Het leven is een zoektocht met een kompas

Fanny & Alma gaan elke week van die dingen doen die voor iedereen herkenbaar zijn.

Vandaag: op zoek naar een geloof of levensbeschouwing.

Het leven is een zoektocht met een kompas Illustratie Het Harde Potlood Het Harde Potlood

„Ik wil me bekeren.” Fanny draait met een ruk haar gezicht naar Alma toe. „Wat?”, vraagt ze geschrokken. „Ik wil een christen worden,” zegt Alma. „Een christen?” „Ja, of een moslim en heel misschien wel een boeddhist.” „Ik denk wel dat je van tevoren zult moeten kiezen”, zegt Fanny.

De zon schijnt en maakt een keuze; we negeren de schaduwkant van de gracht, en zo staan we twee minuten later voor een kerk. Het is er koel en mooi. Maar de mensen binnen kijken allemaal heel serieus. Fanny’s gezicht gaat ook automatisch in de plooi. Kaarsjes branden langzaam op. Fanny staart er een tijdje naar. Ze denkt erover voor wie ze allemaal zijn aangestoken. Er zitten vast veel opa’s en oma’s bij en zieke, zwakke mensen met nare ziektes. In gedachten ziet ze de gezichten boven de kaarsen zweven. Ze kijken ook allemaal heel serieus. Ze wil ze een mop vertellen, maar ze weet er geen.

Alma stapt af op de twee mannen die bij de ingang zitten en fluistert: „Ik wil me bekeren.” De man vertrekt geen spier, hij knikt slechts zeer begripvol. „Dat kan”, zegt hij hard. Blijkbaar mag een christen in een kerk wel luid spreken. „Volgt u mij.”

Alma wordt via de buitenkant naar een kantoortje geleid. „Hiernaast wonen de jezuïeten, dat maakt deze kerk zo bijzonder. Mevrouw Ruebort zal u verder helpen.” Alma neemt plaats. Een dame met blosjes steekt haar hand uit. „Kopje koffie of thee?” Op tafel staan koekjes met gekke versieringen erbovenop. Voordat Alma antwoord kan geven staat er een kopje thee.

„In september begint de cursus. Daar doen elk jaar zo’n veertien volwassenen aan mee. Je zult les krijgen van de rector. Daar leer je het christendom begrijpen en zul je erachter komen of het geschikt voor je is. Zo ja, dan kun je aan het eind besluiten of je gedoopt en gezalfd wil worden. Om zo een echte christen te worden, dat moet gebeuren op paasnacht.”

„Gezalfd?” De dame krijgt een godsgrote glimlach op haar wangen. „Nou ja, dan…” Ze maakt wrijvende bewegingen door de lucht. Dan schiet er een schaterlach uit haar mond. Niemand heeft eerder zo aanstekelijk gelachen in Alma’s bijzijn. Het is onmogelijk om niet mee te lachen. „Ja, ik kan het heel slecht uitleggen,” proest ze na. „Laat me je gegevens noteren, dan belt mevrouw Ratbout je op. Ik moet je wel waarschuwen, ze is erg oud.” „Hoe oud?” „Ze komt uit 1921. Misschien krijg je zelfs les van haar. Als de rector ziek is, neemt zij het vaak over.” Weer moet de dame giechelen. Nog een slok thee en Alma verlaat het kantoor.

„Ik kan op paasnacht een christen worden”, zegt Alma buiten op de stoep. „Dat duurt bijna een jaar”, antwoordt Fanny. „Misschien gaat het sneller als ik boeddhist word”, peinst Alma. Fanny bladert in een gidsje over jezuïeten dat ze vooraan in de kerk heeft gepakt. „Dat is de rector, van hem krijg ik les”, zegt Alma enthousiast als er een foto van een vriendelijke man voorbijkomt. In het blaadje vertelt hij over de tijd na zijn studie en dat die jaren een tijd van zoeken waren omdat hij niet goed wist wat hij met zijn leven aanmoest, tot hij besloot religieus te worden. „Mijn leven is nog steeds een zoektocht, maar nu met een kompas”, citeert Fanny. Zo’n kompas lijkt Fanny ook best handig.

