen land amper militaire macht.

Maar het idee was, gelet op de Amerikaanse luchtaanvallen van vorige week dinsdag op doelen in Pakistan, toch niet helemaal potsierlijk. Meer en meer verplaatst het probleem zich naar dit buurland, dat zich op zijn beurt steeds minder gelegen laat liggen aan de VS. De regering van Pakistan werkt zelfs aan een soort wapenstilstand in de grensgebieden, waarop het reguliere leger toch geen greep heeft. Hoe dat akkoord ook uitpakt, Pakistan is geen vanzelfsprekende bondgenoot meer voor de VS.

Dat proces vergroot de geografische ruimte waar het anti-westerse terrorisme kan gedijen alleen maar verder. En ondermijnt bovendien de strategie die de NAVO op haar laatste topconferentie in april in Boekarest heeft ontvouwd. In de Roemeense hoofdstad heeft het bondgenootschap zijn hoop gevestigd op ‘Afghanisering’ van het conflict. Zo moet het Afghaanse leger volgend jaar al zelfstandig kunnen opereren.

Het zomeroffensief van de Talibaan maakt duidelijk dat ‘Afghanisering’ wat meer voeten in de aarde heeft. Het idee dat de NAVO in Afghanistan bezig is met een wederopbouwmissie, die binnen afzienbare tijd vruchten zal afwerpen, dreigt zelfs een illusie aan het worden. De International Security Assistance Force moet rekening houden met een chronische strijd, waarbij beheersing het hoogst haalbare is.

Dat perspectief raakt ook Nederland. In najaar 2010 draagt Nederland zijn „leidende rol” in Uruzgan over aan bondgenoten, waarna de Nederlandse troepen binnen drie maanden hun spullen pakken om naar huis te keren. Maar zo simpel zal het niet gaan. Vertrekken is altijd al moeilijker dan interveniëren. Het zou een soort zinsbegoocheling zijn om de indruk te wekken dat de Nederlandse betrokkenheid bij Afghanistan op oudejaarsavond 2010 ongemerkt voorbij zal zijn gegaan. Het kabinet moet zich voorbereiden op het ergste en daarbij ook open kaart spelen jegens de burgers.