Fingerfood, oesters en cocktails aan zee

Witte plastic stoelen, een zak friet en zand op de wc-bril. Daar komt een strandtent nu niet meer mee weg.

De populaire strandtenten op een rij. Een selectie.

Illustratie Viola Lindner Lindner, Viola

Strandtenten staan voor het ultieme vakantiegevoel. Na een lange dag zwemmen, lezen en dollen op het strand is niets lekkerder dan loom en rozig in een strandstoel te ploffen en een frisse cocktail te bestellen om de eetlust op te wekken. Terwijl de avond zich langzaam aandient, hoef je je alleen nog maar druk te maken over wat je gaat eten en of je straks nog in staat bent om te dansen. Voorlopig niet. Je schopt je slippers uit en nestelt je nog eens lekker in de kussens van je strandstoel, terwijl de obers de vuurkorven aansteken.

Het strandleven is niet altijd zo geweest. In de negentiende eeuw was een bezoekje aan het strand een deftige aangelegenheid, voorbehouden aan de welgestelden. Het zeewater zou een reinigende werking hebben en de aristocratie ging naar plaatsen als Huis ter Duin, dat in 1887 in Noordwijk als een neoclassicistisch kuuroord werd gebouwd, of het Badpaviljoen in het Zeeuwse Domburg.

In de loop van de twintigste eeuw werd het strand steeds minder het exclusieve domein van de rijken. Mede door de aanleg van spoorlijnen wist het gewone volk het strand te bereiken. Nederland was nog preuts en protestants. Vrouwen trokken zich discreet terug in een strandhuisje om hun lange, wollen zwemkostuum aan te trekken. Ook arbeiders kregen geld om op vakantie te gaan en de kust werd een populaire bestemming. Het was het begin van het massatoerisme.

Het strandpaviljoen nam al snel een belangrijke plaats in het strandleven in. Het was vaak de enige plek in de wijde omgeving waar koude dranken en warm eten te krijgen waren. Een soort veredelde snackbar, die ook strandstoelen en parasols verhuurde. De geur van patat en zonnebrand was in de verre omtrek te ruiken. Je zat er aan plastic tafels, kinderen renden af en aan over de houten planken, de wc rook naar zeewater en iedereen leegde er het zand uit zijn zwembroek zodat de wc-bril van schuurpapier leek. Tegen een uur of vier, als de zon begon te zakken, haalde de familie een patatje en ging voldaan naar huis.

Tijden zijn veranderd. Het strand is één groot uitgaansgebied geworden en strandtenten zijn moderne uitgaansgelegenheden: grand café, restaurant en discotheek in één. De meeste hebben een cocktailbar en zitkuil met ligzakken, loveseats en loungebedden. Op de kaart staan fingerfood en frikandellen van koraalvis met Balinese kruiden. En ’s avonds gaan de vuurkorven aan, wordt de dansvloer vrijgemaakt en zet de dj zijn eerste plaat op. Dit zijn strandtenten waar ook met regen en onweer een feestje wordt gebouwd.

De eerste moderne strandtent schijnt Woodstock ’69 te zijn geweest, dat in 1994 in Bloemendaal aan Zee werd opgezet. De strandtent wilde meer zijn dan een snackbar. Je kon er eten, drinken, blowen en dansen en er hing een relaxte sfeer, geïnspireerd door de hippietijd. Woodstock heeft veel navolging gekregen. Steeds meer paviljoens werden uitgaansgelegenheden, die met een uitgekiend imago en bijbehorend marketingconcept een specifiek publiek proberen te trekken. Dat kunnen watersporters, nudisten, Duitse toeristen, rijke bejaarden of hippe yuppen zijn.

Wat opvalt is dat veel strandtenten een Latijns-Amerikaans of Aziatisch thema hebben. Europese vakantielanden met een strandcultuur, zoals Spanje, Italië of Griekenland, hebben blijkbaar afgedaan. Jongeren gaan tegenwoordig liever backpacken naar exotischer oorden, zoals Guatemala en Thailand.

Om deze plekken aan de Hollandse kust tot leven te wekken wordt alles uit de kast gehaald: ‘authentieke’ gerechten uit Laos, boeddhabeelden en meubilair uit Bali, Braziliaanse cocktails, salsa-avonden met een Buena Vista Social Club coverband, Thaise massages en manicure op het strand. Alles staat in het teken van het grote genieten.