‘Wij kopten moeten ons gedeisd houden in Egypte’

De Egyptische regering houdt vol dat er geen tegenstelling bestaat tussen de moslimmeerderheid en de christelijke minderheid. Maar het herhaalde geweld onderstreept de spanning.

Een koptische geestelijke vertelt hoe het Abu Fanaklooster in Zuid-Egypte de dag tevoren, op 31 mei, werd beschadigd bij een aanval door moslims. Foto AFP A Coptic cleric describes on June 01, 2008 how the Abu Fana Monastery, near the city of Minya, 400 kilometers (250 miles) south of Cairo, was damaged during clashes between Muslims and Christians over a land dispute. Angry Egyptian Christians demonstrated in the southern town of Mallawi today against what they said was government inaction in the face of repeated attacks by Muslims against their community. At least 300 Coptic Christians gathered outside the main church in Mallawi a day after gunmen stormed a historic monastery and kidnapped three monks sparking clashes that left one person dead and four wounded. The clashes between Muslims and Christians broke out on yesterday when the monks at the ancient Abu Fana monastery began building a wall around neighbouring property after receiving final approval earlier this year. AFP PHOTO/STR AFP

De Egyptische staatsveiligheidsdienst heeft massaal positie ingenomen voor de Sint Marcuskerk in het armzalige stadje Mallawi aan de Nijl, bijna 300 kilometer ten zuiden van Kairo. Enkele tientallen koptische christenen houden een protestactie voor de poort en eisen dat er een eind komt aan de aanvallen op hun gemeenschap. Agenten zijn bezig spandoeken te verwijderen. In de kerk krijgt pater Paulus van een politieofficier te verstaan dat hij de namen van de actievoerders schriftelijk moet overdragen.

„Ziet u, ze drukken liever een kleine demonstratie de kop in dan ons te beschermen”, zegt hij even later in zijn kantoor naast het gebedshuis. Hij doelt op een aanval op het Abu Fanaklooster in de nabijgelegen woestijn, eind vorige maand. Monniken en christelijke bouwvakkers werden door moslims uit de omgeving beschoten, afgetuigd en ontvoerd. „Allemaal omdat ze, nota bene met toestemming van de gouverneur, een muurtje om het klooster bouwden.” Op zijn computer toont hij foto’s van drie monniken die met schotwonden in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Het incident staat niet op zichzelf. Het Abu Fanaklooster is de afgelopen twee jaar herhaaldelijk aangevallen. In het zuiden van Egypte, waar relatief veel kopten leven, en in de noordelijke stad Alexandrië zijn er vaak gewelddadige conflicten tussen moslims en christenen. In veel gevallen zijn geruchten over een liefdesverhouding tussen een moslim en een christen de oorzaak van botsingen. Anders betreft het juist ongewenste intimiteiten of de vermeende ontvoering van een meisje. Ook zijn verbouwingen van kerken vaak aanleiding voor gevechten.

De regering houdt vol dat er geen religieuze tegenstellingen bestaan. Maar de massale inzet van de veiligheidsdienst na elk incident duidt op onderhuidse spanningen en de angst voor sektarische gewelduitbarstingen.

De overgrote meerderheid van de Egyptenaren is sunnitisch; naar schatting 6 tot 10 procent koptisch christen. Er zijn geen officiële statistieken, ondanks de verplichting van elke staatsburger om zijn of haar geloofsovertuiging bij het bevolkingsregister op te geven en op het identiteitbewijs te vermelden. Over het algemeen leven en werken moslims en christenen vreedzaam naast elkaar. De grondwet garandeert de vrijheid van geloofsovertuiging en gelijke behandeling. Maar kopten klagen al sinds jaar en dag over discriminatie. Zo worden zij niet of nauwelijks aangenomen voor posities bij de politie, veiligheidsdienst of de rechterlijke macht. En in tegenstelling tot moskeeën moeten voor uitbreidingen, verbouwingen of renovaties van kerken omslachtige procedures worden doorlopen en is toestemming van de gouverneur vereist.

