Dawn Upshaw te keurig in ‘Ayre’ van Golijov

Eigentijds Dawn Upshaw (sopraan), Brodsky Quartet en The Andalucian Dogs. Werken van Bartók en Golijov. Gehoord: 15/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Componisten plunderen altijd graag volkstradities op zoek naar ‘onbedorven’ muzikale uitdrukkingsvormen. Bartók verrijkte zijn muziek met invloeden van het Hongaarse platteland. Berio haalde in Folk Songs, geschreven voor de legendarisch veelzijdige Cathy Berberian, de halve wereldmuziek erbij.

De Argentijnse componist Osvaldo Golijov, immens populair in de V.S. en nu een centrale componist op het Holland Festival, treedt in hun beider voetsporen. In Ayre (2004), een eigentijdse pendant van Folk Songs, presenteert hij een mengelmoes van Spaanse, joodse, Arabische en Balkanmuziek. Het festival sluit zondag af met een uitvoering van zijn Marcuspassie, La Pasión según San Marcos, vol Latijns-Amerikaanse invloeden.

Upshaws fenomenale cd-opname van Ayre maakte nieuwsgierig naar haar live-uitvoering. De muziek balanceert vaak gevaarlijk op het randje van sentimentele kitsch en namaak-folk. Op cd werkt het, maar hoe zou ze er live mee omgaan? Blijft het allemaal wel geloofwaardig?

Voordat het antwoord op die vraag kwam, klonk een in details niet perfecte, maar als geheel zéér hechte en doordachte uitvoering van Bartóks Eerste strijkkwartet. Het Brodsky Quartet speelde met de nieuwe, half-Nederlandse primarius Daniel Rowland alsof het dat al eeuwen deed. In enkele aardig bewerkte volksliedjes van Bartók mocht Upshaw vervolgens haar stem vast opwarmen.

De zorgen over Ayre bleken deels terecht. In Wa Habibi bijvoorbeeld, gebaseerd op een paasliedje van Christelijke Arabieren, was Upshaws huilerige toontje tegemaakt. Haar wilde gegrom in Tancas serradas a murukon kon evenmin overtuigen.

Dat Upshaw een topsopraan is, met een over haar hele bereik kristalheldere en warme stem, liet ze horen in enkele verstilde slaap- en/of treurliedjes. In het zoetsappige Suéltate las cintas wist ze de sentimenten behoedzaam te kanaliseren. Maar zodra het venijnig en vuil, kortom: echt volks moest zijn, werd te zeer duidelijk dat ze maar een rol speelt. Haar lieve schooljuffrouw-verschijning hielp daarbij ook al niet.

Je zou het werk daarom graag ook eens door iemand anders horen dan Dawn Upshaw. Cristina Zavalloni bijvoorbeeld, de Italiaanse zangeres die momenteel in het Holland Festival te horen is als Dante in Andriessens opera La Commedia. Die kan in een viswijf veranderen als de muziek erom vraagt.

De musici van het begeleidende The Andalucian Dogs begonnen erg rommelig, maar herstelden zich gaandeweg prima. Niets overtrof in aanstekelijkheid – visueel én muzikaal – het moment waarop bassist Derrick Hodge in het laatste deel zijn contrabas verruilde voor een basgitaar en loom begon te swingen.