Dekker stelt zijn Tourambities bij

Na een goed voorjaar keek wielrenner Thomas Dekker uit naar de Tour de France.

Maar in de eerste ritten van de Ronde van Zwitserland kan hij de besten niet volgen.

Thomas Dekker tijdens de Ronde van Zwitserland. Foto Reuters Rabobank's Thomas Dekker of the Netherlands eats during the first stage of the Tour de Suisse cycling race in Langnau June 14, 2008. REUTERS/Denis Balibouse (SWITZERLAND) REUTERS

Thomas Dekker droomde al hardop van de witte trui, als beste jonge wielrenner in de Tour de France. Stiekem dacht hij aan een topklassering in het eindklassement. „Maar het gaat er dit jaar waarschijnlijk niet van komen”, zucht de 23-jarige kopman van de Raboploeg op de avond na de eerste etappe van de Ronde van Zwitserland, die werd gewonnen door zijn Spaanse ploeggenoot Oscar Freire en waarin Dekker zelf in de achterhoede eindigde. Gisteren, in de eerste bergrit, verloor hij 12,5 minuut op ritwinnaar Igor Anton. „Ik had mezelf hoge doelen gesteld voor de Tour. Maar nu moet ik mijn ambities bijstellen.”

De Zwitserse ronde, die een week duurt, gold voor Dekker als ultieme voorbereiding om op 5 juli klaar te zijn voor de Tourstart in Brest. Maar een gebrekkige trainingsperiode breekt hem nu op. „Ik zou de Alpencols gaan verkennen, maar door het slechte weer is daar weinig van fietsen terecht gekomen. Er lag overal sneeuw. Vervolgens ben ik ook nog eens ziek geworden. Dat kun je niet hebben in deze periode voor de Tour. Dan moet alles perfect zijn. Ik voelde van de week al aankomen dat het in Zwitserland niet goed zou zijn. Het is doodzonde allemaal.”

Aan de vooravond van de 72ste Ronde van Zwitserland keek Dekker met zijn ploeggenoten op een groot scherm in sportcomplex Forum in Sumiswald naar Nederland-Frankrijk. „Kon ik even de zinnen verzetten. Ik ben een voetballiefhebber, prachtig om te zien. Ja, een aantal van die jongens zijn generatiegenoten. Sneijder, Van der Vaart, Robben, Van Persie. Dan zie je ook dat voetbal een enorme impact heeft. In het wielrennen bereik je een dergelijke status alleen met topprestaties in de Tour de France. Tja, dat gaat dit jaar moeilijk worden.”

In zijn eigen sport heeft Dekker de status van topper allang afgedwongen. Hij won ProTour-rondes als Tirreno-Adriatico (2006) en de Ronde van Romandië (2007) en schitterde in dienst van Michael Rasmussen in de Tour van vorig jaar. Dit voorjaar vocht hij zich tussen de allerbesten: hij werd derde in de zware Spaanse rittenkoersen Castilla y Leon en de Ronde van Baskenland, vijfde in de Amstel Goldrace en Waalse Pijl en zesde in Luik-Bastenaken-Luik. „Ik was een stuk sterker dan vorig jaar. Is ook een natuurlijke ontwikkeling. Je merkt dat je op alle fronten weer wat bent gegroeid. In Spanje stuitte ik twee keer op Contador, in de klassiekers kwam ik in de sprint nog tekort tegen de grote mannen. Maar ik ben nog jong, met zo’n constant voorjaar moet ik tevreden zijn. Al zeg ik eerlijk: ik had al die ereplaatsen graag ingeruild voor één overwinning.”

Met die brandende ambitie startte hij direct na de klassiekers in de Ronde van Romandië. Hij deed lang mee om de eindzege, tot hij in de beslissende etappe vlak voor de finish afstapte. „Had ik waarschijnlijk niet moeten doen, maar het was nog 24 kilometer en we reden langs de bus van de ploeg. Ik kon niet meer winnen, en was echt helemaal op. Zondagavond afsluiten in Luik en maandagochtend om zeven uur in het vliegtuig naar Zwitserland, dat gaat niet. Een goede les. De hele periode van het voorjaar, met alle stress, is teveel geweest.”

Temeer daar zijn conditionele opbouw naar het voorjaar ook niet volgens plan was verlopen. Door een hardnekkige heupblessure startte Dekker pas op 20 januari de training. „Normaal begin ik altijd in de laatste week van november. Het viel me nog mee hoe ik met zo weinig intensieve trainingen zo goed kon zijn in het voorjaar. Wat dat betreft heb ik mezelf verrast.”

Zoals hij zichzelf ook vorig jaar verbaasde. Hoewel hij door zijn heupblessure nauwelijks intensief had kunnen trainen, won hij zomaar een bergrit in de Ronde van Zwitserland en reed vervolgens een sterke Tour. „De situatie is niet vergelijkbaar. Nu hoop ik hier alleen maar de eindstreep te halen. Ik vind het zo jammer, het lijkt wel of ik altijd iets tegenkom. Terwijl ik juist helemaal niet zo’n type ben. Er komt een jaar waarin alles goed gaat, daar ben ik van overtuigd. En dan zal ik in de Tour mooie dingen laten zien.”