Geschenk uit de hemel

Het Amerikaanse echtpaar Person werkte jaren bij de Thaise bergstam Bisu. Zij maakten voor de stamleden een alfabet en leerden hun lezen en schrijven.

Het Amerikaanse linguïstenechtpaar Suzie en Kirk Person woonde jaren in een hut van bamboe en riet te midden van de Bisu, een bergstam in het noorden van Thailand.

Toen er kinderen kwamen, lieten ze een stenen huis aan de rand van het dorp bouwen. Bij vrienden in Chiang Mai vertellen ze ons hoe ze in Doi Chompuu terechtkwamen.

Een jonge Bisu, Noc Tong Wonglua, had hen overgehaald. Zijn droom was dat er boeken in het Bisu zouden komen. Suzie en Kirk Person kwamen voor hem als een geschenk uit de hemel. Zij konden van een gesproken taal een geschreven taal maken.

Het echtpaar had nooit eerder van de Bisu gehoord, maar ging gretig op de uitnodiging in. Het was dé kans om in Thailand, het land waaraan ze hun hart hebben verpand, te blijven. De Universiteit van Chiang Mai, waaraan ze verbonden zijn, wilde meewerken.

De Persons zijn belijdende christenen, maar zeker geen zendelingen. Ze wilden de Bijbel in het Bisu vertalen, maar ‘zieltjes winnen’ lieten ze liever over aan de boeddhisten, die in het dorp een tempel hebben gebouwd, pal tegenover de offerplaats waar de animistische Bisu boze geesten uit hun dorp weren.

Toen hun heidense karwei, het ontwikkelen van een alfabet in het Bisu, erop zat, leerden ze de dorpelingen in hun eigen taal lezen en schrijven. De omringende Thai hebben het nu niet meer over ‘dat apentaaltje’. De Bisu hebben veel meer zelfvertrouwen gekregen en dat was hard nodig. Ze waren de verschoppelingen, die uit bedelen gingen als de oogst mislukt was. Om woekerrentes te kunnen betalen, verkochten vaders hun tienerdochters. De meisjes verdwenen in het nachtleven van Bangkok. Een enkeling kwam, besmet met aids, terug om in het dorp te sterven.

Er gaat een jaar voorbij eer we de Persons weer zien. Een kleine hulporganisatie in onze woonplaats heeft geld meegegeven voor de aanschaf van een computer met een speciaal taalprogramma. We wonen een taalles bij in Doi Chompuu. Volwassen vrouwen (mannen zijn er niet voor te porren) dreunen in koor woordjes op. Voordat ze de envelop met het geld overhandigt, houdt Gerarda een korte toespraak. Bevangen door de serene sfeer spreekt ze al even zacht als de bedeesde Bisu.

We zijn blij dat het dorpshoofd de aandacht van ons afleidt door uitvoerig in te gaan op de geschiedenis van zijn volk. De Bisu zakten twee eeuwen geleden vanuit China de Mekong af. Ze moesten overal vechten voor hun bestaan. De woorden van het dorpshoofd worden vertaald in het Thai en vervolgens in het Engels. Het is een lange, trage, mooie avond.

We verliezen Suzie en Kirk uit het oog – totdat we op de tv een reportage over het Thaise koningshuis zien. We herkennen Suzie. Ze beweegt zich in een chique avondjapon tussen de elite van Bangkok. Op internet ontdekken we dat de Persons het dorp verlieten toen er van hen geëist werd dat ze partij zouden kiezen in een politieke machtsstrijd. Noc Tong Wonglua nam de taallessen over. Ook gingen ze weg om hun kinderen goed onderwijs te laten volgen. Bij hoge uitzondering werden Edward, Emily en Austin toegelaten op de school van het Koninklijk Huis, de Chitralada Palace School, waar alleen telgen uit de hoogste Thaise kringen welkom zijn. Suzie geeft er les.

We vragen ons af of ze klaar zijn met de Bijbel.