Het ‘Ierse incident’ is nu een EU-crisis geworden

Nieuwsanalyse

Nerveuze EU zoekt een uitweg uit impasse na de klap van het Ierse ‘nee’

Jeroen van der Kris en

Floris van Straaten

Eerst was er het ongeloof. Hoe is het mogelijk dat 862.415 Ierse nee-stemmers zouden bepalen dat het nieuwe EU-verdrag op 1 januari niet in werking treedt, zoals gepland. Een verdrag waar de politieke elite van Europa jaren aan heeft gewerkt. Een verdrag waarvan bijna 500 miljoen Europeanen zouden profiteren, zeggen de voorstanders. „Is dit democratisch?”, klonk het de afgelopen dagen in Brussel.

Vandaag begon de zoektocht naar een oplossing echt. In Luxemburg kwamen vanmorgen de ministers van Buitenlandse Zaken bij elkaar. Ze moeten er voor zorgen dat de regeringsleiders, die later deze week in Brussel bij elkaar komen, de crisis kunnen beperken. Want een crisis ís het, al sprak de Franse president Nicolas Sarkozy nog eufemistisch van „het Ierse incident”. Maar eenvoudige oplossingen zijn er niet.

Is het een Iers probleem of een Europees probleem? Natuurlijk is het een Europees probleem. Europese politici hebben jarenlang gezegd dat het nieuwe verdrag Europa „democratischer, transparanter en efficiënter” zou maken. En dat verdrag kan pas in werking treden wanneer alle 27 lidstaten van de EU het hebben goedgekeurd.

Maar Frankrijk, vanaf 1 juli voorzitter van de EU, is er alles aangelegen het te behandelen als een Iers probleem. Doorgaan, was dit weekeinde de boodschap van Sarkozy. Hij riep de acht landen die nog bezig zijn het nieuwe verdrag te ratificeren op daarmee gewoon verder te gaan.

Doorgaan betekent: de Ieren maximaal onder druk zetten om straks een tweede referendum te organiseren. Hoe kunnen ze dat weigeren als aan het einde van dit jaar blijkt dat alle 26 andere landen het nieuwe verdrag wel hebben geratificeerd?

Anderzijds, het zou van minachting voor de Ierse kiezers getuigen om snel een nieuw referendum te organiseren. Ook kunnen de andere Europese leiders niet aan het ongemakkelijke feit voorbij gaan dat Ierland het enige land is dat zijn kiezers rechtstreeks om een oordeel heeft gevraagd.

Voor de EU is het deze week belangrijk de landen zo veel mogelijk op één lijn te houden. Tsjechië is een eerste probleemland. De ratificatie is er nog niet afgerond. En als het aan president Vaclav Klaus ligt, gebeurt dat ook niet. „Dit project is voorbij”, zei hij. „Ik hoop dat de uitslag voor iedereen duidelijk is.” Vandaag brengt Sarkozy een bezoek aan Praag om de druk op te voeren.

Vervolg Europa: pagina 5

Scenario van Europese ‘kopgroepen’ keert terug

Alexandr Vondra, de Tjechische vice-premier, zei al dat het niet vanzelf spreekt dat zijn land doorgaat met ratificeren. „De druk lijkt me ongepast”, zie hij over de oproep van Sarkozy. De Franse president zou vandaag in Praag ook spreken met de premiers van Hongarije, Slowakije en Polen.

Groot-Brittannië is een ander land waarover Sarkozy zich zorgen zal maken. De Britse premier Gordon Brown verzet zich tegen een referendum. Maar eurosceptici zullen in de Ierse afwijzing aangrijpen om daar opnieuw om te vragen. Belangrijk is daarom dat Sarkozy zei dat hij de steun had van Berlijn én Londen voor zijn oproep om door te gaan met het ratificatieproces.

De Conservatieve Partij en veel eurosceptische commentatoren in de Britse media hebben erop aangedrongen dat de ratificatie wordt opgegeven nu de Ieren nee hebben gezegd. Niets wijst er vooralsnog op dat ze hun zin zullen krijgen.

Maar David Miliband, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, leek minder zeker van te zijn dat het EU-verdrag nog „leeft”, zoals voorzitter Barroso van de Europese Commissie zei. Miliband: „De Ierse premier moet nu aangeven wat de volgende stappen zijn. Hij moet beslissen of het tijd is voor de laatste sacramenten.”

Anderen zijn nog somberder over de overlevingskansen van het verdrag. Jean-Claude Juncker bijvoorbeeld, de premier van Luxemburg en een van de grootste voorstanders van vergaande samenwerking in Europa. Hij zei: „Het wordt steeds moeilijker om met alle staten overeenstemming te bereiken. De enige oplossing is waarschijnlijk een ‘kopgroep’.” Zo’n kopgroep van landen zou nauwer samenwerken, waar andere dat niet willen, kortom: een ‘Europa van verschillende snelheden’.

En de Ieren? Hoe denken zijn over de mogelijkheid van een tweede referendum? Brian Cowen, de Ierse premier, benadrukt dat heel Europa nu een probleem heeft. „Ik wil dat Europa een deel van de oplossing aandraagt in plaats van te suggereren dat het alleen maar een probleem van Ierland is”, zei hij gisteren.

Hij heeft zich tot dusver onthouden van concrete suggesties om de impasse te doorbreken.

Doorgaan is dus zo makkelijk nog niet. Vandaar dat er ook wordt gesproken over andere scenario’s. Frank-Walter Steinmeier, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, noemde als mogelijkheid „dat Ierland een tijd lang de weg vrijmaakt voor integratie van de 26 andere landen”. Met andere woorden: doorgaan zonder de Ieren. Dat is een ingewikkelde optie, voer voor juristen.

Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, had weer een ander idee. Hij riep op niet alleen door te gaan, maar vérder te gaan en in de toekomst directe verkiezingen te houden voor het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Het lijkt op dit moment onwaarschijnlijk dat de EU het daarover eens kan worden. Maar als zulke verkiezingen er ooit komen, zal de stem van de Ieren er niet zo veel meer toe doen.