Niet te veel sussen

Nu Ierland voor de verandering het belangrijkste land van Europa is, draait de rest behoedzaam om deze recalcitrante partner heen. Tijdens spoedberaad in Luxemburg hebben de ministers van Buitenlandse Zaken de Ierse regering daarom eerder bemoedigd dan gekritiseerd. „De toestand is niet eenvoudig”, erkende de Duitse vicekanselier Steinmeier gisteren. „Geen drama, geen aardbeving”, suste de Franse minister Kouchner vervolgens.

Tussen de regels door zeggen de bewindslieden hiermee dat de Europese lidstaten die het Verdrag van Lissabon wel ratificeren, er geen heil in zien om Ierland in een hogedrukpan zo te smoren dat het referendum er wordt overgedaan.

Zo’n herhaling van zetten zou ook zinloos zijn. De weerspannigheid in Ierland laat zich niet tot dit eiland beperken. Niemand weet wat er zou gebeuren als ook andere landen het verdrag aan een referendum zouden onderwerpen. Dat gebeurt gelukkig ook niet. Dit soort verdragen laat zich niet samenvatten in een simpel ‘ ja’ of ‘nee’, zeker niet als er aan zo’n antwoord geen consequenties verbonden zijn. Maar het is realistisch te vermoeden dat het elders ook zou zijn verworpen. Onder Europese bevolkingen leeft nu eenmaal breed het idee dat de onmiskenbare vooruitgang ondanks Brussel tot stand is gekomen en niet dankzij.

Daarom heeft de sombere Duitse ex-minister Fischer meer gelijk dan de huidige bewindslieden. Hun neiging tot bagatelliseren is niettemin begrijpelijk: onheilsprofeten hebben nu eerder een escalerend dan een dempend effect. Bovendien was er gisteren ten minste één aanleiding om niet alles van de zwarte kant te bekijken. De euro werd een fractie meer waard. Dat was in 2005, toen Frankrijk en Nederland ‘nee’ zeiden tegen het eerdere verdrag, wel anders.

Afgaande op de bijeenkomst in Luxemburg lijkt de EU er op uit te zijn het verdrag nu te voorzien van een appendix. Daarmee moet de Ierse regering kunnen laten zien dat specifieke nationale posities, zoals belastingwetgeving en buitenlandspolitieke neutraliteit, intact blijven.

Dat lijkt een werkbare concessie, maar ook een gevaarlijk compromis. Het wekt de indruk dat de verworvenheden van Europa eeuwig zijn en een ‘nee’ dus straffeloos kan worden uitgesproken. Want een appendix voor Ierland zou politiek wel degelijk een precedent vormen. In Tsjechië klinken al stemmen om ook niet akkoord te gaan. Eind van het liedje zou kunnen zijn dat er een verdrag in werking treedt dat door 27 appendixen is geclausuleerd.

Een Europa van meerdere snelheden bestaat al. Niet alle lidstaten nemen bijvoorbeeld deel aan de NAVO, het Schengenakkoord en de eurozone. Maar een Europa van 27 snelheden is te vrijblijvend. Het Verdrag van Lissabon heeft een politiek doel. Het mikt op een democratischer en slagvaardiger unie, die een serieuze factor kan zijn op het wereldtoneel waar de machtsverhoudingen toch al zo snel verschuiven. Het is nu vooral aan Frankrijk, vanaf 1 juli voorzitter van de EU, en Duitsland om dit perspectief levend te houden.