Een verhaal tegen tijd en demonen

De nieuwe roman van Paul Auster is opvallend politiek en dampt van urgentie.

De schrijver: ‘Een roman is beter om de realiteit mee te lijf te gaan dan non-fictie.’

Paul Auster: Man in het duister . Vertaald door door Ton Heuvelmans. De Arbeiderspers, 196 blz. € 19,95. Man in the Dark verschijnt in augustus.

In augustus 2006 kreeg de Amerikaanse schrijver Paul Auster een fax van een bevriende dichter uit Parijs. Weet je al dat de zoon van David Grossman gedood is in Libanon? Paul Auster: „Ik was zo geschokt. David is een dierbare vriend en een groot schrijver. De eerste man die ik ken die een zoon verloor in een oorlog. Ik stuurde meteen een fax. Verwachtte geen antwoord, maar hij schreef meteen terug: ‘Je hebt geen idee hoe zwaar het is, Uri hield zo van jouw boeken.’ Het angstaanjagende was dat ik toen middenin mijn nieuwe roman zat en het personage van Titus, die vermoord wordt in Irak, al had bedacht. Daarom heb ik Man in the Dark opgedragen aan David en zijn familie, ter nagedachtenis aan Uri.”

Omdat in Man in het duister veel verschillende verhalen worden verteld, laat de roman zich niet gemakkelijk navertellen. Een poging: het is nacht, August Brill kan niet slapen. Omdat hij moet herstellen van een zwaar ongeluk woont hij tijdelijk in bij zijn gescheiden dochter Miriam en haar dochter Katya. Katya rouwt om het verlies van Titus. Brill rouwt om de dood van zijn vrouw Sonia. Om de tijd en de demonen in zijn kop te verdrijven, verzint hij een verhaal. Dat verhaal speelt in een denkbeeldig Amerika, maar wel in deze tijd. Er is een burgeroorlog aan de gang. De aanslagen op de Twin Towers zijn niet gebeurd; de oorlog in Irak ook niet. Owen Brick wordt wakker in deze, nieuwe werkelijkheid. Al snel blijkt dat hij korporaal is in het leger van de Confederatie, een groep vrijzinnige Amerikaanse staten die zich van de rest van Amerika heeft afgescheiden. Van een sergeant krijgt Brick de opdracht de bedenker van de oorlog, August Brill, te vermoorden. Alleen zo kan het conflict gestopt worden. Terwijl Brill zijn oorlogsverhaal bedenkt, dringt zijn eigen verhaal en dat van zijn familie zich steeds meer aan hem op.

Man in het duister is een bijzonder boek binnen het oeuvre van Auster. Het is uitgesproken politiek; de urgentie dampt van iedere pagina.

Auster; „Je moet niet vergeten dat mijn frustratie over wat er van Amerika is geworden onder Bush zich had opgebouwd. Niet alleen de oorlog in Irak. Ons land heeft nauwelijks een echte overheid. Straten worden niet gerepareerd, de armoede is schrikbarend, we hebben de meeste gevangenen ter wereld… In feite zijn de Republikeinen via een legale coup in 2000 aan de macht gekomen. Al Gore kreeg de meeste stemmen. Wanneer hij president was geworden waren we waarschijnlijk Irak niet binnen gevallen, was 11 september misschien niet gebeurd… Vanuit die woede schreef ik.”

Toch is Man in het duister vooral een roman over familie, vindt Auster, en over intimiteit. „Halverwege het boek komt Katya naar beneden en ondervraagt haar opa over zijn huwelijk. Het is nog steeds nacht. Ze zijn heel close en Brill is pijnlijk openhartig over zichzelf. Ze worstelen allebei met verlies. Katya misschien nog meer omdat ze zich schuldig voelt over Titus, ze denkt dat hij naar Irak is gegaan omdat zij het uitmaakte. Het gesprek tussen de opa en de kleindochter is belangrijk, alle verhalen die ze elkaar vertellen, de films die ze samen kijken en bespreken, Tokyo Story, Grand illusion, allemaal heel intieme verhalen over liefde en familiebanden, de verhalen die Brill zichzelf vertelt. Ik denk dat verhalen vertellen een manier is om je verbonden te voelen met de ander, om je eigen menselijkheid te ervaren.”

En of die verhalen echt zijn gebeurd of niet, maakt niet uit. „Ik heb waar gebeurde verhalen in dit boek gebruikt, naast fictieve. Zoals het verhaal over die jonge vrouw die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat en gevangengenomen werd en uiteindelijk vanwege haar opstandigheid in het kamp ter afschrikking gevierendeeld wordt. Mijn Franse uitgever vertelde me dat verhaal en het maakte diepe indruk. En het verhaal over de rassenrellen in Newark in ’67, dat is autobiografisch. In werkelijkheid maakte ik het met mijn stiefvader Norman Schiff mee. We gingen naar de burgemeester van Newark die huilend achter zijn bureau zat en net als in het boek kwam er een state trooper die zei: ‘We’re gonna hunt down every black bastard in this town.’ En ik was in die gevangenis die vol zat met zwarten die in elkaar geslagen waren door de politie. Dat was mijn oorlog.”

„Ik heb gezien waar de mens toe in staat is. Maar zodra die verhalen in het domein van de roman terechtkomen, worden ze ook een soort fictie. Daardoor verliezen ze niet aan kracht. Integendeel. Ik denk dat een roman een veel betere vorm is om de werkelijkheid mee te lijf te gaan dan non-fictie. Omdat je dieper in de karakters kunt doordringen.”

Er is nog iets wat we moeten bespreken, waar nauwelijks over te spreken valt. De rituele onthoofding van Titus in Irak. Door zijn beulen vastgelegd op band, uitgezonden op tv, gezien door Katya, haar moeder en Brill: ‘Titus is niet langer een mens. Hij is de illusie van een mens geworden, een mens en tegelijkertijd geen mens, een dood, bloedend voorwerp: une nature morte. (…) Het is onmogelijk te zeggen hoelang het heeft geduurd. Een kwartier. Duizend jaar.’

Auster zegt: „Ik moest het gedetailleerd en bijna plastisch opschrijven, hoe pijnlijk ik het ook vond. Want dat is het trauma van Katya en Miriam en August. Ze hebben het gezien, ze waren er als het ware bij. Anders zou het boek niet de kracht hebben die het nu heeft. Weet je, ik maak me geen illusies over de goedheid van mensen. Maar ik geloof wel in menselijkheid en liefde, ik ben niet cynisch.”

De Auster-fanpagina: www.myspace.com/paulauster

Paul Auster: Man in het duister . Vertaald door door Ton Heuvelmans. De Arbeiderspers, 196 blz. € 19,95. Man in the Dark verschijnt in augustus.