‘We zijn jaloers op hun vrijheid’

Foto’s van onbekende indianen gingen onlangs de wereld rond. Volgens onderzoeker Sydney Possuelo hebben alle stammen over vijf jaar contact met de buitenwereld.

Sydney Possuello met Akuntsu-indianen die in 1995 werden ‘ontdenkt’

Sydney Possuelo, de legendarische ontdekker van indianenvolken in Brazilië, was afgelopen week in de asfaltjungle van São Paulo. Terwijl de wereld zich verwonderde over de foto’s van beschilderde stenentijdperk-indianen in het Amazonewoud nabij de grens van Peru die eind mei naar buiten kwamen, sprak hij met indigenistas, zoals de experts in inheemse volken in Brazilië heten, over de toekomst van het vak. Het zijn sombere tijden. „Minder bos betekent minder indianen en dus ook minder indigenistas”, zegt hij sip.

Possuelo was de man die het huidige Braziliaanse beleid inzake onbekende indianen bedacht: laat ze met rust. „Hoe minder we van hen weten, des te beter het is”, zei hij ooit. Hij is veruit de bekendste pleiter voor hun rechten. Als een leeuw vocht hij ervoor dat onbekende indianen, zoals de indianen van de foto, ook een reservaat kunnen krijgen.

Van alle nog levende indianenexperts is hij degene die het vaakst contact heeft gelegd met een onbekend volk: zeven keer. Vanaf de oprichting eind jaren tachtig leidde Sydney Possuelo de afdeling Geïsoleerde Indianen van de Funai, het regeringsbureau voor indianenzaken. In 2006 werd de gelauwerde indianenkenner op staande voet ontslagen. Hij had zijn baas, de directeur van Funai, scherp bekritiseerd toen deze had verklaard dat indianen eigenlijk te veel grond hebben. „Ik werd giftig. Indianen zijn op het hakblok gelegd in dit land. In zijn functie moet hij indianen onder alle omstandigheden verdedigen”, zegt Possuelo. Hij weet waarover hij het heeft: zelf was hij jaren directeur van Funai.

Avontuurzin dreef hem toen hij achttien was en hij zich aanmeldde om de koffers te dragen van wat toen Brazilië’s bekendste indigenistas waren, de broers Villas Boas. Possuelo onderscheidde zich al snel. Het leek of hij vijandige indianen beter begreep dan wie ook. „Bij contact ging ik niet naar hen toe, maar ik zorgde ervoor dat zij naar mij toe kwamen. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je je heel goed in hun denkwereld verplaatsen.”

Ontbossing bestrijden is geen prioriteit van de Braziliaanse regering, zegt Possuelo. Hij noemt de regering hypocriet en versteend. „Ze zijn bij de Russische Revolutie blijven hangen.” Possuelo is eerlijk en hard. „Hij is voor niets en niemand bang”, zeggen zijn collega’s. Hun grote inspirator is ook autoritair en veeleisend, voor zichzelf en voor anderen. „Maar het betekent dat je blind op hem kunt rekenen”, zegt José Carlos Meirelles, de man die de expeditie leidde waarbij de recente foto’s zijn gemaakt. „Als je ver weg in het oerwoud zit, is dat wat telt.”

Zijn vijftigjarige carrière leverde Sydney Possuelo een dozijn onderscheidingen in het buitenland op. Hij werd gelauwerd door koningin Elizabeth, koning Juan Carlos, Time Magazine noemde hem ‘held van de planeet’ en de VN riepen hem uit tot ‘held van het jaar’. Tegenwoordig woont Braziliës bekendste woudloper met zijn vierde echtgenote in een driekamerflat in de hoofdstad Brasilia, vanwaar hij telefonisch dit interview gaf. Het leven als held van de planeet heeft een prijs. Zeven kinderen heeft hij uit vier huwelijken. Van de meesten herinnert hij zich de geboortedatum niet, behalve van de jongste. Die werd vijf maanden geleden geboren.

Wat dacht u toen u de foto’s zag?

„Dat de foto’s heel goed waren en dat ze geluk hadden. Het is niet elke dag dat een indiaan zich zo opschildert. En dat ze dat hadden gedaan vanwege het vliegtuig, betwijfel ik. De indianen konden niet weten dat het ’s middags terug zou komen. Ik zou alleen nooit zo laag gevlogen hebben. Daarmee jaag je hun schrik aan.”

