Koelbloedig verzamelaarster van titels

Maartje Paumen speelt als strafcornerspecialiste een cruciale rol in de nationale hockeyploeg. Tot ieders opluchting herstelde ze vorig jaar precies op tijd voor de Olympische Spelen van een zware knieblessure.

Maartje Paumen: „Ik heb niet echt een geheim bij corners. Het belangrijkste is dat je voelt dat je gaat scoren.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold maartje paumen olympier foto rien zilvold Zilvold, Rien

Maartje Paumen is pas 22 jaar oud, maar ze heeft al een complete sportcarrière achter de rug. Na zeven jaar hockey op het hoogste niveau bevat haar erelijst een karrevracht aan prijzen, waaronder een wereldtitel, een Europese titel, drie Champions Trophy’s, vier landstitels en vier Europa Cups. Talloze sportmensen tekenen aan het begin van hun loopbaan voor de helft van haar prijzenkast. „Ja, als we in Peking goud halen kan ik stoppen”, lacht ze in het clubhuis van hockeyclub Laren.

Onder het Gooische geboomte heeft de selectie van bondscoach Marc Lammers net een loodzware training afgerond. Wat vooral opvalt is het contrast tussen dit trainingskamp en de gekte rond het ‘echte Oranje’ in de Alpen. Voor de training van de regerend wereldkampioen is letterlijk geen sterveling aanwezig. Geen ouder, geen verdwaald broertje of zusje, geen jeugdlid van de plaatselijke club – de stilte rond het veld is volmaakt. „Ik ben niet anders gewend”, zegt Paumen. Dat wil niet zeggen dat de vrouwen geen aandacht krijgen, voegt ze eraan toe. „We spelen regelmatig interlands op kleinere clubs. Daar zitten vaak drie-, of vierduizend man op de tribune.”

Zelf moet de speelster van Den Bosch vooral handtekeningen uitdelen als ze in ‘haar’ Limburg opduikt, waar ze opgroeide. „Daar ben ik wel bekend, ja. Zodra het over sport gaat ben ik er meestal bij.” Ze is één van de weinige Limburgse atleten die op weg is naar de Spelen. „Er zijn niet zoveel topsporters uit Limburg. Bart Brentjens. Meestal zit Rens Blom er wel bij, maar deze keer niet.”

Haar ouders namen haar al vanaf haar tweede jaar mee naar hockeyclub Geleen. Een stereotype hockeymilieu was het niet. „Geen advocaten, artsen, of andere elitaire beroepen, nee. Mijn moeder was kleuterleidster, mijn vader zat in de bouw. Ik heb ze allebei als coach gehad. Zes van de zeven dagen zat ik op het hockeyveld.”

Maartje Paumen werd al op haar vijftiende ontdekt door Oranje Zwart in Eindhoven, dat haar aanvankelijk in inlijfde voor de meisjes A1. Maar nog hetzelfde seizoen schoof ze door naar het eerste vrouwenelftal, dat in de hoofdklasse tegen degradatie vocht. Na drie jaar deed ze een flinke stap hogerop naar Den Bosch, toen al zes jaar ongenaakbaar aan de nationale hockeytop. Sinds Paumen zich bij de club aansloot, groeide de unieke, ononderbroken reeks aan tot tien landstitels. „Als ik het Nederlands elftal wilde halen moest ik naar zo’n club”, zegt Paumen. „Ik wist dat ik alleen maar beter kon worden als ik zou spelen met hockeysters als Minke Booij, Janneke Schopman en Mijntje Donners.”

Paumen merkte in Den Bosch, toen al getraind door succescoach Herman Kruis, pas het verschil tussen amateurhockey en de top, een scheidslijn die volgens haar nog steeds te zien is tussen de onderste en de bovenste ploegen in de hoofdklasse. Niet omdat ze bij Den Bosch wat geld kreeg. „Je speelt daar bij Den Bosch voor de eer. Ik denk dat we dat ook als team uitstralen.”

Vooral het professionalisme in de Bossche selectie viel haar op. „Dat was heel erg wennen na Oranje Zwart. Daar gingen we vrijdag op stap, of zondagavond. Je deed een beetje waar je zin in had.” Bij recordkampioen Den Bosch is dat er niet bij. Bovendien kreeg Paumen bij haar nieuwe club ineens kritiek. „Ik kreeg in het begin soms op mijn donder van Mijntje Donners. Dat is niet altijd leuk.”

Maar de Limburgse leerde veel in Brabant, onder meer door Donners’ dodelijke strafcorner af te kijken. „Als zij in de laatste minuut een corner moest nemen, zei ze: ‘ik ram hem er wel in’. En elke keer weer maakte ze het waar.”

Paumen nam die gewoonte over. Zij beslist nu zelf de belangrijke wedstrijden, zoals vorige maand nog in de finale van de play-offs tegen Amsterdam. De beste herinnering bewaart ze aan de gewonnen WK-finale van 2006 tegen Australië in Madrid, toen ze de score opende. „Ik dacht: links, laag, met een stuit. De bal ging links, laag, met een stuit over de stick van de keepster. Ik was twintig. En dan1-0 maken in de WK-finale.”

Net als specialisten Bram Lomans (HGC) en Sohail Abbas (Pakistan/Rotterdam) heeft Paumen veel te danken aan cornertrainer Toon Siepman, met wie Pauken wekelijks traint. „Hij is de enige die elke keer de aanwijzing geeft waardoor de corner een beetje beter wordt. Ik heb niet echt een geheim. Het belangrijkste is dat je voelt dat je gaat scoren.” Van druk heeft ze geen last. „Ik ben redelijk koelbloedig.”

Binnen de nationale ploeg is ze inmiddels niet meer weg te denken. Dat bleek toen ze vorig jaar bij het EK in Manchester een ernstige knieblessure opliep. „Ik voelde het gewoon springen toen ik mijn knie verdraaide.” De eerste reactie binnen de selectie was een rekensom: hoe lang had ze nog, voor Peking? Paumen zelf ging uit van acht maanden herstel, maar de schade – een afgescheurde binnenband – viel mee. Drie maanden later stond ze weer op het veld. De beelden van het incident zag ze nooit terug. Ze wendde zelfs haar blik af toen het op het sportgala voorbijkwam. „Ik hoef dat niet te zien. Het is voorbij, het is goed gekomen, ik hoef er niet aan herinnerd te worden.”

Langs de lijn, tijdens haar revalidatie voelde ze pas hoe belangrijk hockey voor haar is. „Ik besefte toen pas wat ik allemaal al gewonnen heb. Ik heb toen besloten dat ik er alles voor opzij zou zetten. Ik kan veel meer uit mezelf halen.”

Dat gold voor de hele ploeg, die in Manchester na twaalf jaar Europese heerschappij werd onttroond door Duitsland. De speelsters stelden tijdens een trainingsstage in Oman in de winterstop zelf een aantal regels op die zij tot aan ‘Peking’ in acht moeten nemen. Studeren en werken zijn taboe, net als stappen en alcohol drinken. Elke speelster mag de drooglegging twee keer opheffen – zoals bij een landstitel. „We hebben die regels zelf opgesteld, omdat we denken dat dit voor ons het beste werkt.”

Dat Nederland steevast rekent op twee hockeymedailles, van de mannen en de vrouwen, doet Paumen niet zoveel. „Ik heb daar geen last van. We horen bij de topvijf, met Duitsland, Argentinië, Australië en China. Of we kunnen winnen? We praten niet veel over de Spelen. Dat komt nog wel.”