Ontslagruzie ligt weer op de loer

De commissie-Bakker wil een omslag op de arbeidsmarkt. Voorlopig streven politiek, maar vooral werkgevers en werknemers, weer hun eigen belangen na.

De commissie-Bakker vergaderde vorige week in het Rotterdamse stadhuis. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel "Commissie-BAKKER" , Commissie Arbeidsparticipatie vergadert in een van de kamers in het Rotterdamse Stadhuis. Jan-Willem Oosterwijk, Anton Westerlaken, Rens de Groot, Lans Bovenberg, Peter Ester, Dominic Schrijer, Peter Bakker, Saskia Klosse. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, Stadhuis, 6 juni 2008 Mentzel, Vincent

De commissie-Bakker is klaar, nu moet het kabinet zelf aan de slag. Niet langer dralen, maar zo snel mogelijk maatregelen nemen om de arbeidsparticipatie te verhogen. Zo reageerden, samengevat, politici, vakbeweging en werkgevers gisteren op het advies waarin de commissie-Bakker een waslijst aan maatregelen voorstelt om meer mensen aan het werk te krijgen en te houden.

Maatregelen die voor een deel al in gang zijn gezet, zoals het invoeren van loonkostensubsidies. Maar ook maatregelen waarop al jaren een taboe ligt, zoals het verhogen van de AOW-leeftijd. Of waarover in het recente verleden flink strijd is geleverd, zoals het ontslagrecht.

De vraag na het uitkomen van een advies als dat van Bakker is altijd wat er straks van overblijft in de praktijk. Komt er echt wel een werkbudget, een scholingspotje voor alle werkenden? En wordt de WW wel korter? Om nog maar niet te spreken over de AOW: gaat het nu toch echt gebeuren, dat iedereen moet doorwerken tot 67 jaar?

TNT-topman Peter Bakker, die de commissie voorzat, weet ook wel dat de kans niet groot is dat al zijn voorstellen het gaan halen. Aan gesteggel over de precieze oplossingen valt niet te ontkomen, erkende hij. „Daarom hebben wij daar ook ruimte voor gelaten. We wilden niet op de stoel van de politiek gaan zitten, dan krijgen we die juist tegen ons.” Maar hij riep sociale partners en politieke partijen wel op om „nu eens niet hun eigen pijnpunten direct in de strijd te gooien”, maar oog te hebben voor het onderliggende probleem van de komende krapte op de arbeidsmarkt: „Dit land loopt anders vast.”

Uit de eerste reacties van politici en sociale partners blijkt al dat hun opvattingen uit elkaar lopen. „Ons advies is geen blauwdruk”, zei Bakker dan ook. Maar wat hij wel hoopt, is dat in elk geval het eerste deel van het advies, 42 maatregelen voor de korte termijn, wordt uitgevoerd. En dat over de rest van het rapport, waarin heikele thema’s als WW, ontslagrecht en AOW worden aangeroerd, een stevige discussie wordt gevoerd.

Het probleem dat de commissie duidelijk schetst in het advies, is de enorme personeelskrapte van de komende decennia. Premier Balkenende was gisteren onverwachts aanwezig bij de presentatie van het advies. Een teken dat hij de krimpende beroepsbevolking, die wordt veroorzaakt door de vergrijzing en de ontgroening, een belangrijk onderwerp vindt. Hij rekende voor: „Nu staan tegenover iedere gepensioneerde tien werkende mensen. In 2040 werken er per gepensioneerde nog maar vijf.”

Balkenende begrijpt dat niets doen geen optie is voor zijn kabinet. Op langere termijn zijn er meer banen dan mensen. Wat volgens de commissie-Bakker in 2040 kan leiden tot 700.000 à 1 miljoen onvervulbare vacatures. Het kabinet zal nog voor het politieke zomerreces met een reactie komen, zodat de Tweede Kamer erover kan debatteren.

In de Tweede Kamer is vooralsnog positief gereageerd op de hoofdlijnen van het advies. De kortetermijnvoorstellen moeten nu zo snel mogelijk worden uitgevoerd, vinden de meeste fracties. Maar met de langetermijnvoorstellen, onder meer om de werkloosheidsuitkering korter te maken en de werkgevers het eerste half jaar het loon door te laten betalen, ligt het moeilijker. CDA en PvdA willen daarover advies vragen aan de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van de sociale partners.

Vorig jaar, toen er een felle politieke discussie werd gevoerd over voorstellen van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) om het ontslagrecht te versoepelen, stonden werkgevers en werknemers lijnrecht tegenover elkaar. De Stichting van de Arbeid bracht toen twee tegengestelde adviezen uit, met een nietje erdoor heen.

Die kant lijkt het nu weer op te gaan. Voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW zegt dat de werkgevers willen dat álle voorstellen van Bakker in samenhang worden uitgevoerd. Hij wil niet dat alleen de korte termijnvoorstellen worden uitgevoerd. Dat betekent volgens Wientjes ook dat er iets moet veranderen aan het ontslagrecht. Dit mag dan geen hoofdthema zijn geworden van het advies, in het rapport staan wel degelijk voorstellen voor aanpassingen ‘verstopt’. Tussen de regels door valt bijvoorbeeld te lezen dat de preventieve toetsing van ontslagen moet verdwijnen. En dat de ontslagvergoeding wordt afgeschaft. Het geld dat overblijft, moet in het scholingspotje worden gestopt.

En daar wringt de schoen. Werknemers ‘van werk naar werk’ laten begeleiden door werkgevers, daar heeft de vakbeweging wel oren naar. Maar René Paas, voorzitter van de christelijke vakcentrale CNV, ziet ook gevaren. Hij is bijvoorbeeld bang dat het scholingspotje moet worden betaald uit de pensioenfondsen.

En het afschaffen van de preventieve toetsing van ontslagen? „Laten we aan de goede kant beginnen”, zegt Paas. Eerst zorgen dat die bescherming niet meer nodig is, daarna valt overal over te praten.” Wanneer dat zou zijn, wil Paas niet zeggen: „Voor ik het weet, ben ik degene die roept dat de ontslagregeling soepeler moet worden, en dat is zeker nog niet zo.”

Ook over een kortere werkloosheidsuitkering (WW) of verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar zijn de bonden niet positief. Onverstandig, niet nodig, gevaarlijk, zijn slechts enkele van de woorden die werknemersorganisaties gebruiken in hun reacties. Dat Bakker deze maatregelen juist „onontkenbaar onontkoombaar” noemde, maakt weinig indruk.

Het advies van Bakker luidt dus niet het einde, maar het begin van de discussie in.

Lees eerdere artikelen en het rapport-Bakker op nrc.nl/ontslagrecht