Zou u de foto’s gepubliceerd hebben?

„Het is heel goed dat de foto’s er zijn en dat iedereen nu gezien heeft dat hier indianen leven. Voor ons zelf is het bestaan van deze indianen geen nieuws. We kennen ook de hutten al langer. Maar er zijn nog steeds mensen die ontkennen dat deze indianen bestaan. Ze zeggen dat wij die indianen daar neergepoot hebben om een reservaat te kunnen afkondigen. Dat is me gebeurd in de deelstaat Rondônia, het was nota bene de gouverneur die dat volhield. Daar hebben we de indianen moeten filmen. Vooral politici verzetten zich ertegen dat indianen grond krijgen toegewezen.”

De foto’s zijn wereldnieuws geworden. Hoe is in Brazilië zelf gereageerd op de foto’s?

„De foto’s waren hier in het televisiejournaal en stonden in alle kranten. Ook voor Brazilianen is dit heel exotisch. Maar ze roepen eveneens veel agressie op. De foto’s stonden eerst op een site. Daar vind je reacties als: ‘Ze moeten gedood worden. Indianen zijn niks waard’. En ‘het is een schande dat indianen zoveel grond hebben’.”

U bent daar zelf ook vaak geweest op missie, inclusief verkenningsvluchten. Hebt u nooit indianen gezien daar?

„Ik heb hier één keer een indiaan gezien toen ik over de hutten vloog. Het was een man die een kind op de arm had. Hij liep de hut binnen en kwam terug zonder kind maar met pijl en boog om op het vliegtuig te schieten. Dat was ongeveer tien jaar geleden. Die foto’s hebben toen in National Geographic gestaan.”

Waarom zie je bijna nooit indianen als er toch zo veel zijn?

„Ze horen het vliegtuig van ver aankomen en vluchten het bos in. Ik denk dat deze indianen met een ritueel bezig waren.”

Waar komt onze fascinatie voor dit beeld, voor ‘wilde’ indianen vandaan?

„Er is allereerst nieuwsgierigheid; oh, bestaat dit echt? En dan het besef dat we naar onszelf kijken. Zo leefden wij ook duizenden jaren geleden en het bestaat nog steeds in deze vergeten hoeken. Het is levend verleden in het heden. Maar ik denk dat het beeld ook een soort heimwee oproept. Indianen leven in het bos en zijn volstrekt autonoom. Ze hebben genoeg aan het bos. Corrupte politici, geldzorgen, leven met de klok, het blijft hen allemaal bespaard. Zij zijn zeer vrij. We zijn jaloers op hun vrijheid.”

U hebt zeven keer in uw leven contact gelegd met onbekende indianen. U hebt uw werk wel vergeleken met dat van een veldheer die een strategische operatie leidt. Waarom?

„Het begint met veel verkenningsvluchten. Als het een ontoegankelijk gebied is, organiseer ik daarna expedities met weinig mensen op de grond om te kijken hoe wij de foerage moeten organiseren. Kunnen we vissen? Kunnen we jagen? Waar is water? Voor hoeveel mensen is er eten? Je hebt meestal wel hutten gezien, maar weet niet met hoeveel man de indianen zijn. Zelf wil je zoveel mogelijk man meenemen om de overhand te hebben. Je moet ieder detail van tevoren overdacht hebben. Als je eenmaal in het oerwoud zit, is het te laat.”

„Het moment van het contact is zeer geladen. Je weet dat ze willen aanvallen. Indianen hebben veel geleden onder het geweld van blanken. Jij bent de herinnering aan al die doden die gewroken moeten worden. Je kunt vriendelijk lachen met een paar indianen en opeens beschoten worden door een groepje dat zich verscholen hield in het bos. Je weet immers nooit met hoevelen ze zijn. De spanning is zo groot dat sommige van je medewerkers, met name de indiaanse gidsen, mogelijk in paniek de trekker overhalen. Daarom heb ik bij het contact met de Korubó-indianen iedereen uitgerust met pepperspray en vuurwerk. Vuurwerk om in geval van een aanval van de Korubó paniek te zaaien. Slechts vijf man van de 35, onder wie ik zelf, hadden een wapen. Om in de lucht te schieten. De regel is dat we nooit op een indiaan schieten, ook niet als zij op ons schieten.”

