Homoscheiding rukt op, vooral bij vrouwen

Zeven jaar na invoering van het homohuwelijk, is de ‘homoscheiding’ in opmars. Het aantal scheidingen tussen mensen van hetzelfde geslacht is in 2006 bijna verdubbeld ten opzichte van 2004. Vrouwen geven elkaar na het officiële jawoord vaker de bons dan mannelijke stellen, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Nederland werd in 2001 het eerste land ter wereld met een wettelijk geregeld homohuwelijk. België, Canada, Spanje en Groot-Brittannië volgden enkele jaren later. Gisteren voerde de Amerikaanse staat Californië formeel het homohuwelijk in.

Als voortrekker van het homohuwelijk ligt het voor de hand dat Nederland ook het eerste land is met homo-echtscheidingen. In 2004 werden 62 homohuwelijken ontbonden, terwijl er datzelfde jaar 1.210 werden gesloten. In 2006 ging het om 119 scheidingen. Datzelfde jaar trouwden 1.212 homostellen.

Een scheidingspercentage van 10 op het totaal aantal homohuwelijken in een jaar is laag, in vergelijking met heterostellen. Volgens CBS-cijfers trouwden in 2005 72.000 stellen, terwijl de rechter datzelfde jaar 32.600 scheidingen bekrachtigde.

Lesbische vrouwen geven elkaar vaker het jawoord dan homoseksuele mannen: in 2001 waren er 1.075 huwelijken tussen vrouwen, tegenover 39 tussen mannen. In 2006 registreerde het CBS 633 huwelijken van vrouwenstellen, tegenover 579 van mannen. In 2004 strandden 49 huwelijken tussen lesbiennes, en 13 tussen mannen. In 2006 ging het om 83 vrouwen- en 36 mannenhuwelijken.

Een vergelijking van geregistreerde partnerschappen tussen homo’s en hetero’s is lastig, omdat de registratie een belangrijke andere functie heeft gekregen. Gold de registratie, ingevoerd in 1998, als voorloper van het homohuwelijk, tegenwoordig wordt ze door veel getrouwde stellen gebruikt als tussenstap naar een flitsscheiding. Van de in 2006 afgesloten 6.848 partnerschappen was het gros (6.315) een verbintenis tussen een man en een vrouw.