Spanje ontdekt in Tirol het wij-gevoel

In het Tiroler hotel van de Spaanse ploeg wordt veel gelachen. Daar is ook reden toe nu de ploeg zich zaterdag heeft geplaatst voor de kwartfinales door Zweden te verslaan.

Zweden1Spanje2

Ruststand 1-1. 15. Torres 0-1, 34 Ibrahimovic 1-1, 90. Villa 1-2. Scheidsrechter: Vink (Ned). Toeschouwers: 30.000.

Het is dat hotel Milderer Hof in Neustift vier sterren heeft, anders zou de uitvalsbasis van de Spaanse nationale voetbalploeg kunnen doorgaan voor een Tiroler jeugdherberg. Volgens Fernando Torres staan de kamerdeuren elke dag open en gebeurt er altijd wat op de gangen. De spelers hangen in groepjes voor de televisie of leggen een kaartje. Ze lachen veel, verzekert de spits van Liverpool – bijnaam ‘El Niño’ (Het Kind).

De Spaanse ploeg heeft het wij-gevoel ontdekt en brak zaterdag voorzichtig met het verleden door zich met een overwinning tegen Zweden (2-1) na twee wedstrijden te plaatsen voor de kwartfinales van het EK in Oostenrijk en Zwitserland.

De huidige lichting Spaanse internationals is erfelijk belast door hun voorgangers. In 1964 werd de nationale ploeg voor de enige keer Europees kampioen, bij het eindtoernooi in eigen land. Na de tweede plaats in 1984 kwam Spanje niet verder meer dan de kwartfinales. De finale van een wereldkampioenschap haalde de nationale ploeg zelfs nooit.

Bij elk titeltoernooi tekende zich af hoe sterk de Spaanse competitie was gemaakt door buitenlandse voetballers en hoe broos en verdeeld de spelersgroep was. Spanjaarden voelden zich meer Catalaan of Bask en de strijd tussen voetballers van Real Madrid en Barcelona sudderde in het rode shirt van de nationale ploeg gewoon door. Vaak ook jammerden de internationals over pech en onrecht als het elftal vol kwaliteit zichzelf weer eens tekort had gedaan.

Maar in plaats van een landerig gezelschap beschikt Spanje nu over een jonge spelersgroep die als een ketende klas op schoolreis is. Luis Aragonés, met 69 jaar de oudste bondscoach bij het Europees kampioenschap, vervult in het zuidwesten van Oostenrijk de rol van knorrige kampleider. Hij gaf Torres op zijn kop toen de aanvaller hem geen hand wilde schudden na diens vroege wissel in de wedstrijd tegen Rusland (4-1). Voor straf kreeg de spits als enige basisspeler uit dat duel geen hesje op de training, misschien een teken dat hij zaterdag tegen Zweden op de bank zou zitten.

Het bleek een staaltje opvoedkunde van Aragonés. Torres speelde gewoon in het Tivoli-stadion in Innsbruck en maakte het openingsdoelpunt uit een ingestudeerde corner. De gelijkmaker van de Zweed Zlatan Ibrahimovic werd diep in de blessuretijd ongedaan gemaakt door collega-aanvaller David Villa. De spits van Valencia maakte in de wedstrijd tegen Rusland ook al drie doelpunten en is topscorer bij het Europees kampioenschap. „Ik ben trotser op dit doelpunt dan op de drie andere goals bij elkaar”, zei Villa na afloop. „Het was een overwinning van het collectief.”

Aragonés wilde na de wedstrijd tegen Zweden niet uitweiden over de kortstondige spanning tussen hem en Torres. „Ik ben niet zijn vader, maar ik ken hem vanaf zijn kindertijd. Ik geef hem altijd een beetje advies.” De spits reageerde als een voorbeeldige leerling. „Ik zou mijn trainer nooit met weinig respect behandelen.”

Dat Aragonés zijn spelers verdedigt, werd al duidelijk toen hem voor het groepsduel van zaterdagavond de Zweedse tabloid Aftonbladet werd getoond, met een pontificale foto van rechterverdediger Sergio Ramos in een café. De bondscoach gaf geen krimp. „Wat is daar nou mis mee”, vroeg Aragonés. „Wees blij dat je mij die nacht niet hebt betrapt. Dat zou veel erger zijn geweest. Je moet je realiseren dat de spelers een hele tijd op trainingskamp zijn, zo lang dat ze er minder door kunnen gaan spelen. Daarom werken we met een cyclus van vier dagen, waarin ook een vrije dag is opgenomen. En daarom had je de kans hem in een café te fotograferen. Volgende keer kun je er ook een van mij maken, als ze flamenco spelen tenminste.”

Aragonés mag zijn pupillen een bonte avond gunnen, in de klas houdt hij niet van uitslovers. Zo is Cesc Fàbregas, een van de technisch meest begaafde middenvelders, bij het Europees kampioenschap vooralsnog bankzitter. Aragonés noemde het herstel van blessureleed als reden, maar zaterdagavond in Innsbruck tekende zich wat anders af. Met Barcelona-spelers Xavi Hernández en Andrés Iniesta heeft Aragonés twee creatieve middenvelders uit de Spaanse competitie. Fàbregas is bij zijn club Arsenal het hoge tempo van de Engelse competitie gewend en kiest sneller voor de doelgerichte steekpass met het risico op balverlies. Nu heeft Spanje minder positiewisselingen, maar is het spel overzichtelijk en veilig. „Als het op passes aankomt, denk ik dat Spanje de beste voetbalploeg ter wereld heeft”, zei bondscoach Lars Lagerbäck van het in de tweede helft behoorlijk murw getikte Zweden.

Voor de aanvalslinie kon Aragonés het zich permitteren om dertiger Raúl González Blanco (Real Madrid) en tiener Bojan Krkic (Barcelona) niet te selecteren. Hij koos voor de twintigers Torres en Villa, beiden voetballers die een doelpunt kunnen maken vanuit een opportunistisch ingezette actie.

Verdedigend heet Spanje niet al te sterk te zijn, maar zonder de halverwege geblesseerd uitgevallen leider Carles Puyol behaalde Spanje tegen Zweden de achtste achtereenvolgende overwinning in een serie van achttien interlands zonder nederlaag.