‘Ze zat 28 jaar alleen op een zolderkamertje’

‘Haar taalontwikkeling is duidelijk beperkt’ (Foto Simone Best) Best, Simone

‘Fifi had, als klein aapje, hooguit een paar maanden tussen haar soortgenoten vertoefd toen ze in 1971 als handelswaar in het Parijse warenhuis La Samaritaine terechtkwam. Haar eerste eigenaar was een jockey. Na een jaar vond hij haar te lastig worden en heeft hij haar verkocht aan de half-Duitse, half-Syrische eigenaar van een Parijs vogel- annex dierenparkje.

De eerste zeven, acht jaar woonde Fifi bij hem en zijn vrouw in het kasteeltje dat op het terrein staat. Ze diende als surrogaatkind en zat met kleertjes aan aan tafel. Maar toen ze een jaar of negen was en in de puberteit kwam, werd ze onhandelbaar. Toen is ze overgebracht naar een grote leegstaande portierswoning in het parkje. In de meidenkamer op zolder was een hoekje voor haar afgetimmerd. Daar heeft ze 28 jaar lang opgesloten gezeten.

Een politieagent heeft haar gevonden na een stroom berichten van bezoekers van het park over vreemde geluiden die in het huis te horen waren. Aangezien het duidelijk was dat ze er illegaal zat heeft de politie, ondanks tegenwerking van de eigenaar, bewijsmateriaal verzameld en een zaak opgebouwd. Toch kreeg hij het met het CITES-verdrag in de hand in zes jaar tijd niet voor elkaar haar van die zolderkamer te halen.

Het CITES-verdrag – de Convention on International Trade in Endangered Species – is een ingewikkelde internationale wet- en regelgeving die de handel in dieren reguleert, maar niet het welzijn van individuele dieren beschermt. De handhaving ervan is over het algemeen beroerd, aangezien niemand weet hoe het moet. Daarom gaf het Openbaar Ministerie pas vorig jaar toestemming tot actie over te gaan. Toen zijn wij ingeschakeld door de FAA, de Franse dierenbescherming, met de vraag of wij het dier konden opnemen. In Frankrijk noch in andere Europese landen bestaat zoiets als Stichting AAP. Onze organisatie signaleert niet alleen trends en problemen, we bieden ook hulp, binnen en buiten Nederland.

Als wij plaats en mankracht beschikbaar hebben, rukken wij uit. We reizen gratis dankzij 22.000 mensen die Air Miles voor ons sparen. Alle transporten, door de lucht of over de weg, kunnen we met Air Miles afrekenen. Ik ga altijd zelf mee. Als kind al bracht ik gewonde dieren die ik vond naar een lokaal asiel. Ik ben bioloog en heb eerst een tijd als vrijwilliger bij AAP gewerkt, totdat oprichter en directeur Okko Reussien mij in 1995 benoemde tot zijn opvolger.

Drie keer zijn we op weg gegaan om Fifi te halen en twee keer ging het mis door bureaucratische rompslomp. Drie weken geleden is het eindelijk gelukt. We moesten de deur van het huis laten inrammen, want de vrouw van de eigenaar weigerde open te doen.

We troffen Fifi aan in een ruimte van zo’n acht vierkante meter. Het raam was in de loop der jaren dichtgegroeid met klimop. Op de vloer lag een beetje zaagsel, verder was er niets. Het was duidelijk dat er al jaren niemand meer naar binnen ging. De deur was dichtgelast en de kettingen met joekels van sloten waren volledig doorgeroest. Er was een portaaltje van gaas en door dat gaas kreeg Fifi twee keer per week haar voedsel. Waarschijnlijk at ze met de pot mee, want ze blijkt gek op gekookte kip, eieren en ander gekookt voedsel. Dat verklaart ook waarom ze veel te dik is. Maar met meer beweging gaat dat er wel weer af.

Boven de deur in het portaaltje had ze een soort nest gemaakt van oude rottende lappen en daar lag ze in haar ontlasting. De vloer was wel schoon: ze heeft goed leren poetsen; haar vuilnis schoof ze onder de deur door.

Toen ik haar ruimte binnenging, trad ik haar op z’n chimpansees tegemoet. Je maakt een kuchend geluid en je beweegt een open hand in haar richting om aan te geven dat je goed volk bent. Haar verbaasde blik was heel aandoenlijk. Enigszins verontrustend vond ik dat ze zich aan mij – de eerste de beste man die toenadering zocht – seksueel aanbood en nauwelijks op een andere manier contact zocht. Ik merkte dat ik met haar minder goed kon communiceren dan met andere chimpansees. Haar taalontwikkeling is duidelijk beperkt. Toch – en dat is het hoopvolle van dit werk – blijken dieren die door iedereen zijn afgeschreven hun achterstand vaak te kunnen inhalen.

Nadat we Fifi van de zolder hadden gehaald, ben ik nog een keer teruggegaan om zelf te ervaren hoe het was om daar te zitten met de deur dicht. Toen viel me op dat de muren er zo vreemd gegolfd uitzagen. Ze blijkt met haar teennagels, die anders dan haar vingernagels extreem kort waren, de muur te hebben uitgehold waardoor er een soort sculpturen in het steen zijn ontstaan.

