Wiskundemeisjes

Met belangstelling las ik uw artikeltje ‘Wiskundemeisjes’ (W&O, 31 mei). Ter aanvulling graag dit. In de regel presteren meisjes nauwkeuriger maar jongens vaardiger in wiskunde. Als meisjes veel gepamperd worden scoren ze doorgaans net zo goed of zelfs beter in wiskunde dan jongens. Vaak zijn ze dan wel minder weerbaar als ze later het gevecht aan moeten in de maatschappij. Maar als meisjes in een te competitieve omgeving zitten samen met jongens, maakt dit veel meisjes óf onzekerder óf gaan ze extra hun best doen, waardoor er ook een vertekend beeld kan ontstaan van de resultaten. Tot slot wordt het hormonale aspect zelden genoemd: dat meisjes met gemiddeld meer testosteron, die wat jongensachtiger zijn, ook vaker bètavakken kiezen. Volgens dr. Martine Delfos zijn topprestaties zonder het mannelijke hormoon testosteron zelfs niet mogelijk. Aardig in dezen is het pas uitgekomen boek De Sekseparadox (2008) van de Canadese ontwikkelingspsychologe Susan Pinker en ook het boek Waarom jongens geen meisjes zijn (2006) van wetenschapsjournalist Koos Neuvel.