Wetgeven is vooruitzien

Nederland, Tilburg, 16-06-08 Rob van Gestel van UvT. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Veel goedbedoelde wetten pakken verkeerd uit. De Huurbeschermingswet verstoort de woningmarkt en stimuleert het ‘scheefwonen’ door rijke huurders. De Wet op de orgaandonatie bracht aanvankelijk niet meer, maar juist minder donoren. De wetgeving rond de gratis schoolboeken leidt tot een duur fiasco.

„Of neem de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit”, zegt Rob van Gestel. „Iedereen wist dat Nederland de daarin vastgelegde normen voor stikstofdioxide en fijnstof hoogstwaarschijnlijk niet overal op tijd zou halen. Toch besloten wij als vrijwel enig Europees land om de grenswaarden uit de richtlijnen rechtstreeks in nationale regelgeving over te nemen. Blijkbaar had men gedacht dat Brussel er soepel mee om zou gaan, maar dat viel tegen. Toen de Raad van State grote infrastructurele projecten ging blokkeren, moest de Nederlandse regering halsoverkop in Europa gaan lobbyen om de richtlijn bij te stellen – tevergeefs. Want andere Europese landen hadden geen probleem.”

Vanwaar deze misser?

„Ministers willen binnen vier jaar scoren en vooral niet horen dat een probleem ingewikkeld is. Ze willen hun wet vlot en soepel door de Kamers loodsen – de mogelijke bezwaren zijn voor hun opvolger. Neem de gratis schoolboeken. Dat die wet er moest komen lag spijkerhard vast in het regeerakkoord. Daar wil de coalitie niet aan tornen. Met gratis boeken is bij de kiezer goede sier te maken. Als de bezwaren aan het licht komen, is het kabinet vertrokken. Zie de huidige onderwijsenquête die oordeelt over ministers die al lang verdwenen zijn.”

Maar gelukkig hebben we de Raad van State.

„Die doet zijn best, maar heeft geen juridische middelen om rammelende regelgeving tegen te houden. Vaak formuleert de Raad van State zijn beleidsanalytische kritiek op nieuwe wetgeving zeer summier, zonder wetenschappelijke onderbouwing, uit angst om op de stoel van de wetgever te gaan zitten, of in een wetenschappelijk welles-nietesspel te belanden. Daardoor glipt te veel onduidelijkheid in de regelgeving er doorheen. Daarbij speelt de ‘macht van het eerste concept’: aan een wettekst die de ministerraad al is gepasseerd, gaat men niet grondig meer sleutelen.”

Hoe komen we aan betere wetgeving?

„We moeten minder zoeken naar draagvlak bij de voorbereiding van wetgeving en meer op zoek gaan naar tegenspraak. Ook zou er een soort APK-keuring moeten komen om te zien of onze wetten nog werken. Juristen moeten niet alleen vertrouwen op hun intuïtie, maar zich meer laten inspireren door empirisch onderzoek. Universiteiten leren studenten vooral door de bril van de rechter te kijken. Ze krijgen met de paplepel ingegoten hoe ze juridische kwesties moeten oplossen en zetten alle punten en komma’s heel secuur op de juiste plek. Maar ze leren niet met welke prikkels je het menselijk gedrag kunt sturen, wat de diverse drijfveren zijn achter probleemgedrag en hoe je recht in de praktijk kunt laten werken.”