De premier versus de ‘extreem-linkse magistraten’

Het Italiaanse parlement behandelt vandaag een controversieel wetsvoorstel waarmee premier Berlusconi gevangenisstraf hoopt te ontlopen.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft gisteren persoonlijk een wetsvoorstel verdedigd dat hem opnieuw moet redden van juridische vervolging. In een brief aan de voorzitter van de Senaat erkent hij „dat de maatregel toepasbaar zal zijn op een van de vele fantasierijke processen die extreem-linkse magistraten uit politieke overwegingen tegen mij hebben aangespannen”. Vandaag wordt het voorstel behandeld in het parlement.

Het voorziet in de opschorting met een jaar van vrijwel alle processen gericht op misdrijven begaan voor 30 juni 2002, waarop minder dan tien jaar celstraf staat.

De Italiaanse premier wordt ervan verdacht dat hij in 1997 600.000 dollar zou hebben betaald aan zijn voormalige consulent, de Britse advocaat David Mills. In ruil daarvoor zou Mills valse getuigenissen hebben afgelegd in twee processen tegen Berlusconi. In oktober doet de rechter uitspraak. Als de Italiaanse premier schuldig wordt verklaard, wacht hem een gevangenisstraf van 6 tot 8 jaar.

Het nu gepresenteerde wetsvoorstel geeft Berlusconi uitstel van executie. Het is in de wandelgangen al omgedoopt tot „red de premier” en heeft gisteren onmiddellijk tot grote verontwaardiging geleid bij de rechterlijke macht, de Italiaanse president Giorgio Napolitano en de oppositie, en in de pers.

Door in te grijpen in lopende processen schendt Berlusconi de scheiding der machten, en dus de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zo verklaren diverse hoogleraren constitutioneel recht. President Napolitano is boos, omdat reddingsvoorstellen voor Berlusconi achteraf zijn toegevoegd aan een decreet dat hij al had goedgekeurd: „Het is niet meer het decreet dat ik heb getekend”, aldus Napolitano die zijn juristen laat onderzoeken hoe hij het nog kan blokkeren.

Berlusconi’s coalitiepartners lijken in te gaan stemmen met de wetswijziging. Hun enige voorwaarde was dat Berlusconi zelf de verantwoordelijkheid zou nemen voor het omstreden wetsvoorstel.

Tijdens zijn vorige regeerperiode verschool de Italiaanse premier zich telkens achter parlementariërs die op zijn persoon toegesneden wetten indienden. Toen werd de straf op boekhoudkundige fraude drastisch verminderd en zijn de verjaringstermijnen voor veel delicten verkort. Ook werd het moeilijker voor rechters om informatie over buitenlandse bankrekeningen op te vragen. Het werd juist makkelijker rechters over te plaatsen als het vermoeden bestond dat ze partijdig waren.

De meest in het oog springende wet die op de persoon van Berlusconi was toegeschreven, was de norm die de vijf hoogste ambtsdragers in de republiek, waaronder de premier, onschendbaar maakte. Deze wet is later ongrondwettelijk verklaard door het constitutionele hof.

Berlusconi’s advocaat Niccoló Ghedini, die hem verdedigt in de nu lopende rechtszaak, werkt echter momenteel als parlementariër aan een vergelijkbaar onschendbaarheidvoorstel dat Berlusconi definitief van vervolging moet redden.

Ezio Mauro, hoofdredacteur van la Repubblica, concludeert dat Berlusconi’s poging over te komen als staatsman maar zeer kort heeft geduurd. „Berlusconi blijft Berlusconi, de man die bereid is om de rechtsstaat te vervormen om zichzelf te redden”, zo schrijft Mauro vandaag onder de titel „Het ware gezicht van Berlusconi”.

In de anderhalve maand dat Berlusconi premier is, heeft hij al geprobeerd zijn commerciële televisiestation Rete 4 te bevoordelen. Ook beperkte hij de persvrijheid door journalisten die uit afgeluisterde gesprekken citeren een gevangenisstraf van een tot drie jaar in het vooruitzicht te stellen.