Heel Brazilië rijdt erop, nu de wereld nog

Brazilië is de op één na grootste ethanolproducent ter wereld. Op basis van suikerriet, niet van maïs, die minder energie geeft. En dat de voedselprijzen stijgen door ethanol, is een fabeltje.

Het kappen van de suikerriet gebeurt in Brazilië nog met een machete zoals hier op een plantage van het Braziliaanse bedrijf Cosan. Foto AFP GO WITH AFP STORY A peasant woman cuts sugar cane with a machete in the Usina Bonfim farm plantation --of the COSAN group which is Brazil's biggest ethanol producer-- in Guariba, 400 km from São Paulo on June 6, 2008. Brazilian President Luiz Inacio Lula da Silva ascribed on June 9, 2008 to the "trade war" fueled by the oil companies, the harsh critics that claim biofuel production is contributing to high food prices and to the destruction of the Amazon rain forest. During a radio weekly programme, Lula da Silva also defended his country from accusations by Amnesty International that criticized the sugarcane industry for using "forced labor". AFP PHOTO/Nelson Almeida-----MORE PICTURES IN IMAGE FORUM AFP

Eindeloze suikerrietvelden liggen als dikke groene tapijten over het land. Plotseling laat Erlon Pereira de auto stoppen. Pereira is werknemer van Cosan S/A Indústria e Comércio, de grootste suiker- en ethanolproducent van Brazilië. Hij is de weg kwijt. Alles lijkt hier op elkaar. Lappen met drie meter hoge suikerrietstengels, asfalt, zandweggetjes. Meer is er niet te zien. Een gesprekje via de mobiele telefoon biedt geen soelaas. De locatie waar zijn collega’s aan het oogsten zijn, blijft onvindbaar. De zonsondergang is nabij. Hij zegt: „Het is hier zo groot, ik ben nog lang niet overal geweest.”

In de regio rond Piracicaba, een stad zo’n 180 kilometer ten noordwesten van São Paulo, is van de bijna 800 vierkante kilometer landbouwgrond bijna driekwart beplant met suikerriet. Ooit was dit gebied bezaaid met koffieplantages, fruitkwekerijen (sinaasappelen) en maïsbouw. Buiten de bebouwde kom van Piracicaba, in Costa Pinto, staat het hoofdkantoor van de Cosan-groep, de werkgever van Pareira. De suikerrietreus heeft hier – sinds 1936 – zijn wortels. In de jaren zeventig stapte de suikerfabrikant in ethanol. Nu is Cosan een van de marktleiders op het gebied van ethanol en suiker.

Grote gebouwen, hoge pijpen met rookwalmen, werknemers met helmen en beschermbrillen. Een essentieel onderdeel van de oogst gebeurt nog grotendeels op de traditionele manier. Met de hand en machete: het kappen van de stengels. Straks zal het allemaal met machines worden gedaan. Buiten de poort staan ze te wachten. De noeste handarbeiders, leunend tegen de bus, ze zijn net van het veld opgehaald. Mannen en vrouwen. Petten op. Scheenbeschermers om de onderbenen. Handschoenen in de achterzak. Volledig ingepakt, ondanks de warmte. De uitdossing is noodzakelijk. Want suikerrietstengels kappen is gevaarlijk werk. De bladeren zijn vlijmscherp.

Cosan (omzet 1,4 miljard euro) kan model staan voor het biobrandstofbedrijf van de toekomst. In 2005 ging de onderneming naar de beurs in São Paulo. In het laatste boekjaar groeide de omzet met 45 procent. Vorige maand nam het de benzinestations van Esso in Brazilië over. Met deze acquisitie heeft Cosan de hele keten, van productie tot verkoop, in eigen handen. Zo laat het bedrijf zien welke kant het zal opgaan met de biobrandstofindustrie.

Het buitenland lonkt voor de Braziliaanse ethanolindustrie. Met de hoge olieprijzen en de toegenomen mondiale energiebehoefte neemt de vraag naar ethanol toe. Brazilië, met meer dan 300 ethanolfabrieken, kent de laagste productiekosten van ethanol in de wereld, van 18 tot 23 dollarcent per liter. Internationale investeerders stromen toe. Ondertussen zijn 22 ethanolbedrijven in buitenlandse handen. Vorige maand nog maakte BP bekend dat het een belang heeft genomen in de Braziliaanse ethanolfabrikant Tropical Bioenergia SA. Naar verwachting zal Brazilië in boekjaar 2007/2008 22 miljard liter ethanol maken. Het land is daarmee, na de VS, de grootste ethanolproducent ter wereld. Ter vergelijking: de grootste ethanolproducent in de EU, Spanje, was in 2002 goed voor 114 miljoen liter.

„We richten ons op de Verenigde Staten, en Europa wordt ook steeds belangrijker. Verder kijken we nadrukkelijk naar China, Japan en Singapore”, zegt Mark Thomas Lyra, directeur import en export van Cosan.

In Europa staat ethanol ter discussie. Critici stellen dat de productie van biobrandstoffen ten koste gaat van landbouwgrond. De prijzen van voeding zouden daardoor worden opgejaagd. Lyra verwerpt de kritiek. „Er bestaan hier misverstanden over. Het is belangrijk dat daar goed over gecommuniceerd wordt”, zegt de directeur. Een belangrijke taak is daarbij weggelegd voor Unica (União da Indústria de Cana-de-Açúcar), het Braziliaanse verbond van suiker- en ethanolfabrikanten. Unica heeft kantoren in Washington en in Brussel. In de laatste stad heeft het recentelijk een groot pr-bureau in de arm genomen om ethanol aan de man te brengen en misvattingen onder Europese politici uit de wereld te helpen.

