Woordenwisseling van 300 euro

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een flinke echtelijke ruzie, zeker als die op straat wordt uitgevochten, kan duur uitpakken.

Door Rinskje Koelewijn

Soms vraag je je af waarom we niet allemaal om de haverklap voor de rechter staan. Er zijn vast heel veel paren die af en toe een gillende schreeuwruzie hebben over niets. En heus niet iedereen wacht tot de voordeur dicht is en de ramen gesloten. Toch komt er bij de meeste mensen geen politie aan te pas. Bij Adriaan (24) en zijn vriendin wel.

Adriaan heeft zijn best gedaan er zo agressief en underground mogelijk uit te zien. Een sjaaltje om zijn hoofd gebonden, daarover een mutsje en daarover een capuchon. Op zijn jas een afbeelding van een levensgrote wolf en een T-shirt met ‘Bite me’ erop. Wat dan weer niet klopt, is dat zijn moeder naast hem zit. Haar lange grijze haar in een paardenstaart.

De aanklacht tegen Adriaan is fors. Hij zou zijn vriendin wederrechtelijk van haar vrijheid hebben beroofd. De officier van justitie wil daar graag nog wat aan toevoegen. Mocht hij nou niet kunnen bewijzen dat Adriaan schuldig is aan vrijheidsberoving, dan toch zeker wel dat hij zijn vriendin gedwongen heeft iets te doen wat ze niet wilde.

De rechter vraagt of Adriaan akkoord gaat met de aanvulling op de aanklacht. Adriaan doet zijn uiterlijk eer aan en zegt, in een vrijwel onverstaanbaar mengelmoesje van plat Amsterdams met een Surinaamse tongval en Arabische sisklanken, dat het allemaal gelul is en dat ze, de rechter en de officier, er een mooi verhaal van maken. En dat ze dat vooral moeten doen, als ze daar zin in hebben.

En zo gebeurt het. Dan is het Adriaans beurt om zijn kant van het verhaal te vertellen. Het was dus een kleine ruzie. Een woordenwisseling. Zij werd wild en begon te gillen. Ze wou wegrennen. Naar haar vriendinnen elders in de stad. En ja, zegt Adriaan, meestal ren ik erachter aan als ze wegloopt. Meestal?, vraagt de rechter. Ja, ze zijn al elf jaar samen. Dus nu ging hij er ook achteraan. En hij trok haar van haar fiets. Hij wilde het gewoon uitpraten en vond dat dat beter ergens binnen kon, in dit geval in het huis van zijn moeder.

Als er niet allemaal buren waren geweest die zich ermee begonnen te bemoeien, was er niks aan de hand geweest. Hij snapt ook wel dat het geen prettig gezicht is, een meisje dat loopt te gillen van ‘laat me los’ en ‘ik wil niet mee’ en dan een jongen die haar vasthoudt. Eigenlijk, zegt hij, was dit meer een ruzie voor binnen, niet voor buiten.

De buren vonden het nodig om de politie te bellen. De eerste auto kwam, en de agenten zagen dat mevrouw inmiddels was gekalmeerd. Maar daarna kwam er nog een politie-auto en die agenten sloegen Adriaan in de boeien. De vriendin deed geen aangifte.

De relatie is er niet door verbroken. Integendeel. Ja, ze hebben nog weleens woorden, maar niet meer de schreeuwruzies van toen. Dat kwam omdat ze toen te veel op elkaars lip zaten. Allebei werkloos. Hij blowde, zij dronk. Maar nu zit Adriaan in een traject om weer aan het werk te gaan. Hij heeft een halfjaarcontract als inpakker in een fabriek.

De officier is blij voor Adriaan dat het nu beter gaat. Maar voor hem staat vast dat hij zijn vriendin heeft beroofd van haar vrijheid. Ze is een vrij mens, ze wou weg, en dat kon ze niet. Aan praten, zegt de officier, moet je allebei toe zijn. Soms wil iemand afkoelen. „Iemand moet zich veilig voelen.” Want: „Alleen op die manier blijft de relatie leuk.”

Ook al was het nog zo kort, misschien hield hij haar maar een paar minuten vast, het blijft beroving. Hij eist 300 euro boete.

Adriaan mompelt iets onverstaanbaars. U zegt?, vraagt de rechter. „Lekker dan”, herhaalt Adriaan. Maar dit is niet wat u krijgt, stelt de rechter gerust. Hij vindt een boete geen goed plan. „Ik wil niet stoken in uw relatie.” Het stel heeft thuis geen gas en licht, maar wel schulden.

En dat het vrijheidsberoving was, daar is de rechter ook niet zo zeker van. Onduidelijk is hoe lang hij haar heeft vastgehouden en er is geen bewijs dat hij de deur op slot heeft gedaan toen hij haar de woning in had gesleurd.

De rechter kiest voor de optie die de officier aan het begin van de zitting bij de aanklacht heeft gezet: Adriaan heeft zijn vriendin gedwongen iets te doen wat ze niet wou. De boete wordt voorwaardelijk, als waarschuwing. Nog één keer herrie en het kost hem 300 euro.