Uit een donkere stal in het park is die dag ook een kraagbeer meegenomen. Ze was zo zwaar dat ze bijna door de bodem van de kist zakte. De eigenaar had haar wel legaal gekocht en de politie kon haar alleen op basis van dierenwelzijnswetgeving in beslag nemen. Helaas gebeurt het bij zo’n inbeslagname vaak dat het dier, als het is opgekalefaterd en de eigenaar de boel heeft schoongemaakt, uiteindelijk teruggaat. Tot een veroordeling of onteigening komt het zelden, ook in Nederland niet.

In dit geval is er een heel scala van wetten tevoorschijn gehaald om de eigenaar aan te kunnen pakken. We hebben de mazzel dat hij een dierentuintje heeft en moet voldoen aan het dierentuinbesluit. De manier waarop hij zijn dieren had gehuisvest was illegaal en in strijd met alle welzijnsregels. Aan de andere kant is het iemand met invloedrijke contacten binnen het ministerie en de prefectuur. Dat was ook de reden waarom het beslag de eerste keren werd afgeblazen, daar schepte hij tegen mij zelfs over op.

Hij heeft mij de afgelopen tijd geregeld bedreigd en aan de telefoon blijft hij maar gillen dat Syriërs gevaarlijke en gewelddadige mensen zijn. Emotionele reacties zie je vaker als een dier wordt meegenomen, terwijl Fifi toch een blok aan zijn been geweest moet zijn. Het is een verhaal dat doet denken aan wat onlangs in het Oostenrijkse Amstetten aan het licht kwam: je kunt na een poos alleen nog de status quo handhaven.

We zien de laatste jaren schokkend veel van dit soort schrijnende voorbeelden boven tafel komen. Vorig jaar kregen we er acht gevallen van opgesloten chimps bij op onze wachtlijst en het lukt ons niet die weg te werken. We weten dat in België een chimpansee zit opgesloten in een garage zonder daglicht, maar er is geen toestemming het dier op te halen en intussen gaat jaar na jaar voorbij. De vraag is ook: is er serieuze aandacht voor het onderwerp? In de samenleving is de roep om meer dierenwelzijn luid, maar er is nauwelijks politiek draagvlak voor. De overheid trekt de handen ervan af en legt de verantwoordelijkheid bij de sector die er geld aan verdient, maar zelfregulering werkt niet in de handhaving van dierenwelzijn.

Dieren die bij ons komen, kunnen hier revalideren, in de hoop dat ze later zijn uit te plaatsen. Liefst zouden we ze tijdelijk huisvesten, maar sommige kunnen helaas nergens anders meer terecht. We hebben nu twee chimpansees uit Spanje: moeizame kereltjes die geen interactie aangaan, maar wel explosief zijn en niet passen in de collectie van een dierentuin. Voor dieren die niet meer herplaatst kunnen worden hebben wij op ons terrein vier eilanden: semi-publieksvoorzieningen waar je langs kunt lopen. Een andere optie in de toekomst is dat we groepen chimpansees overbrengen naar onze nieuwe vestiging Primadomus die we nu bouwen in Spanje.

Fifi zit voorlopig nog elf weken in quarantaine. Ze wordt onder heel strikte condities gemonitord om zeker te zijn dat ze geen dodelijke ziekte onder de leden heeft. Voor haar is zo’n afzonderingsperiode een minder groot probleem dan bijvoorbeeld voor een dier uit het circus dat gewend is aan aandacht, al is het in de vorm van slaag. Fifi kan die tijd goed gebruiken om langzaam te wennen aan een nieuw bestaan.

Ze is zeer geïnteresseerd in de wereld om haar heen en ze ligt, omgeven door dekens en ander nestmateriaal, een groot deel van de dag op een platform voor het raam. Om de stilte te verbreken gebruiken we bijvoorbeeld muziek en we geven haar voedselpuzzels zodat ze wat moeite moet doen om haar eten te krijgen. Er is ander speelmateriaal waar ze nog niet zo veel mee doet: ook spelen moet je leren na 28 jaar eenzaamheid.

Ze zal heel geleidelijk moeten resocialiseren in een groep. Dat gebeurt in kleine units met aanvankelijk een flinke buffer tussen de dieren, anders sleuren ze elkaar door het gaas. Langzaam maar zeker haal je de tussenwanden weg zodat ze elkaar kunnen gaan vlooien. Vaak zie je bij dieren die uit het circus komen of als surrogaatkindje bij particulieren zijn grootgebracht dat er iets is geknakt in de sociale omgang met soortgenoten. Bij dieren uit laboratoria en dierentuinen gebeurt dat veel minder, omdat zij meestal in een vrij normaal sociaal verband zijn gehuisvest. Toch denk ik dat Fifi het uiteindelijk redt omdat ze reageert op chimpanseegedrag van haar verzorger.”

Noor Hellmann

Inlichtingen over Air Miles sparen voor Stichting AAP zie: www.aap.nl of bel gratis: 0800-1118
    • Noor Hellmann