Iers ‘nee’ helpt Britse oppositie

De regering-Brown wil de Britse ratificatie van het nieuwe EU-verdrag doorzetten, maar de oppositie ruikt na het Ierse ‘nee’ nieuwe kansen.

Als de Ierse tegenstanders van het Europese Hervormingsverdrag ergens op weerklank konden rekenen, was het wel in Groot-Brittannië. Nergens bestaat immers meer argwaan jegens Europese integratie dan daar.

Het ‘nee’ van de Ieren was dan ook nog maar net bekend of de Conservatieve woordvoerder William Hague riep de regering al op het Verdrag van Lissabon, dat beoogt de Europese Unie slagvaardiger en democratischer te maken, verder te laten varen. „Het is tijd ons van dit hele centraliserende project af te keren”, aldus Hague.

Het afwijzende oordeel van de Ierse kiezers werd ook enthousiast begroet door veel Britse kranten, die een diepe weerzin koesteren tegen welk initiatief van ‘Brussel’ dan ook. ‘Echte mensen 1, Eurocraten 0 (na verlenging)’, kopte bijvoorbeeld The Sunday Times, een doorgaans serieus zondagsblad boven een nieuwsanalyse.

Voor de regering van premier Gordon Brown komt de nieuwe Europese crisis intussen op een ongelegen tijdstip. De Britse ratificatie van ‘Lissabon’ was op een haar na gevild. Nog één zitting in het Hogerhuis, de derde en laatste lezing van het verdrag morgen, en de regering zou naar verwachting van die last verlost zijn.

Hoewel de ratificatieprocedure in het parlement tot nu toe betrekkelijk soepel voor de regering is verlopen, is die daarbuiten steeds omstreden geweest. De meeste Britten, zo blijkt uit peilingen, vinden dat de regering eigenlijk haar belofte gestand had moeten doen om een referendum te houden. Browns voorganger Tony Blair had een volksraadpleging beloofd over de Europese Grondwet, de voorloper het nieuwe verdrag. Een gewaagde stap, die heel wel in een ‘nee’ had kunnen uitmonden.

Tot opluchting van de Britse regering stemden de Franse en de Nederlandse kiezers in hun referenda in 2005 tegen het grondwettelijk verdrag. Het nieuwe Verdrag van Lissabon leek volgens veel Britten (en velen elders in Europa) als twee druppels water op het vorige. Toch trok Blair de belofte van een referendum in. Zijn argument: ‘Lissabon’ was minder ingrijpend, waardoor met ratificatie door het parlement kon worden volstaan. Ook Brown koos die lijn na zijn aantreden vorige zomer.

De regering heeft al duidelijk gemaakt dat ze zich niet van de wijs wil laten brengen door Ierlands ‘nee’. De parlementaire goedkeuringsprocedure wordt gewoon voortgezet. De Conservatieven grijpen het Ierse besluit echter aan voor een laatste poging in het Hogerhuis om de ratificatie alsnog te laten ontsporen.

De Conservatieven beseffen dat ze behoedzaam te werk moeten gaan. Een motie om het hele verdrag in één klap weg te stemmen is te radicaal in dit late stadium. Met een amendement dat, in het licht van de Ierse uitslag, voorstelt de derde lezing tot de herfst uit te stellen, hopen ze echter op steun van Liberaal-Democratische Lords en wellicht zelfs van enkele Labourdissidenten.

Een dergelijke vertraging zou tot nieuwe debatten in eigen land kunnen leiden en grote nervositeit teweegbrengen bij zowel de Britse regering als de voorstanders elders in Europa. De Tory-kansen worden door de meeste commentatoren niet hoog aangeslagen.

Het is bovendien de vraag of de Conservatieve leider David Cameron er zo rouwig over zal zijn als het Hogerhuis morgen akkoord gaat. Het laatste waaraan hij behoefte heeft, nu de Tories voor het eerst in jaren in de winning mood zijn, is een wederopleving van de heftige ruzies over Europa tussen gematigden en sceptici in eigen kring. Vooral in de jaren ’90 verlamden die de partij goeddeels.

En het Britse publiek? Dat zal van de verwikkelingen in het Hogerhuis hoe dan ook niet wakker liggen. Uit een recente peiling bleek dat vier procent van de Britten ‘Europa’ noemt als een belangrijke kwestie.