Joodse kerkhoven in verval

De Joodse kerkhoven in Nederland worden nauwelijks onderhouden. Kapotte zerken met door mossen en schimmels onleesbaar geworden teksten, verroest hekwerk en onkruid zijn eerder regel dan uitzondering.

De Joodse begraafplaats aan de Soesterweg in Amersfoort. Foto Vincent van den Hoven Hoven, Vincent van den

Veel van de circa tweehonderd Joodse begraafplaatsen in Nederland liggen er vervallen bij. Ze zijn dringend toe aan groot onderhoud, maar de kleine Joodse gemeenschap is zelf niet bij machte hiervoor te zorgen.

Het is een pijnlijke erfenis van de Tweede Wereldoorlog: de Joden die voor het onderhoud van de graven hadden moeten zorgen, zijn vermoord in de oorlog. Rabbijn Jacobs luidt de noodklok.

Omgevallen of in tweeën gebroken zerken, zerken waarvan de tekst onleesbaar is door mossen en schimmels, kapot en verroest hekwerk, overal opschietend onkruid, een tochtige aula en een bouwvallig beheerdershuis. Zo ziet de Joodse begraafplaats aan de Soesterweg in Amersfoort eruit. En zo is het gesteld met de meeste Joodse begraafplaatsen in Nederland.

Hoofdrabbijn Jacobs van het Inter Provinciaal Opper Rabbinaat kent de meeste joodse begraafplaatsen in ons land. Dat het er zoveel zijn heeft volgens hem twee oorzaken. Ten eerste, was de Joodse gemeenschap voor de duistere jaren van de Tweede Wereldoorlog uitstekend geïntegreerd in Nederland. Ze hokten nauwelijks samen, maar woonden verspreid over het gehele land tot in plaatsen als Elspeet, Nijkerk, Boertange en Steenwijk toe. Ook in deze plaatsen zijn begraafplaatsen aangelegd. „Toen”, vertelt Jacobs, „na de oorlog slechts tien procent terugkwam – er zijn 102.000 Joden uit Nederland vermoord – begon het verval van de begraafplaatsen. Veel begraafplaatsen werden nauwelijks nog gebruikt, maar bleven wel bestaan.”

De tweede reden is dat deze begraafplaatsen niet mogen worden geruimd. Jacobs: „Volgens het joodse geloof blijft er altijd een verbintenis bestaan tussen de ziel en de stoffelijke resten. Dat betekent dat de begraafplaatsen tot in lengte van dagen onderhouden moeten worden. Het probleem is echter dat de mensen die dat zouden moeten doen vermoord zijn. Negentig procent van de mensen die rusten op de begraafplaatsen heeft geen familie meer: die zijn niet teruggekomen.”

De Joden die de oorlog hadden overleefd, hadden wel wat anders aan hun hoofd dan zich met het onderhoud van begraafplaatsen bezig te houden, vertelt Jacobs. „Vaak werd een deal gemaakt met de lokale overheid. In ruil voor het eigendom van de grond, nam de gemeente het dagelijkse onderhoud van de begraafplaatsen over. Maar vaak was dat niet meer dan het gras maaien en in de herfst de bladeren bijeen harken.”

Van groot onderhoud is de afgelopen 65 jaar geen sprake geweest. Dat blijkt ook uit de inventarisatie die het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) op dit moment laat uitvoeren naar de bouwkundige staat van de begraafplaatsen. „Het NIK is jarenlang uiterst zorgvuldig omgegaan met dit cultureel erfgoed, maar het plegen van groot onderhoud gaat het NIK zowel qua mankracht als geld ver te boven Er moet actie worden ondernomen.”

Jacobs heeft inmiddels contact opgenomen met het Nationaal Restauratiefonds in Hoevelaken. Hoewel het onderhoudsprobleem niet echt tot het werkgebied behoort, voelt het fonds zich wel verantwoordelijk voor de problematiek en beloofde Jacobs zich ervoor te gaan inzetten. Het fonds overweegt of er wellicht iets te doen valt met het feit dat 2008 het jaar van het Religieus Cultureel Erfgoed is.

Jacobs onderstreept dat het achterstallig onderhoud niet als een Joods, maar als een Nederlands probleem moet worden gezien. Hij hoopt dat de landelijke politiek het oppikt. „Het probleem is van dien aard dat het weinig zin heeft er op gemeente- of provinciaal niveau mee aan de slag te gaan. Het is een nationaal probleem. De Joden hadden de Nederlandse nationaliteit, dat zij hun begraafplaatsen niet meer kunnen onderhouden is hen niet te verwijten. Ik vind het een zaak van collectieve verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat.”

Jacobs meent dat Nederland verplicht is de zorg voor de Joodse kerkhoven van de in de oorlog omgekomen Joden op zich te nemen. „Als je een erfenis krijgt, moet je ook voor het onderhoud zorgen.”

    • Peter Conradi