Prikkel aan de pomp

Elk jaar publiceert de Britse oliemaatschappij BP een rapport over de wereldenergiemarkt. Uit de nieuwste editie, die vorige week uitkwam, blijkt dat de vraag naar olie in de traditionele industrielanden vorig jaar is teruggelopen: met een kleine vierhonderdduizend vaten per dag. Dat is de grootste jaarlijkse daling sinds begin jaren tachtig. Destijds was de wereld, net als nu, getuige geweest van een forse prijsstijging van olie, die gepaard ging met een zware recessie.

Gecorrigeerd voor inflatie was de prijspiek indertijd vergelijkbaar met zo’n negentig dollar per vat anno 2008. Dat niveau is nu ruim gepasseerd. Dat de prijsstijging van vorig jaar al vergezeld is gegaan van een terugloop van de vraag naar olie, kan betekenen dat het verbruik in 2008 eveneens daalt. De prijsprikkel lijkt te werken. Brandstof wordt duurder en dus daalt de vraag.

Dat is goed nieuws. Ware het niet dat in de rest van de wereld de vraag naar olie vorig jaar fors steeg: met 1,4 miljoen vaten per dag. Dat kan deels worden verklaard door de zeer grote economische groei in de nieuwe industrielanden. Maar de stijging heeft ook een andere oorzaak. In de nieuwe industrielanden werkt het prijsmechanisme niet of minder goed. Waar in het Westen brandstoffen worden belast, worden ze daar juist gesubsidieerd. China bijvoorbeeld doet alsof een vat olie 80 dollar kost, in plaats van de huidige 135 dollar.

Dat geldt, vaak nog sterker, voor andere landen. Hoe hoger de prijs op de wereldmarkt, hoe meer de subsidies kosten om de vraag op de binnenlandse markt laag te houden. Dat is niet vol te houden. India voerde vorige week een verhoging door om de schatkist te ontlasten.

Ook in het Westen zijn er grote verschillen. De klagende Amerikaanse automobilist betaalt op dit moment omgerekend nog steeds slechts circa 0,70 euro voor een liter benzine. De Europeaan betaalt het dubbele. Maar het belangrijkst blijft dat de prikkel intact blijft: een verandering van de wereldolieprijs tikt door ‘aan de pomp’.

Dat is pijnlijk. Niet alleen voor de burger, maar ook voor bedrijfstakken waar energie een groot deel van de kosten uitmaakt. Luchtvaartmaatschappijen lossen dit op met brandstoftoelagen. Air France-KLM verhoogde die deze woensdag nog. Wegvervoerders hebben naar eigen zeggen meer moeite om de prijs aan hun klanten door te berekenen. In heel Europa wordt gemord, in Spanje zijn er al protestblokkades.

Veel regeringen zullen, net als bij soortgelijke protesten acht jaar geleden, geneigd zijn toe te geven. Hoewel gediscussieerd kan worden over het achterwege laten van btw- of accijnsverhogingen, zoals in Nederland op diesel, zijn verlagingen niet het juiste antwoord. Een verlaging van de belasting op brandstof ondermijnt overheidsuitgaven aan andere publieke taken. En ze valt hoe dan ook in het niet bij de prijsbewegingen die nu gaande zijn.

De Europese Commissie heeft gelijk dat ze zulke maatregelen afraadt, ook al om een wedloop naar de bodem te voorkomen. De prijsprikkel kan beter intact blijven.