Eduardo Leão de Sousa, de vorig jaar aangetreden directeur van Unica, is de belichaming van de nieuwe strategie. Een internationale achtergrond, voorheen werkzaam bij de Wereldbank, gepromoveerd en meertalig. Hij zegt: „Het debat is verstoord geraakt. In het geval van Brazilië is het een belachelijke discussie. Ethanol gaat niet ten koste van landbouwgrond voor voeding.”

Hij legt het de bezoeker uit. Het Braziliaanse suikerriet groeit op zo’n 7,8 miljoen hectare. Dat is ongeveer 9 procent van het gecultiveerde landbouwareaal, maar daarmee slechts 2,3 procent van het totaal aan beschikbare landbouwgrond. Grofweg de helft van die 2,3 procent wordt voor de productie van ethanol gebruikt. Dus als de ethanolproductie zou worden verdubbeld, dan zou dat een beroep doen op zo’n 2,3 procent van de landbouwgrond. Kortom: waar praten we over.

„Er hoeft ook geen regenwoud voor worden gekapt. Het groeit, zoals hier in de deelstaat São Paulo, op grasland”, zegt Leão de Sousa. São Paulo ligt op grofweg 2.500 kilometer afstand van de Amazone. Volgens de Unica-baas kan er in Brazilië bovendien veel land worden gewonnen door de veehouderij minder extensief te maken. „Je hebt nu een koe per hectare, als je dat verhoogt naar 1,4 koe per hectare, houdt je enorm veel land over dat geschikt is voor suikerriet.”

De directeur van Unica houdt niet zomaar een verkooppraatje, zo blijkt uit een gesprek met Peter Zuurbier die samen met een collega het Latijns-Amerikabureau van de Universiteit van Wageningen op de Universiteit van São Paulo in Piracicaba runt. Zuurbier: „De cijfers over landgebruik voor suikerriet zijn betrouwbaar. In Brazilië worden gegevens keurig verzameld en bijgehouden. Je kunt trouwens in de regenwoudregio geen suikerriet laten groeien omdat daar te veel regen valt.” Suikerriet gedijt vooral in het savanneklimaat, met droge periodes en een aantal maanden met regen.

Om de vijf jaar wordt de suikerrietteelt afgewisseld met soja, als groene bemesting, waarna een nieuwe suikerrietcyclus kan beginnen. De voordelen van ethanol op basis van suikerriet lijken voor zichzelf te spreken. Het is goedkoop. Het levert bijna zeven keer zoveel energie op als bijvoorbeeld ethanol op basis van maïs – zoals in de Verenigde Staten wordt geproduceerd. En het is veel schoner, de uitstoot van broeikasgassen is 90 procent lager dan die van benzine. Zeker honderd andere landen, zo stelt Unica, hebben bovendien een geschikt klimaat voor de teelt van suikerriet. Leão de Sousa: „Dat is toch een stuk democratischer, dan ben je minder afhankelijk van een kleine club OPEC-landen.”

Toch is niet iedereen even enthousiast. Milieuorganisaties wijzen erop dat sojaboeren steeds vaker uitwijken naar het Amazonegebied, omdat op andere plekken suikerriet land inneemt. Via die omweg zou ethanol in hun ogen toch bijdragen aan de ontbossing in het Amazonegebied.

In Brazilië staat ethanol niet ter discussie, zoals in Europa. Omdat het land al meer dan 30 jaar ethanol consumeert – een liter benzine bestaat hier standaard voor 20 tot 25 procent uit ethanol en kost 1,12 euro per liter (in Nederland kost benzine 1,66 euro per liter). Van alle nieuwe auto’s, tot 2 liter, die dit jaar zijn verkocht heeft 90 procent een ‘flex’-motor, waarmee je op benzine en op ethanol (72 eurocent per liter) kan rijden. In totaal heeft 26 procent van het Braziliaanse wagenpark een flex-motor, volgens Unica. Dat aandeel zal binnen vier jaar oplopen tot 50 procent, zo luidt de verwachting. Is dat ook de toekomst voor Europa?

Cosan hoopt van wel. In Piracicaba, de thuisbasis van het bedrijf, is de oogsttijd in volle gang. Voor de suikerrietfabrieken staan indrukwekkende rijen vrachtwagens. Allemaal tot de nok toe gevuld met suikerrietstengels. De Braziliaanse marktleider bezit in totaal 17 suikerfabrieken en 16 distilleerderijen, gelegen in de deelstaat São Paulo.

In het boekjaar 2006/2007 produceerde Cosan 1,3 miljard liter ethanol, waarvan ruim 20 procent bestemd was voor export. Dit jaar zal de productie waarschijnlijk rond 1,7 miljard liter liggen. Het belang van export zal daarbij toenemen. Mark Thomas Lyra, directeur export en import van Cosan zegt: „In Europa zijn er allerlei beperkingen. In de wereldmarkt is er wat dat betreft geen vrije handel. Maar wij komen eraan.”