En ‘nee’ betekent ‘vaarwel EU’

Ierland is een lichtend voorbeeld van hoe Europese integratie welvaart brengt.

Daarom is het zo tragisch dat Europa nu zonder de Ieren verder moet.

Het zou triest zijn als de EU-familie afscheid moest nemen van het montere volk van het smaragdgroene eiland. Maar het zou nog triester zijn als wegens het Ierse ‘nee’ iedereen die van de Europese integratie net zoveel profijt wenst te trekken als de Ieren hebben gedaan, in de kou zou blijven staan.

Verdere uitbreiding van de EU is niet mogelijk zonder de vele praktische en pragmatische elementen van het Verdrag van Lissabon. En uitbreiding, inclusief de invoering van de euro, is het belangrijkste streven van de Europese Unie.

De Unie heeft al landen opgenomen die veel aandacht vergen – andere staan voor de poort. Zij willen hun achterstand goedmaken op de landen die tijdens de Koude Oorlog in vrijheid en welvaart leefden, en dat zij daartoe kans krijgen is niet meer dan billijk. Daar komt bij dat uitbreiding mag gelden als een belangrijke pijler van het Europese veiligheidsbeleid – ze bevordert de binnenlandse stabilisatie van jonge democratieën, en schenkt hun de kracht om druk van buitenaf te weerstaan.

Het is jammer dat de Ieren – en hun partners – geen lering hebben getrokken uit de Ierse afwijzing van het Verdrag van Nice zeven jaar geleden. Net als toen heeft ook nu slechts een minderheid van de kiezers de moeite genomen om te gaan stemmen, en net als toen heeft van die stemmers slechts 54 procent ‘nee’ gestemd. Indertijd is een jaar later, bij een nieuw referendum, toen duidelijk was geworden dat het EU-lidmaatschap van Ierland op het spel stond, het Verdrag van Nice alsnog goedgekeurd.

Na die zorgwekkende ervaring had er iets gedaan moeten worden aan de ongelukkige Ierse referendumtraditie. Maar nee. Nu zit de EU opnieuw in de Ierse puree. Helaas valt er ditmaal moeilijk een uitweg te ontdekken via een tweede referendum. Van nieuwe onderhandelingen over het Verdrag kan geen sprake zijn, want daarmee zou een doos van Pandora met eisen van alle anderen opengaan. Het probleem ligt dus bij de Ieren – zij moeten het zelf oplossen.

Het doet me onweerstaanbaar denken aan de zomer van 1992, toen een kleine meerderheid van de Deense kiezers het Verdrag van Maastricht afwees. De Europese Gemeenschap – zoals ze toen nog heette – telde toen twaalf leden. Na de stemming werd ons, de Denen, ondubbelzinnig te verstaan gegeven dat als wij geen oplossing vonden, wij goedschiks of kwaadschiks de EU-familie zouden moeten verlaten. Als Deens minister van Buitenlandse Zaken heb ik toen vrijstelling van enkele EU-richtlijnen weten te verkrijgen, waarna een tweede referendum werd gehouden. De uitslag was ‘ja’ tegen het Verdrag van Maastricht. Die vrijstellingen hebben ons hier in Denemarken sindsdien altijd dwarsgezeten.

Onze Europese partners konden ons er in 1992 niet uit zetten, maar de andere elf hadden wel hun eigen EC-11 kunnen oprichten, en dan waren wij, alleen, in de lege huls van een EC-12 achtergebleven. Maar ditmaal is heel moeilijk voorstelbaar dat de EU-lidstaten tot de oprichting van een EU-26 zouden besluiten, met Ierland geïsoleerd in een lege EU-27 – hoewel dat een redelijke oplossing zou zijn. Daarom moeten de Ieren grootmoedig zijn, en laten weten dat de anderen zonder hen moeten doorgaan.

De Ieren zijn voor de nieuwe lidstaten een goed voorbeeld geweest. Toen Ierland zich in 1972 bij de EC aansloot, was het land zo arm dat velen vreesden dat het een enorme last zou worden. Dat zijn de Ieren nooit geweest. Integendeel, zij hebben in verrassend korte tijd laten zien hoe een klein maar vastberaden land de Europese integratie kon benutten om in koopkracht per hoofd van de bevolking een van de rijkste landen van Europa te worden.

Ierland heeft zich beslist opgewerkt tot een lichtend voorbeeld voor andere landen die de rest van Europa willen inhalen. Dat is een van de redenen waarom het triest zal zijn om de Ieren vaarwel te zeggen, en waarom hun lichtzinnige afwijzing van het Verdrag van Lissabon zo tragisch is.

Maar Europa moet doorgaan. Het is nu aan de Ierse leiders om dat mogelijk te maken.

Uffe Ellemann-Jensen is een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Denemarken ©Project Syndicate, 2008