Parodie op radiomannetjes

Theater Hallo, hallo, wie stinkt daar zo? door Firma Rieks Swarte. Gezien: 14/6 in Toneelschuur, Haarlem. Aldaar t/m 21/6; tournee t/m 7/11.

De dag begint met „de waarnemingen van het KNMI” en de waterstanden van hedenmorgen, en eindigt met het Wilhelmus. Zo ging het bij de radio in de jaren vijftig en zo gaat het ook in de voorstelling Hallo, hallo, wie stinkt daar zo? die Rieks Swarte daarover heeft gemaakt – in een tamelijk authentiek ogende radiostudio, waarin zes spelers alle functies vervullen die tijdens zo’n hele radiodag noodzakelijk zijn.

Ze spreken teksten en zingen liedjes die veelal letterlijk uit het omroeparchief komen en willen daarmee blijkbaar suggereren hoe oubollig dat toen allemaal was. Af en toe is dat grappig, vooral door de dubbelzinnige blikken die de luisteraars natuurlijk niet konden zien. Maar lang niet altijd, want een gedateerde tekst blijft een gedateerde tekst.

Het is bovendien een rare stijlbreuk een hoorspel te illustreren met uitgeknipte poppetjes op een projectiescherm. En het is ronduit idioot om de komiek in de radiorevue vooral visuele grappen te laten maken. Wie iets duidelijk wil maken over de gloriejaren van de radio, kan niet negeren hoe beeldend dat medium kon zijn.

Maar er komt wel een wending. Als de dag (en dus de voorstelling) op zijn einde loopt, verrast Vincent Bijlo met een Wim Kan-achtige conference, waarin hij via een listige actualisering waarschuwt voor een terugkeer van de brave, beklemmende jaren vijftig-sfeer: „Zo’n tijd als deze mag nooit meer komen.” Des te wonderlijker dat Lies Visschedijk daarna een pacifistische tekst zingt uit de jaren vijftig – zo braaf was die tijd nou óók weer niet. Zo zwabbert Hallo, hallo, wie stinkt daar zo? voortdurend heen weer.