Samenhangend plan

De commissie onder leiding van TNT-topman Peter Bakker kreeg vorig jaar van het kabinet een vrije opdracht om de toenmalige politieke impasse rond het ontslagrecht te doorbreken. Het resultaat is een coherent rapport dat inderdaad de grenzen van het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid verkent. Terecht stellen Bakker en de zijnen dat het verhogen van de arbeidsparticipatie de grootste uitdaging is die Nederland op de lange termijn het hoofd moet bieden. Het aantal niet-actieven op de arbeidsmarkt zal, vooral door de vergijzing, sterk toenemen ten opzichte van het aantal werkenden. Dat heeft consequenties voor de toekomstige welvaartsgroei, die immers afhankelijk is van de omvang van de beroepsbevolking. Het heeft ook gevolgen voor de betaalbaarheid van met name de AOW.

Kritiek blijft niettemin mogelijk. Het voorstel om werkgevers te verplichten werknemers na ontslag een half jaar door te betalen en te begeleiden naar ander werk, is misschien werkbaar voor grote bedrijven, maar kan voor het midden- en kleinbedrijf een te zware last betekenen. Hoe meer geld en moeite deze werkgevers moeten investeren in ontslag, hoe minder zij geneigd zullen zijn om mensen in vaste dienst te nemen. En dat was het aanvankelijke doel van de hele ontslagdiscussie.

Ook bij het verhogen van de AOW-leeftijd met twee jaar, in stappen van een maand per jaar vanaf 2016, zijn kanttekeningen te plaatsen. Waarom pas per 2016? Het probleem van de vergrijzing doet zich al eerder voor. Bovendien is het erg optimistisch te veronderstellen dat er in de eerstvolgende acht jaar, voordat het plan ingaat, door volgende kabinetten niets aan veranderd zal worden.

Toch zijn de aanbevelingen in hun samenhang het overdenken waard. Een overzichtelijke ontslagprocedure, fiscalisering van de AOW, een korter durende WW, een persoonlijk werkbudget om scholing, verlof of arbeidsloosheid te overbruggen, het stimuleren van langere arbeidsweken en een langer werkzaam leven zijn goede maatregelen om, bij elkaar, het gesignaleerde probleem tegen te gaan.

De hoge kwaliteit van het plan-Bakker wil niet zeggen dat het daardoor ook meer kans maakt. Commissies van ‘wijze mensen’ hoeven minder rekening te houden met de politieke realiteit. Daar zijn ze vaak, zoals in dit geval, met opzet voor in het leven geroepen. Maar de politieke impasse die vorig jaar de aanleiding vormde voor het instellen van deze commissie, is daarmee niet verdwenen. Het moment dat het moet worden doorbroken is slechts vooruitgeschoven.

De verdienste van de commissie-Bakker is daarmee vooral dat de problemen waar Nederland op de middellange termijn voor staat, en de mogelijke oplossingen daarvoor, in het rapport goed in kaart zijn gebracht.

Voor het overige wordt het vechten tegen de ironische gedachte die bij lezing van het werkstuk opkomt: waarschijnlijk is Bakkers plan van aanpak zó samenhangend, dat het de politieke discussie erover niet overleeft.