Maar het geweld tegen kopten en de manier waarop de politie reageert baren de gemeenschap de meeste zorgen. „Ze doen altijd hetzelfde. Ze arresteren een paar moslims en een paar christenen om de indruk te wekken dat beide partijen evenveel schuld hebben”, zegt pater Paulus. „Dan dwingen ze een traditionele verzoeningssessie af waar iedereen elkaar de hand moet schudden en daarna, als beloning, laten ze de gevangenen weer gaan.” Hij legt uit dat het conflict rond het Abu Fanaklooster meer heeft te maken met afpersing dan met religieuze onenigheid. „Maar omdat de daders telkens vrijuit gaan, denken ze dat ze carte blanche hebben om kopten aan te vallen.” Een oudere parochiaan valt hem bij: „Er zouden geen problemen zijn als de politie gewoon de wet handhaaft.” Waarom doet ze dat niet? „Vaak gewoon omdat de lokale officieren een hekel aan christenen hebben.”

Ook dit keer zijn er zowel enkele moslims als christenen opgepakt, maar de koptische paus Shenouda III weigert de gebruikelijke verzoeningssessie te steunen. Hij eist dat de daders eerst worden veroordeeld. „Dit incident is extra gevaarlijk, omdat een van de aanvallers werd doodgeschoten”, verklaart Yusuf Sidhom, hoofdredacteur van het overwegend christelijke weekblad Watani. Hij vreest wraak van moslimextremisten omdat in de media ten onrechte werd gemeld dat een van de monniken had geschoten. „Dat geeft aanleiding voor de toch al bestaande verdenking dat christenen een groot wapenarsenaal in kerken en kloosters verborgen houden.”

Sidhom spreekt van een ziek milieu van armoede, overbevolking en werkloze jeugd waardoor mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. „Veel moslims zijn ervan overtuigd dat kopten worden voorgetrokken door de staat. Ze denken dat president Mubarak onder Amerikaanse druk staat om de christenen te beschermen.” Dat gevoel wordt aangewakkerd door de welhaast onvoorwaardelijke steun van de koptische paus aan het regime van Mubarak.

Op hun beurt voelen veel kopten zich juist gediscrimineerd door de overheid en geïntimideerd door de voortdurende islamisering van de maatschappij. „Als reactie trekken veel christenen zich terug binnen de muren van de kerk”, aldus Sidhom. „Hun hele sociale leven speelt zich af rond de kerk, ze worden conservatiever en zetten zich af tegen de islamitische meerderheid.” Hij meent dat de koptische kerk daarbij een kwalijke rol speelt. „Kerkvaders moedigen dit alleen maar aan, want hoe meer mensen bij hen bescherming zoeken, des te machtiger wordt de kerk”, aldus de journalist, die regelmatig de woede van de paus over zich afroept. „De mensen moeten juist worden aangemoedigd om meer naar buiten te treden zodat ze geen vreemden worden in hun eigen land.”

In de kerk van Mallawi knikt Ashraf bevestigend. De 29-jarige timmerman wil niet met zijn achternaam in de krant, niet zozeer uit angst voor moslims, maar voor represailles van de politie. „Onze ouders hebben ons altijd opgevoed met de boodschap dat we ons gedeisd moeten houden.” Hij noemt het een onnatuurlijke, maar noodzakelijke overlevingsstrategie. „Wanneer ik er thuis over begin, wijst mijn vader me altijd op de conflicten in de jaren negentig.” Mallawi en het overkoepelende gouverneurschap Minia waren jarenlang het toneel van een bloedige strijd tussen de staatsveiligheidsdienst en moslimextremisten die regelmatig terreuracties uitvoerden tegen kopten. „Alles wat met religie van doen heeft, ligt hier heel gevoelig. Het kleinste incident kan aanleiding zijn voor een geweldsuitbarsting”, aldus Ashraf. „Daarom moeten we dankbaar zijn voor de bescherming van de staat.”