„En als het dan voorbij is en er zijn geen doden gevallen, ben je zo verschrikkelijk opgelucht. Maar je moet altijd waakzaam blijven. ’s Nachts organiseer je permanent bewaking. Er kan altijd een valstrik zijn. De Korubó vielen tien maanden na het vreedzaam contact mijn medewerkers aan en doodden een van hen.”

Volgens sommige deskundigen zijn de indianenvolken die zich nu nog schuilhouden in het oerwoud de meest gewelddadige. Ze hielden zich in stand ten koste van de andere volken.

„Indianen hebben vaak veel met elkaar gevochten. Dat geldt ook voor de geïsoleerd levende volken en andere indianen. Soms is de strijd al generaties aan de gang. De Korubó worden gevreesd door andere indianen in de Javari-vallei waar zij wonen. Ze doden hun tegenstanders met knuppels. Met een pijl en boog kun je tien of twintig meter van je vijand wegblijven. Aanvallen met een knuppel vereist moed: dat is een man-tegen-man-gevecht. Mijn geluk bij dat contact was dat ik Matis-indianen bij me had als gids. De Matis, die al langer contact hadden met de westerse wereld, leven in hetzelfde gebied. Zij hadden ook veel gevochten met de Korubó, maar vijftig jaar eerder vriendschap gesloten.”

„Indiaanse gidsen die je bij je hebt op expedities zijn vaak het bangst. Zij staan achteraan, omdat ze weten dat de te contacteren indianen onmiddellijk in de aanval zullen gaan. Ze proberen meteen om je te doden. Dat weten de gidsen, omdat ze zelf tot het contact ook zo waren.”

Was u nooit bang dat u gedood zou worden door een indiaan?

„Nee. Ik ben opvliegerig en nerveus, maar tijdens zulke expedities ben ik kalm en lucide. Ook als het heel spannend is. Als je bang bent, kun je de risico’s niet goed inschatten en dit werk niet doen. Indianen hebben dierbare collega’s gedood; ik ben gegijzeld door indianen; ze hebben mijn hut in brand gestoken, maar ik voel geen rancune. Ik ben verrukt van indianen. Ik ben banger voor blanken dan voor indianen. In Roraima (een Amazonedeelstaat bij de grens met Venezuela, red.) moest ik met een lijfwacht over straat, omdat ze me wilden vermoorden. Ik ben wel eens door zestig gewapende grootgrondbezitters omsingeld. Eén sloeg met een revolver de tanden uit mijn mond. Je bent in hun ogen een verrader van je eigen ras door de indianen te helpen. Toen was ik bang.”

Waarom hebt u eind jaren tachtig het beleid veranderd en bent u afgestapt van het idee dat de overheid verder contact moest leggen met indianen?

„De afgelopen vijfhonderd jaar is er contact gelegd met honderden volken en geen één leeft in harmonie met de Braziliaanse samenleving. Contact gaat meestal van ons uit. Niet van hen. En waarom willen we het? We vinden het interessant of we hebben het romantische idee dat als je indianen iets bijbrengt over onze beschaving zij zich zullen invoegen. Maar zo gaat het niet. Wie de geschiedenis bestudeert, ziet dat contact absurd is, een tragedie. Wij hebben systematisch andere volken vernield met het contact. In 1538, achtendertig jaar nadat de Spanjaarden voet aan wal zetten op dit continent, schatte Bartolomeus de las Casas (een priester die met de Spanjaarden mee was, red.) dat er twintig miljoen indianen waren overleden. Zijn we wijzer geworden? Ons zogenaamde humanisme verhindert niet dat de bossen en de indianen naar de Filistijnen gaan.”

Uw collega’s verzetten zich daar fel tegen. Waarom?

