Familie Dutchbat-staf wil dat de staat schuld erkent

Nabestaanden van Bosnisch Dutchbat-personeel die omkwamen na de val van Srebrenica (1995), kregen gisteren voor het eerst in de rechtszaal het woord.

En opeens kreeg een jarenlang slepende rechtszaak een stem. De dochter van de vermiste Dutchbat-elektricien Rizo Mustafic vertelde over haar vader. Hij slachtte een schaap omdat drie vrienden van Dutchbat bij hem thuis kwamen eten. De restjes waren voor de kinderen. „En dat was genieten”, vertelde Alma gisteren in de rechtszaal van het Haagse paleis van justitie.

De vriendschap – en toezeggingen van Dutchbat-commandant Karremans en plaatsvervangend commandant Franken – konden niet voorkomen dat Mustafic en zijn gezin van de Nederlandse basis in Potocari werden gestuurd toen op 12 juli 1995 de moslimenclave Srebrenica door de Bosnische Serviërs was veroverd. Sindsdien is de elektricien spoorloos. De hoop dat hij nog leeft heeft de familie opgegeven, ze willen zijn stoffelijk overschot nog vinden zodat Rizo Mustafic „een fatsoenlijk begrafenis” kan krijgen.

Nabestaanden van Rizo Mustafic en Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic – die zijn broer en ouders verloor nadat ze van de basis waren gestuurd – spanden in 2002 een civiele procedure aan tegen de Staat der Nederlanden. Ze verwijten de staat na de val van Srebrenica niets te hebben ondernomen om de moslimvluchtelingen in veiligheid te brengen. De belangstelling voor het proces is internationaal omdat de Nederlandse staat is aangeklaagd voor handelingen tijdens een VN-missie. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor landen die deelnemen aan VN-missies.

Gisteren mochten Hasan Nuhanovic, Alma en haar moeder Mehida voor het eerst hun verhaal doen in de rechtszaal. „Ik wist: om te overleven moet je op de basis blijven”, zegt Nuhanovic. „Buiten de basis waren de mensen direct blootgesteld aan de foltering van de Serviërs. Ik smeekte de Dutchbat-officieren: laat mijn broer hier blijven. Maar ze weigerden.” Zijn broer werd van de basis gestuurd en zijn ouders besloten mee te gaan. Hasan Nuhanovic bleef achter, en zag hen nooit meer terug. Nuhanovic: „Ik wil dat de Nederlandse staat door een rechtbank verantwoordelijk wordt gesteld voor de dood van mijn familie.” De rechtszaak is „lang en uitputtend”, verzucht Alma. „Emotioneel gaan we eraan kapot. We verliezen mijn vader keer op keer.”

Alma Mustafic en haar advocaat Liesbeth Zegveld toonden zich zeer verbaasd dat één van de goedingevoerde rechters – het dossier telt zo’n 10.000 pagina’s – aan de vooravond van het proces is vervangen. Het gaat om B.C. Punt, die eerder in de zaak de partijen opriep een compromis te sluiten. Die oproep wees de landsadvocaat G.J. Houtzagers af.

Het is in Nederland ongebruikelijk dat een goedingevoerde rechter wordt vervangen. Saillant is dat de rechtbank daarvoor steeds wisselende argumenten heeft gegeven. „Het lijkt erop dat er wordt gezocht naar argumenten”, constateerde advocaat Zegveld tegenover de rechtbank. „Bij ons bestaat de vrees van manipulatie”, zei Alma Mustafic.

De rechtbank leek onder de indruk van de kritiek. De lunchpauze werd gebruikt om de opgestapte rechter te consulteren. En „namens mr. Punt” kon voorzittend rechter H. Hofhuis vertellen dat het bereiken van de pensioen gerechtigde leeftijd de reden is geweest waarom Punt besloten had om minder te gaan werken en deze rechtszaak niet kon afronden.

In juli 1995 wilde Dutchbat, volgens Zegveld, zo snel mogelijk Srebrenica verlaten nadat de enclave was veroverd door de Serviërs. Daarom hielpen ze ook mee aan de deportatie van de moslims. Lokaal personeel en hun familie die hun toevlucht hadden gezocht op de basis van Dutchbat werden weggestuurd. „Ze zijn de dood ingestuurd”, zei Zegveld. Mustafic en de familie Nuhanovic zijn „actief bloot gesteld aan de vijand, en dat is in strijd met de menrechten zoals neergelegd in het oorlogsrecht, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het verdrag van Genève, en het Genocide-verdrag”.

De landsadvocaat bestrijdt de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat. Houtzagers herhaalde de argumenten die hij sinds 2002 hanteert: Dutchbat maakte deel uit van Unprofor, de VN-vredesmacht in Bosnië, en het bevel was overgedragen aan de VN. De verrichtingen van Dutchbat moeten niet worden toegerekend aan Nederland, maar aan de VN. De VN lieten in november 2002 al weten de aansprakelijkheid niet te erkennen.

Morgen mag de landsadvocaat de Staat der Nederlanden weer vertegenwoordigen in een tweede Srebrenica-zaak. Tien vrouwen en de Stichting Mothers of Srebrenicawil door de rechtbank vast laten stellen dat de VN en de Nederlandse straat aansprakelijk zijn voor de genocide in Srebrenica. Het gaat morgen om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak tegen de Verenigde Naties in behandeling nemen. De Staat en de VN zijn van mening dat dit niet kan omdat de Verenigde Naties immuniteit geniet.

In de zaak Nuhanovic/Mustafic versus de Staat wordt op 10 september uitspraak gedaan. „Ik ben hoopvol”, zei Alma Mustafic gisteren in de rechtszaal, „want de feiten staan aan onze kant”.

Meer over Srebrenica op nrc.nl/binnenland

    • Cees Banning