‘Quotum voor topvrouwen werkt niet’

Econoom Claudia Goldin bekeek de arbeidsdeelname van Nederlandse vrouwen. „Het aantal uren dat vrouwen werken komt maar niet in beweging.”

C. Goldin Foto Florèn van Olden Den Haag 12-6-2008 Feministe Claudia Goldin van Harvard geinterviewd door NRC Handelsblad. Foto Floren van Olden over quota voor topvrouwen Olden, Floren van

Vrouwenemancipatie – Claudia Goldin houdt niet zo van dat woord. „Vréselijk jargon”, zegt de hoogleraar economie aan de Amerikaanse Harvard-universiteit. „Voor Amerikanen is het woord emancipatie onlosmakelijk verbonden met de ‘emancipatie’ van de zwarte slaven in 1865. ‘Bevrijding’, bedoelde men daar eigenlijk mee.”

Goldin (1946), gespecialiseerd in economische geschiedenis, schreef over de slavernij en over de Amerikaanse Burgeroorlog. Maar bovenal geldt ze als expert van de ‘belangrijkste economische verandering in de VS in de twintigste eeuw’: de toetreding van vrouwen tot de Amerikaanse arbeidsmarkt. Volgens Goldin evolueerde de arbeidparticipatie van Amerikaanse vrouwen in drie fasen, van 1910 tot 1970. De definitieve doorbraak naar een gelijkwaardige maatschappelijke positie daarna noemt ze the quiet revolution. De feministische ‘revolutie’ van de jaren zestig had opzien gebaard. De stille revolutie die er op volgde, werd nauwelijks opgemerkt, maar was volgens Goldin fundamenteler.

Op uitnodiging van het Centraal Planbureau (CPB) was Goldin deze week in Nederland. Op het ministerie van Onderwijs verzorgde ze een lezing voor ambtenaren. Daarna, zo zegt ze glimlachend, was er een „vruchtbare en prikkelende discussie over de situatie in Nederland”.

In uw werk onderscheidt u vier fasen in de ontwikkeling van de positie van de vrouw in de VS. In welke fase bevindt Nederland zich?

„In de fase van Indiana.”

Een rurale, conservatieve staat in het Midden-Westen van de VS.

(lachend:) „Je kunt ook zeggen: een achtergebleven staat.”

Dat klinkt niet best.

„De cijfers voor arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland vertonen een vlakke lijn van het begin van de twintigste eeuw tot ergens in de jaren zeventig. Daarna is er een enorme toename. Op dit moment is de arbeidsparticipatie net zo hoog als in de meeste andere westerse landen, of boven het gemiddelde. In de VS was sprake van een evolutionair model, dat leidde tot wat ik de ‘stille revolutie’ heb genoemd. In Nederland is die evolutie in twee decennia voltrokken – een fractie van de tijd die zij in de VS in beslag heeft genomen.”

In de emancipatienota van minister Plasterk wordt gesteld dat de emancipatie in Nederland ‘stagneert’.

„De marges die nu nog haalbaar zijn, betreffen het aantal uren dat vrouwen werken, niet of ze deelnemen aan de arbeidsmarkt of niet. Die urenmarge lijkt maar niet in beweging te komen. Maar wat er in de toekomst gaat gebeuren, weet ik niet.’’

Hoe belangrijk is het om het aantal uren dat vrouwen werken te verhogen? De ‘stille revolutie’ draaide juist om de kwaliteit van het werk.

„Precies. De stille revolutie in de VS behelsde niet een scherpe toename in de arbeidsparticipatie van vrouwen , want dat wás al gebeurd in de jaren zeventig. Veel vrouwen hadden toen niet verwacht dat ze ze zouden doorstoten naar hogere, academische posities, dat ze carrière zouden maken. Maar dat is wel wat er gebeurde.”

Wat is belangrijker: het aantal uren of de posities van vrouwen?

„Ik denk beide. Als je binnen de OESO (economisch samenwerkingsverband van 30 westerse landen, red.) kijkt naar het gemiddelde aantal uren dat er wordt gewerkt, dan staat Nederland met Noorwegen op de laatste plaats: iets meer dan 1.300 uur per jaar. Dat is extreem laag. De voornaamste oorzaak is dat 40 procent van de beroepsbevolking vrouwen zijn, en die werken hier gemiddeld minder dan 20 uur per week.”

Opiniemakers als Heleen Mees vinden dat alle Nederlandse vrouwen carrière moeten maken. Maar er zijn ook hoog opgeleide, succesvolle vrouwen die zeggen dat ze de zorg voor kinderen belangrijker vinden.

„Prima. Als ze die beslissing zonder enige dwang maken, dan ben ik daar helemaal vóór. Maar als ze dat alleen zeggen omdat ze wéten dat ze die goede baan nooit zullen krijgen, dan is er een probleem.”

Volgens FNV-voorzitter Agnes Jongerius moet er een quotum komen voor bedrijven: een minimum aantal vrouwen in de raad van bestuur. In Noorwegen bestaat dat al.

„In Noorwegen werden beursgenoteerde bedrijven, overheidsinstellingen en alle NV’s verplicht om 40 procent van de raad van bestuur uit vrouwen te laten bestaan. Veel Noorse NV’s werden daarop simpelweg omgevormd tot een BV. Dus ik ben er niet van overtuigd dat de Noorse maatregel veel effect heeft gehad. Behalve dan een spectaculaire toename van het aantal besloten vennootschappen.”

Hoe lang gaat het duren voordat Nederland de stap maakt van Indiana tot New York?

„Het hangt af van de jonge vrouwen in Nederland. In de cijfers van hoger onderwijs zien we een enorme toename van vrouwen. De vraag is: wat zijn zij van plan?”

Meer over ‘the quiet revolution’ op nrc.nl/binnenland