„Ik nam hun hun gloriemoment af. Sertanistas (indianendeskundigen die het contact leggen, red.) ervoeren het contact als de beloning voor vele jaren hard werken. Ze hadden het ook over ‘mijn volk’. Alsof ze een grote vader waren. We hebben dagen gediscussieerd op een bijeenkomst. Ik wilde hen laten zien dat de glorie van de sertanista de ondergang van het volk inluidde. Uiteindelijk gingen ze om. We hebben toen besloten dat er voortaan alleen nog contact zou worden gelegd in noodsituaties, als het leven van de indianen bedreigd werd.”

Er zijn organisaties, met name religieuze, die het onmenselijk vinden dat we de indianen aan hun lot overlaten in het bos, dat zij sterven aan ziektes waartegen wij allang pillen hebben, dat wij toestaan dat zij kinderen met een afwijking doden. Wat zegt u tegen hen?

„Die organisaties bedoelen het meestal goed, maar ze zijn naïef als het om indianen gaat. Ze vergelijken indianen met hun eigen leven. Dus vinden ze indianen arm, omdat ze in hutten leven. Ze zien niet dat indianen nomaden zijn en helemaal niet in een huis zouden willen wonen. Ze hebben hun eigen systeem en zijn daarin gelukkig.”

Uw collega Meirelles stond eens oog in oog met een groep van tweehonderd onbekende indianen die ogenschijnlijk contact wilden. Mag je contact weigeren als indianen dat zelf willen? Waarom moeten ze van ons in hun bos blijven?

„Het is te simpel om het contact te reduceren tot een kwestie van willen of niet willen. Nieuwsgierigheid is menselijk. Maar het gaat erom dat indianen de tijd krijgen om alle nieuwe informatie op hun manier te verwerken. De Araras, een groep van ongeveer zeventig indianen met wie ik in de jaren tachtig contact legde, gingen na dat contact voortdurend naar de Transamazone (een weg dwars door het Amazonegebied, red.) die door hun gebied liep. De naakte indianen stonden op de weg en bedelden. De volgende stap is vaak drank en prostitutie. We probeerden hen daar vandaan te houden. Homerische discussies waren dat, maar tevergeefs. Een keer drongen ze zelfs een bus binnen, want ze wilden naar Altamira, de stad daar in de buurt. Toen we hen uit de bus wilden halen, bekogelden ze ons met stenen. Ik heb hun toen beloofd dat we een paar dagen later samen naar Altamira zouden gaan. Drie dagen zijn we geweest. Ik heb kleren voor hen gekocht en vis en mandiok voor een paar dagen, zodat ze hun eigen voedsel konden eten. Drie dagen heb ik hun de stad laten zien. Daarna was het goed.”

Voelt u zich achteraf schuldig over contacten die u zelf heeft gelegd met indianen?

„Nee. Als ik dit inzicht zonder de contactexpedities zou kunnen hebben gehad was het beter geweest. Maar dat was niet het geval; niemand dacht in het begin dat contact leggen fout was. Geleidelijk aan kwam ik tot dat pijnlijke inzicht. Juist omdat ik het met eigen ogen de ellende had gezien, kon ik zo vastbesloten zijn.”

Over tien tot twintig jaar hebben alle indianen contact, zei u eens. Vanwaar die stelligheid?

„Als ik zie hoe snel we het bos vernielen en hoeveel plannen er zijn voor ontwikkeling van de Amazone, denk ik nu dat het nog maar vijf tot tien jaar duurt. Het zijn pioniers, gelukzoekers die contact leggen met de geïsoleerd levende indianen. Het zijn de mensen die het minst zijn toegerust om contact te leggen. In Acre wordt een weg aangelegd die Brazilië moet verbinden met de Stille Zuidzee. Die weg zal precies door het gebied van de indianen van de foto lopen. Als er een weg is, zullen de mensen vanzelf komen. We hebben een sterke Funai nodig om de indianen tegen het contact te beschermen, maar de Funai heeft nauwelijks mankracht, geen geld en wordt geridiculiseerd.”

Als advocaat van de duivel, zeg ik: nou en? Contact is evolutie. Waarom moeten we het erg vinden dat er straks geen indianen meer zijn die zich schuilhouden in het oerwoud?

