Nabestaanden drama in Srebrenica klagen Nederlandse staat aan

Rotterdam. De rechtbank van Den Haag is gisteren begonnen met het horen van overlevenden van de massaslachting in Srebrenica in Bosnië in 1995. De nabestaanden houden de Nederlandse staat verantwoordelijk voor de dood van hun familieleden, omdat het Nederlandse VN-bataljon toentertijd niet heeft voorkomen dat Servische troepen een bloedbad aanrichtten nadat ze de enclave hadden ingenomen. Meer dan 7.000 Bosniërs, voornamelijk mannen, werden gedood. Gisteren ging het vooral om de individuele zaken van slachtoffer Hasan Nuhanovic en van de weduwe en kinderen van Rizo Mustafic tegen de Staat der Nederlanden. Nuhanovic was in 1995 werkzaam als tolk op de Nederlandse basis in Potocari. Zijn ouders en broer vluchtten na de val van Srebrenica naar het basiskamp, maar werden gedwongen dat kamp weer te verlaten. Van hen is daarna niets meer vernomen. Morgen dient de zaak van tien individuele weduwen van bij de genocide omgekomen Bosnische moslims en de stichting Moeders van Srebrenica. De uitspraak van de Haagse rechtbank wordt pas over enkele maanden verwacht.