Alma springt bij Fanny achterop. „Maar waarom wil jij je eigenlijk bekeren?”, vraagt Fanny terwijl we door het drukke verkeer heen slingeren op weg naar de boeddhistische tempel. Alma zwijgt een tijdje. „Ik ben eigenlijk gewoon benieuwd.” Dan remt Fanny hard. „Zijn we er?”, vraagt Alma verbaasd. „Ik dacht altijd dat het een chique Chinees was.”

Binnen laten we ons direct verwarren door tientallen opgerolde spreuken. We zijn verslaafd en kunnen niet stoppen, elke keer gooien we weer vijftig cent in de bus. Sadness, happiness, separation and togetherness are so tiresome. Who knows when we can be free? If we can understand our self-nature, turning around from here will not be too late. Fanny knikt. „Als je boeddhist wilt worden, kun je je trouwens helemaal niet laten bekeren. Het is geen godsdienst maar een levensbeschouwing, een leer”, zegt Fanny. Alma leest over de vier edele waarheden, de vijf geschriften en het achtvoudige pad. „Het is wel veel”, zegt ze. De vrouw die er werkt spreekt helaas alleen Chinees en kan ons niet meer uitleggen dan wat we zien.

In Amsterdam-West gaan we een moskee binnen. Als we binnenkomen is er niemand. Even aarzelen we of we verder moeten gaan. Er staan alleen een paar schoenen. Verder zijn er veel deuren en een trap naar boven. De moskee lijkt in niets op de rijk versierde moskeeën zoals we die twee zomers geleden in Marokko zagen. We hebben geen idee of we wel zomaar door kunnen lopen en of dat wel mag zonder hoofddoek. Gelukkig verschijnt er een vrolijke man in een gele blouse. Hij zegt dat we mee kunnen lopen naar boven. Op zijn computer staat een brief aan de Belastingdienst open. Hij vraagt of we die even kunnen corrigeren op spelling en verlaat de kamer. Fanny staart naar de poster van Mekka. Binnen een mum van tijd is hij terug, en zitten we te praten met de imam en vier mannen die allemaal willen tolken. De imam vraagt of jullie vandaag nog moslim willen worden, zegt een van de mannen. „Kan dat zo snel?”, vraagt Alma verbaasd. Fanny schudt hevig haar hoofd. Hij knikt. „Ook als jullie je niet willen bekeren zijn jullie welkom. Het is goed dat jullie hier zijn, dat zouden meer mensen moeten doen”, zegt de imam via een tolk. „Als je moslim wordt zul je rust in lichaam en geest voelen, gelukkig zijn”, vertellen ze. „Maar dat betekent dat we ook een hoofddoek meten dragen?”, zegt Fanny „En dat maakt me niet gelukkig.” De mannen knikken: „Nu is dat vervelend maar als je het geloof zal aannemen zul je accepteren dat dat erbij hoort. Wij zeggen altijd de weg naar het paradijs is niet bezaaid met bloemen.”

Na anderhalf uur verlaten we de moskee. We mogen altijd terugkomen met vragen, ook als we alleen wat over de islam willen weten. Toen we vroegen of het zo was dat moslimmannen hun vrouw mochten slaan, hadden de mannen erg moeten lachen. „Nee, natuurlijk niet, hooguit een corrigerende tik, maar dat zou de vrouw ook bij de man moeten doen.”

In het park overdenkt Alma alle indrukken en denkt er nog eens goed over na. „Kan ik het niet allemaal worden? Ze waren allemaal zo aardig!”

Fanny sluit haar ogen en leegt haar hoofd – zij heeft haar rust al gevonden.