Overconsumptie zorg

Een echte bezuiniging in strikte zin kan de korting van het kabinet op de verplichte collectieve verzekering voor de bijzondere ziektekosten (AWBZ) niet worden genoemd. De uitgaven gaan niet omlaag. Alleen de groei daarvan wordt afgeremd. Jaarlijks wil het kabinet 800 miljoen euro inhouden. Ondanks deze korting zal het jaarlijkse budget van 20 miljard voor deze dure collectieve verzekering voor langdurige zorg aan gehandicapten en zieken toch toenemen. En wel met 2,5 miljard euro tot 2011.

De premiebetalers kunnen dus geen verlichting verwachten en de regering zal het niet bij deze korting van 800 miljoen per jaar kunnen houden. Door de vergrijzing neemt het aantal langdurig zieken en gehandicapten immers alleen maar toe. De technische mogelijkheden om de levens van chronisch zieken en gehandicapten te veraangenamen worden groter. Daarbij worden er ook nieuwe soorten gevallen gediagnostiseerd die ook recht op hulp hebben.

De aanspraken op AWBZ-gelden zijn nu te ruim geformuleerd. Dat heeft niet alleen als gevolg dat de uitgaven te snel stijgen. Er ontstaat ook schaarste aan de voorzieningen zelf. De mensen die dringend hulp nodig hebben, moeten dan een langer gevecht leveren met de instanties om hulp te krijgen. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft daarom terecht geadviseerd het terrein van de AWBZ scherper af te bakenen. AWBZ-gelden worden nu gebruikt voor voorzieningen die door andere instanties (Zorgverzekering) moeten worden verstrekt of die de mensen zelf zouden moeten betalen.

Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) gaat nu een eigen bijdrage invoeren voor onderdelen van de AWBZ waar dat nog niet het geval was. Dat is goed, want gebruikers moeten beseffen dat de voorzieningen niet gratis zijn. De vraag zal ook aan de orde moeten komen of op de lange termijn de mensen die het zelf kunnen betalen nog wel een traplift of andere aanpassingen van de AWBZ moeten krijgen. Als dat niet langer het geval is, wordt het collectieve karakter van de AWBZ en daarmee het solidariteitskarakter van gelijke rechten voor iedereen ondergraven. Dan wordt ook het draagvlak voor de AWBZ minder.

Er kan niettemin wel worden gesneden in oneigenlijk gebruik van de AWBZ. Terecht wil Bussemaker de verantwoordelijkheid voor het herstel na een operatie onder de zorgverzekering laten vallen. En lang niet elke concentratiestoornis van een leerling is een ziekte die met voorzieningen voor bijzondere ziektekosten moet worden betaald.

Het snijden in het gebruik van de AWBZ betekent dat de gebruikers minder te kiezen hebben. Dat is in tegenspraak met het voornemen van Bussemaker om de cliënten vaker zelf te laten bepalen hoe ze de gelden van de AWBZ uitgeven. Uiteindelijk zal toch een indicatieorgaan moeten toetsen of die uitgave gerechtvaardigd is. Vrije keuze hoort bij de vrije markt waar de klant alles zelf betaalt. Maar de AWBZ is juist geen vrije markt maar een collectieve voorziening waarvan nog te veel gebruik wordt gemaakt.