„Het is om te beginnen een ethische kwestie. Zij moeten zelf beslissen over hun toekomst, niet wij. Maar wij zijn machtig. We vliegen over hen heen en fotograferen hen, omdat wij dat willen. Zij staan daar met pijl en boog, want zij willen dat wij weggaan. Zij wonen diep in het bos, omdat ze contact willen vermijden. Maar wij leggen een weg aan. Wij beslissen alles. En met het contact verarmen we de mensheid. We zijn met steeds meer mensen op de aarde, maar steeds minder divers. De mensheid wordt eenvormiger. We maken ons zorgen over bedreigde diersoorten, maar we realiseren ons niet dat een menssoort, de authentiek levende indianen, over een paar jaar niet meer bestaan.”

Brazilië telt ongeveer 450.000 indianen. Dat zijn verwesterde indianen die in reservaten leven, meestal in de Amazone, en ook wat of zelfs goed Portugees spreken. Met de meesten is afgelopen eeuw contact gelegd. Wat is het nijpendste probleem waarmee deze inmiddels verwesterde indianen kampen?

„Onze vooroordelen over hen. Alle problemen vloeien voort uit het feit dat de samenleving is ingericht voor ons. We hebben weinig idee hoe indianen dingen beleven en wat hun behoeften zijn. Zij moeten onze taal leren en passen in ons gezondheidssysteem. En de regering ‘geeft’ grond aan indianen, heet het. Hoezo ‘geeft’? Het was hun land.”

Het begrip voor indianen neemt meestal af als de nabijheid groter wordt. In de Amazone is men het negatiefst over hen. Men vindt hen lui en onbetrouwbaar. Hoe is dit te verklaren?

„Uit twee dingen. Allereerst is er veel onbenul. Het is een gebrek aan ontwikkeling. Overigens vinden de meeste Brazilianen indianen lui en onbetrouwbaar met uitzondering van de grote steden en intellectuele kringen. Daar is men beter opgeleid en toleranter. In de Amazone spelen verder veel politieke en economische belangen. Mensen strijden vaak met de indianen om dezelfde grond. Als je dichterbij bent, wordt de vijand groter en het vooroordeel ook.”

Brazilië heeft mede dankzij u een vooruitstrevend beleid met betrekking tot onbekende indianen. Hoe zit het met de buurlanden?

„Er zijn nog zes landen met geïsoleerd levende indianenvolken. Daar zijn zij er veel slechter aan toe dan in Brazilië. Brazilië was enkele jaren geleden een voorbeeld. Maar met het ritme van verwoesting nu zijn we ons moreel leiderschap kwijt.”

Afgelopen week was er het bericht dat de ontbossing in plaats van langzamer – zoals beloofd door de regering – sneller gaat. Waarom faalt de Braziliaanse regering?

„De regering heeft een ongelooflijk incoherent beleid. Bovendien zegt ze één ding in het buitenland en doet iets anders in eigen land. En controle is uiteindelijk een kwestie van willen. De Javari-vallei is meer dan acht miljoen hectare dicht bos. Je had daar illegale houtkappers, vissers en stropers. Toen het een reservaat werd, hebben wij van Funai met anderhalve man en een paardekop alle illegalen eruit gehaald en duidelijk gezegd: ‘Je komt er niet meer in’. We hebben daarvoor wapens van het leger gekregen. Maar je moet duidelijk maken dat er geen discussie mogelijk is en dat je het bloedserieus meent.”

De minister van Milieu, dochter van een rubbertapper uit de Amazone en milieu-activiste van het eerste uur, is vorige maand opgestapt, omdat haar ministerie gedegradeerd zou zijn tot een stempelloket voor bouwvergunningen. In Europa is milieu in, maar in Brazilië niet?

„Ontbossing bestrijden is geen prioriteit van deze regering. De regering heeft een ambitieus plan om infrastructuur in de Amazone verder te ontwikkelen met wegen en waterkrachtcentrales. Ik zie hetzelfde met indianen. Het probleem met linkse regeringen is dat ze niets begrijpen van de indianenproblematiek. Deze regering is nooit verder gekomen dan 1917, de Russische revolutie. Voor haar bestaan er maar twee soorten mensen: industriearbeiders en boeren. En tegen kritiek kan ze niet.”

Hoe schat u het in: is de rust van de indianen van de foto in de nabije toekomst gegarandeerd?

„Ik durf het niet te voorspellen. Maar als die weg naar de Stille Zuidzee er komt, is het snel afgelopen.”