Olijke jongens in een Tiroler jeugdherberg

Het Spaanse elftal lijkt wel een ketende klas op reis.

Met bondscoach Luis Aragonés in de rol van de knorrige kampleider.

Het is dat hotel Milderer Hof in Neustift vier sterren heeft, anders zou de uitvalsbasis van de Spaanse nationale ploeg kunnen doorgaan voor een Tiroler jeugdherberg. Volgens Fernando Torres staan de kamerdeuren elke dag open en gebeurt er altijd wat op de gangen. De spelers hangen in groepjes voor de televisie of leggen een kaartje. Ze lachen veel, verzekert de spits van Liverpool – bijnaam El Niño (Het Kind). De Spaanse ploeg heeft het wij-gevoel ontdekt en brak zaterdag voorzichtig met het verleden door zich met een overwinning tegen Zweden (2-1) na twee wedstrijden te plaatsen voor de kwartfinales van het Europees kampioenschap.

De huidige lichting Spaanse internationals is erfelijk belast door hun voorgangers. In 1964 werd de nationale ploeg voor de enige keer Europees kampioen, bij het eindtoernooi in eigen land. Na de tweede plaats in 1984 kwam Spanje niet verder meer dan de kwartfinales. De finale van een wereldkampioenschap haalde de nationale ploeg zelfs nooit. Bij elk titeltoernooi tekende zich af hoe sterk de Spaanse competitie was gemaakt door buitenlanders en hoe broos en verdeeld de spelersgroep was. Spanjaarden voelden zich meer Catalaan of Bask en de strijd tussen voetballers van Real Madrid en Barcelona sudderde in het rode shirt van de nationale ploeg gewoon door. Vaak jammerden de internationals over pech en onrecht, als het elftal vol kwaliteit zichzelf tekort had gedaan.

Maar in plaats van een landerig gezelschap beschikt Spanje nu over een jonge spelersgroep die als een ketende klas op schoolreis is. Luis Aragonés, met 69 jaar de oudste bondscoach bij het EK, vervult in het zuidwesten van Oostenrijk de rol van knorrige kampleider. Hij gaf Torres op zijn kop toen de aanvaller hem geen hand wilde schudden na diens vroege wissel in de wedstrijd tegen Rusland (4-1). Voor straf kreeg de jongensachtige spits als enige basisspeler uit dat duel geen hesje op de training, misschien een teken dat hij zaterdag tegen Zweden op de bank zou zitten.

Het bleek een staaltje opvoedkunde van Aragonés. Torres speelde gewoon in het Tivoli-stadion in Innsbruck en maakte het openingsdoelpunt uit een ingestudeerde corner. De gelijkmaker van de Zweed Zlatan Ibrahimovic werd diep in de blessuretijd ongedaan gemaakt door collega-aanvaller David Villa. De spits van Valencia maakte in de wedstrijd tegen Rusland ook al drie doelpunten en is topscorer bij het EK. „Ik ben trotser op dit doelpunt dan op de drie andere goals bij elkaar”, zei Villa na afloop. „Het was een overwinning van het collectief.”

De gemeenschapszin van het huidige Spanje blijkt uit de tekst die de Europese voetbalbond heeft bedacht voor de teambus: ‘Pase lo que pase, España siempre’ – ‘Wat er ook gebeurt, Spanje voor altijd’. Aragonés wilde na de wedstrijd tegen Zweden dan ook niet uitweiden over de kortstondige spanning tussen hem en Torres. „Ik ben niet zijn vader, maar ik ken hem vanaf zijn kindertijd. Ik geef hem altijd een beetje advies.” De spits reageerde als een voorbeeldige leerling. „Ik zou mijn trainer nooit met weinig respect behandelen.”

Dat Aragonés zijn spelers verdedigt, werd al duidelijk toen hem voor het groepsduel van zaterdagavond de Zweedse tabloid Aftonbladet werd getoond, met een pontificale foto van rechterverdediger Sergio Ramos in een café. De bondscoach gaf geen krimp. „Wat is daar mis mee?”, vroeg Aragonés. „Wees blij dat je mij die nacht niet hebt betrapt. Dat zou veel erger zijn geweest. Je moet je realiseren dat de spelers een hele tijd op trainingskamp zijn, zo lang dat ze er minder door kunnen gaan spelen. Daarom werken we met een cyclus van vier dagen, waarin ook een vrije dag is opgenomen. En daarom had je de kans hem in een café te fotograferen. Volgende keer kun je er ook één van mij maken, als ze flamenco spelen tenminste.”

Aragonés mag zijn pupillen een bonte avond gunnen, in de klas houdt hij niet van uitslovers. Zo is Cesc Fàbregas, een van de technisch meest begaafde middenvelders, bij het EK bankzitter. Aragonés noemde het herstel van blessureleed als reden, maar zaterdag in Innsbruck tekende zich wat anders af. Met Barcelona-spelers Xavi Hernández en Andrés Iniesta heeft Aragonés twee creatieve middenvelders uit de Spaanse competitie. Fàbregas is bij zijn club Arsenal het hoge tempo van de Engelse competitie gewend en kiest sneller voor de doelgerichte steekpass met het risico op balverlies. Nu heeft Spanje minder positiewisselingen, maar is het spel overzichtelijk en veilig. „Als het op passes aankomt, denk ik dat Spanje de beste ploeg ter wereld heeft”, zei bondscoach Lars Lagerbäck van het in de tweede helft murw getikte Zweden.

Voor de aanvalslinie kon Aragonés het zich permitteren dertiger Raúl González Blanco (Real Madrid) en tiener Bojan Krkic (Barcelona) niet te selecteren. Hij koos voor de twintigers Torres en Villa, beiden voetballers die een doelpunt kunnen maken vanuit een opportunistisch ingezette actie. Hun kinderlijke enthousiasme bleek in de wedstrijd tegen Rusland, toen Villa zijn eerste doelpunt zo wild vierde dat hij een vinger brak omdat hij in het shirt van Torres bleef haken.

Verdedigend heet Spanje niet al te sterk te zijn, maar zonder de halverwege geblesseerd uitgevallen leider Carles Puyol behaalde Spanje tegen Zweden de achtste achtereenvolgende overwinning in een serie van achttien interlands zonder nederlaag. Aragonés toonde zich gelukkig dat zijn ploeg – toen de Zweden al genoegen hadden genomen met een gelijkspel – onverwachts toch nog had gewonnen. „De spelers weten nu dat details het verschil maken, dat ze moeten vechten en dat ze hier tot het einde kunnen meedoen”, zei Aragonés. „Dat heeft ook te maken met volwassen worden.”

Zweden Spanje
1 2
Gespeeld op 14 juni, Salzburg
Toeschouwers 30.000
Scheidsrechter Vink (Ned)

Doelpunten

15' Torres 0-1
34' Ibrahimovic 1-1
90' Villa 1-2

Kaarten

55' Svensson 53' Marchena