Rechters versus Bush

De ‘war on terror’ is eindelijk op zijn juridische grenzen gestuit. Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft de regering van president Bush voor de derde keer in zijn ambtsperiode tot de orde geroepen. Meer nog dan vorige keren is die nederlaag principieel van aard. De gevangenen die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt en vastgehouden, moeten door een rechtbank in de VS berecht kunnen worden, bepaalde het hooggerechtshof afgelopen donderdag in de zaak ‘Boumediene vs Bush’. Habeas corpus, het beginsel dat detentie altijd getoetst moet worden, is volgens het hooggerechtshof een principe waarmee niet kan worden gemarchandeerd.

Dat deed Bush nu wel. Volgens hem moet in de „asymmetrische oorlog” tegen Al-Qaeda het recht ook asymmetrisch worden geïnterpreteerd. Het gevangenkamp Guantánamo Bay op Cuba is daarvan een voorbeeld. De verdachte terroristen wordt daar een aantal elementaire rechten onthouden. De regering acht dat geoorloofd, omdat er geen klassieke krijgsgevangenen werden vastgehouden maar „unlawful enemy combatants”. Boud gezegd: wie geen uniform draagt, is een franc-tireur en zo’n loslopende vrije schutter kan zich per definitie niet beroepen op normale rechtsbescherming.

President Bush heeft dit beleid, dat met name door zijn voormalige minister Donald Rumsfeld van Defensie was uitgestippeld, altijd verdedigd tegenover rechterlijke en wetgevende macht. Het Congres op zijn beurt ging mee met de pogingen van de regering-Bush om de rechtstatelijke grenzen op te rekken.

De bezwaren van de geallieerden binnen de NAVO, zoals onder andere verwoord door de Duitse bondskanselier Angela Merkel, werden jarenlang niet gehonoreerd. Ook op juridisch terrein stonden Mars en Venus, zoals de Amerikaanse publicist Robert Kagan de mentaliteit in de VS respectievelijk Europa ooit heeft getypeerd, tegenover elkaar. De Amerikaanse regering kan niet meer volhouden dat het ‘oude’ Europa zich schuldig maakt aan ‘softe juristerij’.

De uitspraak van het hooggerechtshof is niet de eerste waarin het Witte Huis tot de orde wordt geroepen. In 2004 en in 2006 gebeurde dat ook al, waarna president en volksvertegenwoordiging via wettelijk aanpassingen de gaten probeerden te dichten teneinde de staande praktijk niet te hoeven aanpassen. Maar hoewel het hof verdeeld was – de ‘ruling’ werd door de kleinst mogelijke meerderheid van 5 van de 9 opperrechters onderschreven – kan er na de uitspraak amper twijfel bestaan. Habeas corpus is het fundament van de Amerikaanse rechtstaat, waarmee alleen in een echte noodtoestand de hand kan worden gelicht.

Deze uitspraak biedt hoop. De strijd tegen terrorisme wordt niet alleen gewapenderhand gevoerd. Het is ook een ideeënstrijd. Door de eigen rechtstatelijke beginselen openlijk te grabbel te gooien, berokkende Bush schade aan die strijd. Dankzij de meerderheid in het hooggerechtshof sporen doel en middelen weer. En dat is een conditio sine qua non in de strijd tegen het mondiale terrorisme.