Aardig

Als jongen onderhield ik een poosje een Kick Wilstra-achtige wensdroom waarin ik, spelend in een voetbalelftal van hoogst begaafde, alleraardigste leeftijdgenoten, als rechtsbuiten telkens het winnende doelpunt scoorde. We vonden elkaar allemaal even sympathiek en we vochten als leeuwen. Onze leider was een zachtzinnige, maar vastberaden man.

Wie had kunnen denken dat die droom vijftig jaar later alsnog zou uitkomen? Ik speel weliswaar zelf niet meer mee, maar ik mag wel toekijken. Is het een wonder dat ik me af en toe als ik naar het Nederlands elftal kijk in mijn arm knijp om te controleren of het wel allemaal klopt?

Per slot van rekening ben ik representant van een voetbalgeneratie die zwaar getraumatiseerd is door twee verloren WK-finales en vaak zeer teleurstellend gedrag van de vedetten, of het nu om Johan Cruijff ging die weer eens bedankte voor de eer, of om Edgar Davids die vond dat de coach niet langer zijn hoofd in de reet van een of andere speler moest stoppen.

De sfeer in en rond het elftal is nu zo onwerkelijk goed dat het bijna beklemmend begint te worden. Het lijkt wel de zomerweek op Almere-strand voor Libelle-lezeressen. Hoe lang kan dat nog zo doorgaan? Lang genoeg om Europees kampioen te worden?

Ik wil best geloven dat door een wonderbaarlijke samenloop van omstandigheden de beste voetballers van Nederland ook de aardigste jongens van Nederland zijn, maar ik ken de mensheid inmiddels goed genoeg om te weten dat er altijd boosaardige uitzonderingen bij zijn die hun kans afwachten.

Wie kunnen dat zijn?

Om me tot het basiselftal te beperken: Van der Sar, Mathijsen, Van Bronckhorst, Kuijt en Robben staan boven iedere verdenking. Dit zijn de gouden jongens met wie ik in mijn dromen voetbalde. Van der Sar was een soort oudere broer, die mij extra vaak met een knipoog de bal toewierp, Kuijt sloeg zijn arm om me heen als een van mijn doelpunten werd afgekeurd en Van Bronckhorst legde me liefdevol op de brancard als ik getorpedeerd was door een back (wij hadden, achteraf bezien, eigenlijk een nogal homoseksueel elftal).

Helaas moet ik nu toch overgaan op enkele twijfelgevallen.

Boulahrouz straalt iets nurks en voor Geert Wilders, Rita Verdonk en Gregorius Nekschot misschien zelfs iets onheilspellends uit. Hij zou plotseling kunnen radicaliseren in het soort woede waaronder altijd veel frustratie heeft gescholen. Van der Vaart en De Jong zijn in de kern aardige mensen, maar ze lijken me beïnvloedbaar door kwaadaardige naturen.

Komen we bij de échte risicogroep: Sneijder, Van Nistelrooij en Van Persie.

De oogopslag van Sneijder begint nu al elke dag een tikkeltje arroganter en dus Ajaxachtiger te worden. Van Marwijk, opvolger van Van Basten, is gewaarschuwd (vooral als hij zijn schoonzoon Van Bommel terughaalt).Van Persie is aardig voor Van Basten, omdat die hem als vondeling van de stoep van het weeshuis heeft gehaald, maar hij heeft een meedogenloze hunkering naar erkenning. Wie hem te vaak als invaller gebruikt, speelt met vuur. En diep in Van Nistelrooij smeult een anti-Ajax-complex dat plotseling als een benzinebom het hele spelershotel in de as kan zetten.

Maar tegen de Zweden of de Russen moeten we het nog kunnen redden.