Gemeen

Nanno Breevoort prijst zichzelf gelukkig. De medewerker van beveiligingsbedrijf Trigion heeft vanavond geen surveillancedienst, maar moet er alleen bij noodoproepen op uit. „Dat betekent dat ik een deel van Nederland-Roemenië kan kijken”, zegt de veertiger uit Schiedam. „Of ik moet héél veel pech hebben.”

Breevoort parkeert zijn auto voor de ingang van een Rotterdams bedrijf. Hij haalt de sleutel op bij de portier en beent vervolgens in hoog tempo door het gebouw. „Deuren dichttrekken, ramen dichtmaken, lichten uit en tv’s op standby zetten”, dat is volgens Breevoort in het kort waar zijn werk op neerkomt. „Mijn ronde kan drie minuten tot een uur duren, afhankelijk van de oppervlakte van het gebouw.”

Maar vanavond heeft hij in theorie geluk. Want ‘op de alarmwagen’ is het doorgaans een stuk minder druk. „En als het tegenzit, heb ik zo mijn oplossingen”, glimlacht de surveillant. Zo kan hij tussen zijn ritjes door tv kijken in de Van Nelle-fabriek. „En er liggen voldoende cafés met groot scherm op de route. Met een gratis bakkie koffie erbij – ja ik heb zo mijn adresjes.”

Op de vraag of er niet gekissebist wordt over de diensten, schudt Breevoort zijn hoofd. „Al mijn collega’s zijn voetbalfanaten. Maar we werken met vaste roosters, dus valt er weinig te mokken. Je hebt geluk, of je hebt het niet. In mijn geval zit het goed: tijdens de kwartfinale heb ik nachtdienst, en op de finaledag heb ik vrij.”

Erger dan in 1988 kan het niet worden. Breevoort kreeg een vast contract aangeboden, op voorwaarde dat hij tijdens de finale tegen de Sovjet-Unie zou werken. „Vreselijk gemeen”, gruwt hij twintig jaar later bij de gedachte.

Danielle Pinedo